13 april 1905 – 13 november 1905
Deel 2 van 1905
Dit boekje mag niemand lezen zonder mijne toestemming; wanneer deze toestemming niet verkregen kan worden, moet dit boekje geheel verbrand worden. Marie Calkoen.
Donderdag 13 april 1905. (…) Vanavond gingen wij naar de sociëteit, waar eene avond gegeven werd ten bate van het Ziekenhuis, wij zaten met de fam. de Boll en de Blécourt. (…) Eerst werd er een heel aardig comediestuk opgevoerd, verder speelde Juffr. Roelvink uit Amsterdam op de viool, ze speelde bijzonder goed, dan werd er ook nog gezongen door Mevr. Salomonson, Mevr. Marie ten Cate, de gezusters Snel, Mr Gerbig speelde op de piano en speelde o.a. Spinnerlied van Mendelssohn en Impromptu van Chopin, beide stukken die ik ook speel. Ten slotte nog een comediestukje: “een gril” gespeeld door Mr. Bouman, Cathrien ten Cate en Betsy Schmidt, een ontzettend leuk stuk, de beide eersten vooral speelden uitstekend, Cathrien zelfs te goed, op en top een actrice. In de pauze maakte ik kennis met Mr.en Mevr. Geelinck, die ik heel aardig vond, Mevr zoo echt jong → Opeens zag ik A. die ik tot nu toe nog niet gezien had, hij boog en ik terug. Pa scheen hem ook ontdekt te hebben en bleef ons bewaken, maar toen Pa bij ‘t eind der pauze wegging, denkende dat hij niet meer komen zou, toen kwam hij gauw een praatje maken; hij zag erg bleek, stakkerd! Toen wij weggingen, schijnt hij ook aldoor naar mij gekeken te hebben, maar ik zag het niet. ←
Vrijdag 14 april. → Ma maakte eene visite bij Mevr. T, maar ze sprak nergens over. ←
Zaterdag 15 april. → Toen Ma en ik vanmorgen bezig waren de kast op te ruimen, werd er een kist voor mij bezorgd uit Amsterdam, er stond op: “Levende bloemen.” Opeens kreeg ik het idee dat ze van A kwamen en jawel, er zaten de prachtigste roze en witte rozen in, die ik ooit gezien had; bovenop lag een boek: Rhijnlandstöchter van C. Veibig met een briefje erbij, dat hij mij dit alles stuurde om eene kleine beleediging goed te maken (aan ‘t diner had hij n.l. gezegd dat mijn pink krom was). Ik vond het vreeselijk aardig van hem en was er zeer mee in mijn schik vooral met het boek, maar toch wou ik maar dat hij dit niet gedaan had; hij vleit zich maar met een hoop, die toch nooit verwezenlijkt kan worden, want ik heb hem niet lief, voel niet de geringste liefde voor hem, alleen groote genegenheid, dat is alles. ←
Zondag 16 april: (…) → Het duurde niet lang of er werd gebeld en daar kwam A. binnenstappen, ik kon hem dus mondeling bedanken (ik had anders al een briefje klaar, dat ik vanavond op de post had willen doen.) Hij was heel aardig, maar na 5 min. kwam Pa ook van boven om het terrein te verkennen, P. was heel vriendelijk tegen hem. Om 4 uur kwamen Mr. en Mevr. Boll en schonk ik thee, wij zaten allen heel gezellig te praten, hij keek mij aldoor aan. Gelukkig had ik mijn wit wollen blouse aan, wat nogal leuk stond, hij bleef tot half zes!! Hij had de rozen niet gezien, zoodat ik ze ging halen, waarop wij ze voor het raam neerzetten, Ma en ik waren aldoor in angst dat Mevr. Boll er iets van zou zeggen, maar wonder boven wonder zei ze niets. ←
Dinsdag 18 april. → Ma deed vandaag niets anders dan me aldoor over A. spreken en gisteren ook al, Ma zou wel graag zien dat hij mijn man werd, maar Pa is er erg tegen. Ik was deze dagen ook wel onder Ma’s invloed ze spiegelde mij alles zoo mooi voor! ← (…)
Vrijdag 21 april 1905. Jan Kool maakte ons vanmiddag eene visite, maar wij gaven niet thuis. Later deden Ma en ik boodschappen en kwamen hem 2x tegen, de 2de keer deed hij net alsof hij ons niet zag en groette niet, nogal gek. (…) Toen ik vanmiddag in de laan liep met Ma, kwam ik Hetty tegen, die mij aansprak, ze was met de vac. thuis. → Ik zag er vanmiddag keurig uit in mijn covercoatpak, viooltjes in mijn knoopsgat, een witte das aan en mijn witte hoed met blauw op! ←
Zondag 23 april 1905. Wij maakten vanmiddag eene wandeling .→ A. en Fine liepen voor ons uit, later kwamen, Mevr., Guli en Ben ons in het rijtuig achterop, ze gingen allen eten bij Juffr. Dikkers; mijn hart klopt altijd als ik hun zie. ←
Maandag 24 april 1905. ‘t Is vandaag 2e Paaschdag; het weer was niet erg mooi zoodat Ma en ik den heelen dag hebben zitten lezen uit Rheinlandstochter van Viebig; ik las voor ,’t was in-gezellig en ‘t boek prachtig. Vanavond wandelden wij even. → en toen wij voorbij Dikkers kwamen, stond Arnold voor ‘t raam, wat een knap, mooi, edel uiterlijk; ik kan me begrijpen dat ik er vroeger verliefd op was! ←
(…) Woensdag ben ik bij Saar geweest op een dinertje (‘t werd ook wel hoog tijd dat ze ons eens vroeg, ik ben in geen 2 jaar bij haar wezen eten). Buiten mij waren er nog Geertrui, Hetty, Lila en Jet Lavenius, de laatste 2 voor Marietje, ‘t was een heel gezellig en goed dinertje; na afloop liepen S.H. G . En ik nog wat buiten te wandelen, dronken hierna thee op Saar’s kamer en na nog wat wijn en taartjes gebruikt te hebben, gingen wij naar huis. → Jan D. bracht mij ook de groeten over van Bosch v. R., daar ben ik niet ongevoelig voor! ← Ma en ik lezen nu samen: the last dans of Pompei by Bulwer, heel boeiend.
Maandag 8 mei 1905. Het was vandaag een regendag en wij maakten er dan ook maar gebruik van Mevr. Boudam eene visite te maken. Om 4 uur inviteerde ik Saar en Zus op de thee , wij zaten erg gezellig in ons kamertje te praten. → Ze vertelde o.a. dat Co Kool altijd ‘s avonds Hanne Bendien achterna was geloopen in de Dijk, toen hij n.l. hier logeerde, M zou er hem eens mee plagen! ←
Dinsdag 9 mei 1905. Vanochtend gingen Mies en ik met Papa naar de strafzitting, waar Mr Croockepit (cri – cri) presideerde, de rechters waren van Meeuwsen en Slingenberg, Mr Boll als subst-of en ter Kuile als griffier. De zaken die behandeld werden, waren zeer belangrijk!! Een man die aard. gestolen had en een die een man zijn baard uitgetrokken had en niet wilde bekennen. Mies haar oogen waren geketend aan de gelaatstrekken van Slingenberg, wien zij bijzonder knap vond. (…)
Donderdag 11 mei 1905. Om half 11 begonnen Vic., Mies, Papa en ik onze tocht over Tubbergen naar Vasse en Mander, waar wij een Twentsche boerderij van binnen bekeken, de boer en zijn dochters hadden er erg veel schik in. Van hier gingen wij langs Papier Meier naar Papier Frans, waar wij gezeten aan een vijvertje onze boterhammen en sinaasappelen opaten en toen een prachtige tocht over de hei maakten langs Springendaal en toen langs een heerlijk heipaadje aldoor naar beneden naar Hezingen en zoo op Ootmarsum. We gingen juist op Ootmarsum af, toen Vic haar trapper verloor, Mies en ik fietsten toen door en Papa en Vic. liepen. Het was stikkend warm! Te O. aangekomen, gingen wij dadelijk naar het hotelletje, waar na een 20 min. de anderen zich bij ons voegden. Wij hadden allen zoo’n dorst, dat wij achtereenvolgens kwast, citroenlimonade, spuitwater en roode bessen gebruikten. Na een tijd uitgerust te hebben, keerden wij huiswaarts waar wij voor ‘t eten weer aankwamen. Zus en Saar hadden ons ook geïnviteerd in ‘t Jagertje te komen theedrinken, maar dat ging nu nat. niet. Na ‘t eten wandelden wij een beetje in den laan en werden wij door kwajongens geplaagd. Papa, die achter ons liep en het zag, holde achter de jongens aan en sloeg ze met zijn wandelstok. Vanavond verkleeden Vic. en Mies zich als Engelschen, waar Pa om ‘t hoekje der slaapkamer naar kwam kijken, waarop zij erg schrokken.
Vrijdag 12 mei 1905. Mies vertrok vandaag, erg jammer! → Vanavond kwamen Vic, Pa en ik van eene wandeling thuis, toen Tilanus net op de stoep stond, hij kwam vragen of we de fabriek kwamen bezien; wij zeiden dat we dat heel graag eens wilden doen. Hij bleef een heele tijd praten en hierna deden Ma, Vic, hij en ik een spelletje whist. T en ik speelden samen, waren heel gelukkig in het spel (maar ongelukkig in de liefde). Om half 12 ging hij pas weg, Pa vond het erg vervelend dat Ma hem gevraagd had voor te whisten, maar ik vind het erg aardig van Ma; Pa behandelt hem toch al niet op zijn vriendelijkst, zoodat Ma het weer goed heeft gemaakt. Ik heb Vic. niets van de heele geschiedenis verteld. ←
Dinsdag 16 mei 1905. Toen wij vanmiddag uitgingen voor eene wandeling, zei Hesselaar dat er brand was te Vriezenveen, wij dachten dat het wel niet erg was, maar besloten er toch ‘s avonds naar toe te gaan. Wij dronken thuis thee en lazen om beurten voor uit Hoflucht van Eschtruth, wat heel mooi is.
Om half 7 gingen Papa, Vic.en ik er dus per fiets heen, maar zoo’n brand hadden wij ons niet voorgesteld; het was in een woord ‘vreeselijk!’ In ‘t geheel brandden er wel 250 huizen af, wij zagen ook een groot herenhuis afbranden. Het was een vuurzee, want alle puinhoopen brandden ook nog. Het vuur, aangewakkerd door een felle wind, had alleen maar aan de eene kant van de weg schade aangericht, maar men was aldoor bang, de wind zou draaien. Het schijnt dat stukken spek door de lucht vlogen en zoo de brand weer uitbreidden, daarbij waren ook de daken van riet en onder de pannen lag ook stroo. Het dorp dat wel 1 ½ uur lang is, was aan de eene kant geheel afgebrand, tot zelfs aan de fabriek van Tilanus, die alleen nog gespaard is gebleven en staat temidden van een ruïne; zelfs een schip aan den overkant van het kanaal is verbrand, evenals een groot stuk hei → Dicht bij de fabriek, spraken V. en ik Mr. Straatman, van Kruyne en T, de laatste zag er vreeselijk uit, met zijn jas bovenaan door een brocht gesloten maar de stakkerd had ook aldoor helpen pompen. ← Er waren ontzettend veel mensen, die per fiets, auto, rijtuig , of te voet kwamen. De bevolking van Vriezenveen was anders uiterst kalm, al hun huisraad was overal verspreid op de weiden en telkens werd er weer een stuk vee aan den overkant gebracht.
Woensdag 17 mei 1905. Vanochtend gingen Vic en ik weer naar ’t bosch en schreef ik den brief aan Mien. Vanmiddag lazen wij elkaar weer voor uit Hoflucht, aten al om 5 uur om daarna met ons vieren naar Vriezenveen te fietsen. → De eerste, die we daar weer tegenkwamen, was A. die ons vroeg of we ook een wagen achterop gereden waren, maar wij konden hem niet helpen. ← Er waren vandaag ook weer een massa menschen. → In het teruggaan kwamen wij A. weer tegen. Ma weer voorop, vroeg of hij den wagen gevonden had, maar hij had alleen oogen voor mij, ik zei hem dan ook erg vriendelijk goedendag. ← (…)
Donderdag 18 mei 1905. Vanochtend gingen wij weer naar ‘t bosch, waar wij, ondanks de muggen toch heerlijk zaten. (…) Vic → om 12 uur Mispelbloem zien voorbijkomen e in een holperfiets naar ‘t Bosch, want V. had hem geschreven, dat we daar ‘s morgens nog wel eens naar toe gingen. Vanmiddag gingen wij dus weer naar ‘t bosch beladen met boeken en handwerken en in de laan zijn wij opeens de Mipsel aankomen, die vroeg of hij met ons mee mocht; hij wij gingen dus weer aan den vijver zitten handwerken en daar ik geen “facheux troisième” wilde zijn, zei ik maar dat ik een poosje ging omfietsen, waar ik echter spoedig genoeg van kreeg. Hij was in een verliefde bui, Vic niet, hij pakte haar telkens om den middel en kroop zoo dicht mogelijk bij haar, maar Vic. verhuisde dan ook weer. Vic was in een alleridiootste bui; ze zei dat ze haar huwelijksreis naar Amerika wou maken en va altijd veel logees wou hebben want dat ze het met hem alleen niet uit zou houden! Toen er iemand aankwam die ik kende, ging hij gauw een beetje rondfietsen. Tot het kasteel ging hij met ons mee en daarna ging hij de eene en zij de andere kant uit. Hij wou haar een hand geven, maar zij wou niet. Ik vind, dat Vic vreeselijk met hem speelt want ze houdt niet eens van hem maar houdt hem maar aan tot ze weer iemand anders heeft, ik vind het min!! ← (…) Ik kreeg vandaag een briefkrt van Mien, dat ze kwam, dol! → Vic herinnerde zich vanavond opeens een gesprek met Hermsen. Deze had haar gezegd. “Freule, ik moet eens met u boomen.” Vic stemde toe en toen vertelde hij haar dat het hem zoo gespeten had, dat hij mij niet meer had kunnen dag zeggen, maar dat hij niet geweten had dat ik zou gauw al wegging. Kort en goed, Vic zei, dat hij doodelijk van mij was, hij vond mij dan toch wel zoo bijzonder aardig! Vic raadde hem aan naar Almelo te komen, maar dat vond hij toch wel een beetje gek. Ik moest vreeselijk lachen, toen Vic mij dit vertelde, want ik vind hem, juist zoo vreeselijk vervelend. Vic zei, dat zij en anderen hadden opgemerkt, dat ik den avond bij Bierens zoo met hem geflirt had, maar dat is toch heelemaal mijn bedoeling niet geweest. Als Vic hem nu weer ziet en hij vraagt ernaar zal ze zeggen, dat hij zich maar niet moet vleien, want dat ik al andere plannen had. ←
Vrijdag 19 mei 1905. Om elf uur kwam Papa binnen, die vroeg of wij meegingen, want dat de Koningin en de Prins te Vriezenveen kwamen. Wij dronken dus gauw koffie en stegen dus met ons drieën op onze rossen. → De eerste bekende die ik te V. zag, was A. Dikkers, die zei: Gaan jullie ook de Koningin zien? ← Tot half 2 wachtten wij en toen kwamen ze eraan, eerst de Burgemeester in een rijtuig, toen de Kon. en Prins in een auto, met 3 auto’s erachter. De kon. zag er erg goed uit, zij had een lichtgrijs pak aan met witte hoed en zag er snoezig uit. Eerst reden ze naar het huis van den burg. om daar te lunchen, de Kon. had alles meegenomen, daar eerst plan was geweest onderweg te lunchen. Wij konden de Kon. heel goed zien zitten. Leida Bouwmeester werd aan de Kon. voorgestelden de Kon. had haar ook gevraagd om naast Haar te gaan zitten; Leida was verrukt geweest over de Kon. die bijzonder vriendelijk is geweest en o.a. gezegd had: “Ik hoop dat ik je Mama niet te veel drukte bezorg.” De Prins was erg stug geweest en had niets anders gezegd dan: Doe de deur dicht, het tocht! → Al den tijd dat wij wachtten stond A. D. vlak achter mij. ← We moesten 3 kwartier wachten in de bakkende zon, maar ik had gelukkig een dun neteldoeksche blouse met fluweeltjes en een linnen rok aan. Hierop ging de Kon. te voet een eindje Vr. in en daarop naar de fabriek van Mr Tilanus. Toen werd er afscheid genomen van Mevr Bouwm. En daarop werd naar het gemeentehuis gereden. Wij fietsten gauw naar het eind der gemeente, waar de Kon. afscheid nam v. d. burgemeester de hoed afzette, een autopet opzette, en een blauwe voile voordeed en zoo ging het naar Almelo en ‘t Loo terug. Mama zag de Kon. ook nog even ons huis voorbijgaan. Thuisgekomen gingen wij dadelijk weer naar ‘t Jagertje, met Zus en Saar theedrinken, maar er waren zooveel muggen dat we wel sigaretjes moesten opsteken.
Maandag 22 mei. (…) Vanmiddag kwam Mevr van Rechteren eene visite maken → Vanavond kwam er een briefje van A of we Vrijdag de fabriek kwamen zien en daarna bij zijn ouders eten. Pa schreef terug dat we Vrijdag verhinderd waren, maar dat Pa heel graag eens wou telegrapheeren om de fabriek te komen zien. ←
Dinsdag 23 mei 1905. Het was vandaag prachtig weer en dus besloten wij een fietstocht te doen. Om 1 uur reden Vic, Pa en ik uit en fietsten over Wierden, Enter, Goor naar Weldam. → Vic koesterde een stille hoop dat ze Mispel nog zou zien, maar we zagen hem niet. ← (…) Vanavond voor het eten vertrok Vic, → zij hoopte dat Mispelbloem bij haar in den twe coupé kwam zitten en wou daarom te Weerden verwisselen. In het heengaan is ook van Heino tot Weerden meegegaan. ←
Zondag 28 mei 1905. ‘t is verschrikkelijk warm vandaag , maar toch zijn Papa en ik nog even eene wandeling gaan maken. → Ik word zoo dun, net een Engelsche, ik heb bepaald “la taille fine.” Vanavond tenniste ik weer met de junioren → en maakte gekheid met J. Dikkers en Dick. ←
Woensdag 31 mei 1905. (…) Vanmiddag maakten Mama en ik eene visite bij Mevr. Tilanus, die echter niet thuis was, toen wij echter thuis waren, hield een rijtuig voor de deur stil, Diana had al niet thuis gegeven, maar toen Ma hoorde dat het Mevr.Tilanus was, is Mevr. toch ontvangen. Om kwart over 5 kwam Mien’s trein .→ ik vond het dol haar weer te zien; ze is erg aardig geworden en ziet er heel leuk uit, erg slank! ← Ongelukkigerwijze regende het, maar “s avonds werd het weer droog en zijn Mien en ik dus heerlijk in de laan gaan wandelen. → Ik vertelde haar van A, zij vond het erg interessant en was erg verbaasd, wij praatten er een heele tijd over. Zij is niet verliefd, maar komt ook heelemaal niet in de gelegenheid jongelui te zien, wel erg jammer voor haar!! ←
Donderdag 1 juni 1905. (…) wij gingen het Sluitersveld om. → en ik toonde haar ‘t huis van de T. en even daarna kwamen wij A en Fine tegen. Mien vond niet dat A er knap uit ziet, nu dat kan ik ook niet zeggen, maar leelijk is hij ook niet! ←
Vrijdag 2 juni 1905. (…) Jammer dat Mien op’t laatst zo’n kiespijn had. Vanavond gingen wij tennissen . → Gerard v.d.s. was er ook en ze waren heel veel samen, Mien was bepaald verliefd op hem en zei zelfs tegen mij: “Mia, als er ooit iets van komt, ben ik je mijn heele leven dankbaar!” Zij was zelfs jaloersch op mij omdat G. nogal veel met mij had gesproken. ← (…) Om 10 uur kwam er de Zwolsche Courant, gestuurd door Mr. en Mevr. Boll, waar instond dat Mr. Castendijk uit den Bosch benoemd was tot adv. Gen. te Arnhem en Mr .Tak in den Bosch benoemd was tot Adv. Gen. te Arnhem. We waren allemaal verontwaardigd dat Tak het in den Bosch geworden is, het is een gemeene streek; den Bosch is niet eens open geweest. ←
Zaterdag 3 juni 1905. Vanochtend in de brandende zon gingen wij met Zus, Gerard, Saar en Jan D. tennissen; ‘t was wel wat te warm, maar we hielden ook nogal eens pauze. → Daar Mien zoo graag met G. wou tennissen raadde ik expres verkeerd, zoodat ik met Jan moest spelen. Ook hebben G. en Mien een set samen gezeten, daar wij vieren speelden. ← (…) Vanavond gingen wij weer tennissen . → vond het niet meer zoo leuk daar G. zich meer met mij dan met haar occupeerde, hare liefde is aan het verflauwen!!! ← (…)
Zondag 4 juni 1905. (…) Na het eten kwam een brikje voor, dat ons naar Vriezenveen bracht, het regende wel een beetje, maar wij zaten heerlijk beschut. Wij gingen eerst het dorp rechts in; ik was daar ook nog niet geweest. We zagen er de R.K kerk, waarvan alleen de voorgevel nog maar staat ; daarna reden wij het hele dorp af tot aan de fabriek van Tilanus. Voor een herberg gebruikten wij thee en reden daarna weer terug; om 10 uur ongeveer waren wij weer thuis. → Vanavond vertelde Mien mij verschillende dingen, waar ik niets van wist, betreffende geboorten van kinderen; zij stond versteld over mijn onwetendheid. Ik ben heel blij dat M. mij dit alles verteld heeft. ←
Dinsdag 6 juni. → Zus en Saar zeuren hier een beetje voor het raam en plagen M. met Gerard, zeggende, dat hij weer uit Leiden is teruggekeerd, wat M. een oogenblik geloofde. ← (…)
7 juni: Vandaag regende het vreeselijk zoodat de verandah onderliep, Mien en ik gingen vandaag bij Saar tea-en, Zus was er ook.
Donderdag 8 juni 1905. (…) We hadden een heerlijk diner en na afloop hebben Mien en ik thee geschonken, waarbij wij een paar maal in een stikbui vervielen. → Mien en ik hadden vanavond ruzie, zij had beslist ongelijk en maakte het dan eindelijk ook weer goed. ←
Vrijdag 9 juni 1905. (…) Vanavond wandelden Mien en ik samen in de laan → en hielden diepzinnige gesprekken over de toekomst. ←
Vrijdag 16 juni 1905. Ik teade vandaag met Saar bij Mevr. v. Meeuwen, die toen ik zei, dat ze mij maar bij den naam moest noemen, dadelijk zei dat ik het haar ook maar moest doen, ze zei het ook tegen Saar, wat ik nogal gek vind, want ze is al 32. (…)
Zaterdag 17 juni 1905. Ik gevoelde mij niet goed vandaag, niet erg goed, zoodat ik tot mijn pianoles maar in bed bleef.
Zondag 18 juni 1905. (…) Vanavond tenniste ik. → Toen ik thuiskwam zat A er in de verandah, hij bleef zoo ongeveer tot half elf. Ik vind het toch zoo lam dat hij telkens komt. ←
Maandag 19 juni 1905. (…) Marie van Meeuwen teade hier vanmiddag en was weer vreeselijk aan het ratelen, Ma en ik konden er bijna niets tusschen zeggen. Ze had een heelemaal licht lila linnen pak aan, maar ‘t was bespottelijk kort.
Dinsdag 20 juni 1905. (…) Vanavond stond in de courant dat Mr’s Jacob uit Assen hier benoemd wordt. → Paula zond mij vandaag een apart briefje, waarin zij zei dat ze meer dan genoeg had van de Engelschen die ze lamme lui vond, waarmee je nooit eens een grapje kon hebben; ik ben het geheel met haar eens. Ze was ook woedend op Esser, die haar niet alleen naar Oxford wou laten gaan met Brinkie. ←
Donderdag 22 juni 1905. → Vanmorgen kreeg ik een doosje met prachtige rozen van A met een briefje waarin o.a. stond dat het eigen kweeksel was. We zeiden er niets van tegen Papa. Ik schreef hem een visitekaartje terug, dat ik hem wel bedankte. ← (…)
Vrijdag 23 Juni. (…) Chr. heeft eene Duitsche logee , die ze ook had meegebracht, ik sprak ook nog een tijdje met haar, maar vind het een vreeselijk vervelend schaap, typisch duitsch, erg dik en plomp en schwärmerisch. (…)
Zondag 25 Juni 1905. (…) Vanavond matchte ik weer tegen Toos en verloor 6-3 .→ bij het laatste gedeelte der match was Arnold gekomen en toen Dick, Wien, Henk en ik daarna nog 3 sets speelden, bleef hij aldoor kijken, Fine en het fatje Ben kwamen ook nog even zien, maar toen ze vroegen of A meeging, zei hij dat hij later wel zou komen. Onder het spelen had ik ook nog even gelegenheid om voor zijne rozen te bedanken; hij zei eerlijk genoeg, dat het niet eigen kweeksel was geweest. Toen wij naar huis gingen, bracht hij mij weg; bij het openen van een deur voor mij, zei ik “Dank u”. Ik zou dat u er nu maar aflaten, zei, waarop ik natuurlijk niets anders kon doen dan hem te zeggen mij maar bij den naam te noemen, wat hij heerlijk vond. Ik zei toen ook dat ik het anders wel eerder zou gezegd hebben, maar dat Papa in die opzichten nogal lastig was en stijf, zijnde uit een Utrechtse familie. Voor het raam stonden Pa en Ma; Pa vond het nat. erg vervelend dat hij mij naar huis bracht, maar zei er niets van; van het bij den naam noemen vertelde ik alleen aan Ma. Vanavond las ik een brief van Pa aan Ma, geschreven verleden jaar in Zwitserland (Lucern) een snoezige brief en Pa sprak ook zoo aardig over mij, ik heb den brief in mijn bureautje bewaard. ←
Maandag 26 juni 1905. (…) Vanavond was er weer een match (…) De prijs voor de heeren waren 2 beelderige Rozenburgsche vaasjes, voor de dames een pr. wit kristallen geslepen vaas. Ik vond het tamelijk jammer dat Bouman het won, daar hij zoo zeker van zijn zaak was. → A. was aldoor weer op ‘t veld. Ik schonk thee voor de verschillende heeren. Slingenberg kwam vanavond ook kijken en wou lid der club worden evenals A (dat doet hij nat. alleen voor mij, die ziel, want hij houdt niet van tennis). A. bracht mij vanavond ook weer naar huis en nu was ik eindelijk eens in de gelegenheid iets van zijn boek te zeggen. Hij vroeg of ik een ander Duitsch boek? kende en of hij het mij eens mocht leenen, ik zei “heel graag na Breda.” Ma en Pa zaten voorhuis toen hij mij wegbracht! Waar wij dan ook theedronken. Vandaag kreeg ik brieven van Irmgard en Mijnh. M. zei dat Fl. ook al wist van Kool; nat. door Adri, waar ze op ‘t oogenblik logeert. Ik ben woedend op Adri die zulke nonsens praatjes uitstrooit. ←
Dinsdag 27 juni 1905. 27 juni: → A. had mij gisteren gezegd dat hij vandaag naar A’dam ging, dus zagen Pa en Ma de kans schoon om vanavond daar een praatje te gaan maken. Wij hebben er heel gezellig gezeten; de fam. was vreeselijk aardig; wij kregen ook pr. rozen mee, daar ze Donderdag naar Zwitserland gaan. ←
Woensdag 28 juni 1905. → Vanmiddag na het eten zag ik opeens in den gang een groot gevaarte staan; tot mijn groote schrik bemerkte ik dat het een groote bloemenmand was van Corona uit Amsterdam. Pa en Ma kwamen er ook bij en gezamenlijk ontpakten wij het. Het was een beelderige bloemenmand, met roze en witte rozen anjelieren en groote roze strikken; op den bodem was een bed van witte rozen; het geheel was een waar prachtstuk! Nog voor het geheel uitgepakt was, zag ik er een brief tusschen bengelen die ik toen Pa het niet zag nog juist bijtijds in mijn zak kon doen glijden en later op zolder lezen. Er stond in, dat hij zoo blij was, dat ik mij door hem bij den naam wou laten noemen, dat hij mij daarom dit zond. Ik vond het allerellendigst en had den heelen dag al een bang voorgevoel gehad, dat er iets komen zou. ← Saar kwam mij daarop halen om mee te gaan tennissen, wat ik dan ook deed. Thuisgekomen vond ik Mr. s’ Jacob, die bij ons theedronk, een allervervelendste stijve snuiter! Om griezelig van te worden met zwart haar en baard, zwarte, lange gekleede jas, blauwe bril en zwarte handschoenen aan, net een doodgraver.
Donderdag 29 juni 1905. Om half 12 haalden Ma en ik Tante Jacque van den trein, die mij de eerste ogenblikken maar niet herkende. Ik vond Tante er wel wat dikker op geworden, maar ze beweerde dat ik dubbel zag. Ze was vreeselijk gezellig. ‘s Middags kwam er een heerlijk rijtuigje voor en toerden wij over Borne naar Delden, waar we Tante Twickel lieten zien, waar ze over uit was. Wij dronken daarna een kopje thee bij Hemmelder en verzonden ansichten aan Oom en Gerard. Over de nieuwe Bornebroeksche weg gingen wij weer terug, het was een heerlijke tocht. → Vanavond wist ik dat A. op tennis zou komen, dus ging ik erheen en hij zat er dan ook. In het teruggaan bracht hij mij naar huis en bedankte ik hem, maar zei erbij dat ik heusch liever niet had dat hij mij zulke pr. cadeaux gaf. Hij zei dat hij den mand nog niet gezien had, waarop ik vroeg of hij hem niet eens zien wou, wat hij heel graag wou doen, vooral toen ik zei dat Pa uit was. Ma en Tante zaten voor thee te drinken, dus troonde ik hem eerst mee naar binnen om hem den mand te laten zien. Ma was er ook bij en zei dat het veel te mooi was, waarop hij zei: “Kan ooit iets te mooi voor haar zijn?” Ik vond het nogal vervelend, dat Dina ook gezien had, dat ik hem mee naar binnen troonde, maar ze heeft het toch al lang in de gaten. Hij ging ook mee buiten zitten, gelukkig nogal met zijn rug naar de straat. Hij bleef tot een uur of tien waarop hij naar Vriezenveen terug peddelde. Tante vond hem erg aardig en Ma, Tante en ik hebben nog een heele tijd in de laan gewandeld en over hem gesproken. Ik zei nog aldoor dat ik heelemaal geen liefde voor hem had. Tante zei dat ze het dan mijn plicht vond hem alles te schrijven, omdat ik hem niet in de waan mag laten dat ik iets om hem geef. Ik vind dat Tante groot gelijk heeft en zoo hebben wij er nog een heele tijd over gepraat. ‘s Avonds ben ik toen begonnen den brief op te stellen. Arme T. ik heb erg meelij met hem! ←
Vrijdag 30 juni 1905. → Vanmorgen maakten Tante en ik den brief: Ma vond het ook het best ik kon doen. De brief luidt als volgt:
Donderdagavond 29 juni 1905.
Waarde T. Je zult wel verwonderd zijn een schrijven mij te ontvangen; de reden is dat ik je vanavond iets had willen zeggen, maar daartoe geen tijd kon vinden, daar wij elkander maar zoo kort alleen spraken. Ik zeide vanavond reeds dat ik liever niet had je mij zulke prachtige cadeaux zondt; ik meen dit ook oprecht want natuurlijk begrijp ik wel wat je met je cadeaux voorhebt en ik vind het zoo’n akelig idee dat je je dingen in het hoofd stelt, waarvan waarschijnlijk niets komen zal. Laat mij openhartig zijn, je zult begrijpen dat het niet is om je leed te doen, maar om je leed te besparen. Eene scheeve verhouding is voor ons beiden onaangenaam. Ik acht je hoog als mensch en als vriend, maar meer gevoel ik op ‘t oogenblik niet voor je; laat de zaak daarom rusten. Ziet men ons dikwijls met elkaar, dan zouden daaruit praatjes kunnen ontstaan die voor ons beiden onaangenaam zouden zijn. Doe mij het genoegen en laat dit schrijven geheel onder ons blijven; niemand weet er dan iets van en wij staan eerlijker tegenover elkaar. Na vriendelijke groeten.
Marie C.
Ik vond het wel wat griezelig deze op de post te doen, maar ik geloof toch dat dit verreweg het beste is. ← Tante, Ma en ik vertrokken na het eten(12 uur) dadelijk per trein naar de Lutte, waar wij heerlijk wandelden. Bij het kruisveld kwamen wij de freules van Beest tegen met nog een Juffr., die in het bosch zaten thee te drinken; wij maakten een praatje en gingen verder. Op de witte bank bij het Kruisveld aten wij onze kersen op. Ma en Tante hadden het vreeselijk warm en zetten de halsboord open. Ik zag toen freule van Beest aankomen, wat bij Tante een panische schrik verwekte, ik moest den boord weer toedoen, maar kon het niet doordat ik zoo vreeselijk lachen moest.
Zaterdag 1 juli 1905. (…) Aan het station te Breda wachtte Florence mij op, erg gezellig haar weer te zien! Wij waren vanmiddag op een buitenpartij gevraagd bij Jenny Hellendoorn, maar gelukkig had F het niet aangenomen, want het was ook stikkend warm. Wij dronken thee in den tuin. ‘s Middags at Henk Cremer hier en speelden wij nog een beetje piano na het eten. → Vanavond in bed heb ik F. alles verteld van T. en zij zei mij dat ze zooveel hield van Henri A’sten en dat ze niet zeker wist of hij van haar hield. Ze zei dat dit misschien wel zoo was, maar dat hij zich niet durfde declareeren, daar hij wel vooruit kon denken, dat het toch niet zou gaan 1e omdat hij naar de Post gaat 2e om finantieele redenen en 3e om familie exc. Zij heeft er niet met hare ouders over gesproken, noch met iemand anders. Ik vind het erg tragisch voor haar, vooral omdat ze van hem houdt. We hebben vanavond ontzettend lang nog gepraat. Het doet toch goed zoo alles met een beste vriendin te bespreken. ←
Zondag 2 juli 1905. (…) Vanmiddag at Floor van Heyst hier. Louis was er met de cadets op uit en at dus niet thuis. Fl .v. H .was nogal erg stil, tamelijk saai. Na het eten kwam Louis thuis; → hij maakte een erg aardige indruk op mij, heel vriendelijk en vroolijk ← Om 8 uur kwamen de verschillende gasten, de meisjes waren Bettie en Corrie Loder( ontzettend dik beiden, Louis zei , voor ze kwamen , dat hij bang was dat Betty door de stoel zou zakken, wat dan ook werkelijk plaats had een grote hilariteit verwekte, dan waren er ook nog Paul Begemann(het gele gevaar) en Fietje Bode, die zich, geloof ik, toelegde om geen stom woord te zeggen. (…)
Maandag 3 juli 1905. Vandaag was het de dag dat de Kon. en Prins Breda kwamen bezoeken. Het was prachtig weer en de stad was erg gezellig en mooi versierd. Om 12 uur kwamen de Kon. en Prins en reden dadelijk naar het Academieterrein, waar wij ook stonden. Eerst werden de Kon. en Pr. aan verschillende militairen voorgesteld, daarna ging H.M. langs alle cadets, die op een rij geschaard stonden en wie zij allen afzonderlijk aankeek. Daarop ging H.M.naar een Baldakijn, waaronder zij ging staan en de Revue voor zich liet passeeren, een bijzonder aardig gezicht, al die cadets die de paradepas uitvoerden. Ik stond vlak naast het tentje van de Kon. Hierop reikte H.M. verschillende ridderorden uit en verliet daarop het terrein om in het Academiegebouw, dat wij gisterenavond ook nog even van binnen zagen, te lunchen. (…) Hierop gingen wij naar het terrein terug om naar de Praktische Oefeningen der cadets te kijken. Eerst mochten wij het van achter een hek zien, maar later werden wij binnengelaten (het aantal dames dat de Pr. oef. mocht zien was zeer beperkt). Het was een heel aardig schouwspel. Men zag cadets met paarden over hekken springen, gymnastiesche oef. doen, een brug leggen, op stroozakken over de rivier zwemmen, watermijnen doen springen, over hindernissen klimmen, kanonnen afvuren etc. Een meisje aan de overkant viel in het water, waarop H.M. dadelijk liet informeeren hoe het met haar was, ze was er echter dadelijk weer uitgehaald. De Kon. ging ook vlak langs ons. Toen de Kon. weer vertrok, holden dadelijk cadets en toeschouwers naar de Uitgangspoort, waarop de Kon. onder daverende hoera’s vertrok. Mevr. Fl en ik gingen daarop naar huis, waar wij een glaasje limonade gebruikten en later de Kon zagen voorbijkomen op haar weg van het monument, dat in ’t Valkenberg door Haar onthuld werd naar het Begijnenhof, waar de Kon. de Begijnenrijst voorgezet werd, waarvan ze echter blijkbaar niet hield, want ze zei: “Men moet” dit zeker dikwijls eten om het lekker te vinden.” Later zagen wij de Kon. nog voorbijkomen in de Willemsstraat. Zij ging toen naar het Station en werd gevolgd door hollende en zeer enthousiaste cadets, die de Kon. bij den overweg nog eens toejuichten. Ook heeft de Kon voor de cadettensocieteit stilgehouden en heeft de Prins aangestooten om ook eens te kijken. De cadetten waren dan ook ontzettend geestdriftig. Louis at hier vanmiddag en na het eten gingen wij door de geïllumineerde en versierde straten en luisterden op de Markt naar de Muziek, waar de menschen bij hosten. Wij gingen daarna langs de Singel naar het Stationsplein, vanwaar Fl. Jettie, L. en ik met ons vieren arm in arm tot huis toe meehosten, ‘t was eenig!
Dinsdag 4 juli 1905. (…) Vanochtend vroeg vertrok L. al om gedetacheerd te worden in ‘t Kamp van Zeist, ik vond het nogal jammer dat hij wegging, want ik mag hem graag en hij brengt erg veel vroolijkheid mee; ‘t is een echt type! ←
Woensdag 5 juli 1905. (…) Osten at hier vanmiddag, bij het dessert speechte Mr. v. R. hem toe waarop hij bijzonder aardig op antwoordde → Hij uitte zijn dankbaarheid voor alles wat de fam. v. R. voor hem gedaan had en zei o.a. ook dat Mr. en Mevr. de plaats haast hadden ingenomen van zijn Vader en Moeder, die gestorven zijn. ←
Donderdag 6 juli 1905. (…) Vanavond dronk Osten hier weer thee en kwam Kasteelen uit Utrecht ook even afscheid nemen, een knap gezicht! → Osten nam vandaag voor een heele tijd afscheid wat F. erg naar vond. Ze zei dat hij haar bij ‘t afscheid wat langer had aangezien dan gewoonlijk. Arme Flor. ←
Vrijdag 7 juli 1905. (…) Lily Geyse was ook naar de Leidsche Maskerade geweest, waarvan zij verscheidene ansichten en photo’s van liet zien. → o.a. zag ik een paar maal photo’s van Bosch van Rosenthal, een aardig gezicht is dat toch! Ik hoorde dat men nu al weer zeide van een ander meisje waarmee hij geengageerd was dat is al no. 4. wat een flirt! ← (…)
Maandag 10 juli 1905. (…) Vanmorgen lieten F. en ik ons bij Hoogboom kieken in een allervuilst atelier, maar de kieken kostten dan ook maar 1 dubb. per stuk, de vent zelf was ook zoo smerig. Hierna gingen wij per tram naar Bep Brevet, die we echter niet thuis troffen. Wij gingen daarop op de Markt taartjes eten en toen wij thuiskwamen vond ik Ma’s brief. → Die brief maakte mij weer heel naar, want Ma herinnerde mij opnieuw aan Tilanus. Ma scheef ook dat ze er zoo’n vreeselijke spijt van had dat ik dien brief verzonden had, nu, ik heb er heelemaal geen spijt van, maar voel mij verlicht, want nu weet hij waar ‘t op staat en kan hij mij dus later niet voor een coquette uitmaken. Ik vind het echter heel naar voor hem. ← Betty Loder en Jenny Hellendoorn teaden bij ons, wij zaten in den tuin. → maar ik was altijd met mijn gedachten bij hem. ←
Donderdag 13 juli 1905. Vanmorgen ontving ik een brfkrt v. Irmg, dat ze den 29 sten kwam, erg gezellig!
Ik voelde mij vandaag niets goed, zoodat ik vanochtend maar weer in bed kroop en om half 2 opstond, geheel beter.
Vrijdag 14 juli 1905. F. ging vanochtend naar Hoogeboom om de kiekjes te halen, die zij monsterlijk vond. H ten zeerste verontwaardigd dat men het geen “kunst-laatje ”vond F had de 50 ct al neergelegd, maar toen H. eindelijk zei dat dit kunstpl. hem wel 50 ct waard was en dat F. het niet hoefde te nemen, zei F. dat dat goed was streek heel kalm de 5 dubb. weer op en vertrok. Nu staan wij daar geëtaleerd vlak voor het raam en in een mooi lijstje! Wij gaven het echter nog niet op en stevenden vanmiddag naar photograaf No 2, waar wij ook nog een giechelbui hadden, hetgeen wel wat aan onze waardigheid afdeed.
Zaterdag 15 juli 1905. Irmg. schrijft ze niet kan komen, een groote teleurstelling voor mij en haar spijt het ook vreeselijk. (…) Vanmiddag aan het eten kwam Mr. R. onverwachts → ik kreeg ook een kus van hem. Iedereen dacht dat Louis ook zou komen; hij had het ook aangevraagd, maar mocht niet, daar hij de week had; wel jammer, want hij brengt altijd erg veel vroolijkheid mee. ← (…) Toen ik vanavond naar boven ging → werd F. zoo geheimzinnig teruggeroepen en bleef een heele tijd weg. Toen ze weer bovenkwam, deed zij ook zoo’n beetje vreemd, zoodat ik heel goed merkte dat er iets was. Ik vroeg haar toen of ik het weten mocht, waarop zij het even ging vragen en met een toestemmend antwoord terugkwam. Ze vertelde mij toen dat Mevr. v. R. van Mevr. Cramer een brief had gekregen, waarin stond dat Henri Osten Mevr. C. had gevraagd om Mevr. v. R. eens te polsen over hoe zij zou denken over een huwelijk tusschen hem en F. F. die wel dacht dat hij haar aardig vond, vind het toch vreeselijk dat het zoo ver gekomen is. Ze houdt wel van Henri, maar begrijpt dat het toch niet zou gaan. 1e heeft hij geen sou 2e is de familie verre van schitterend 3e ziet zij niet tegen hem op, geen achting genoeg. 4e is hij ook geen licht, en al deze dingen bij elkaar, maken een huwelijk vooral voor hem. Haare ouders denken dat ze niet van hem houdt, want ze heeft het er nooit met hen over gehad, maar zij houdt wel van hem. Wat een last toch om alles precies te krijgen, zooals men het hebben wil het is onbereikbaar! Ik heb F. de geheimtaal geleerd, zoodat wij daarin samen over onze ongelukkige liefde kunnen correspondeeren. ←
16 juli: (…) Na het eten zaten wij in den tuin en hadden F. en ik nog een heel gesprek → over Osten en mijn vriend. ← Oom bracht ons vanavond nog even weg tot ‘t Valkenberg.
Maandag 17 juli (…) Na het eten maakten Papa en Paula eene wandeling en liepen Mama en ik een beetje in de laan op en neer. → Wij hadden het aldoor over T. en Ma zei het haar toch zoo vreeselijk speet dat ik ooit dien brief geschreven had, maar mij spijt het niet. ←
8-30 juli 1905. Ik heb mijn dagboek niet goed bij kunnen houden, maar wil nog opschrijven hetgeen ik mij nu (15 aug) nog herinner. Juffr .v. Baumhauer logeerde bij ons vanaf den 25 sten, het was erg gezellig. Een keer zijn wij o.a. naar Delden geweest per rijtuig. → Ma heeft al deze tijd erg veel met mij over A gesproken en mij wel wat geinfluenceerd, want nu denk ik weer geheel anders over hem en stel mij zelfs een engagement voor! 23 juli was Hetty jarig en gingen wij ‘s avonds met de fam. Dikkers en Saar per rijtuig naar het Meulebelt. Wij kwamen toen ook langs de T’s, waarvan de 2 heeren in den tuin liepen en ons groetten. Mevr. D. zei toen: “We konden A en Ben er ook wel bijvragen”, maar gelukkig deed zij het niet. Ik kreeg zoo’n schrik! A is ‘s avonds toen naar ons toegeweest om te vragen of hij een onderhoud met mij mocht hebben (om dat briefje) Mr. Boll at bij ons, zoodat toen hij kwam, hij Ma alleen aantrof, daar Pa en Mr. boven waren. Ma was erg vriendelijk tegen hem. Later kwamen Pa en Mr. naar beneden, maar Mr. ging gauw weg naar Mevr., die in het Diaconessenhuis is. Hij vroeg toen om het onderhoud, wat Pa en Ma toestonden, maar Pa zei, dat hij maar niet te veel hoop moest hebben, waarop hij antwoordde: “Och nee, ik kan me wel begrijpen, dat ze niet van mij houdt, maar ik zou zoo graag willen dat ze een beetje van me hield.” Arme stakkerd, wat heb ik nu, nu ik dit schrijf (15 aug) een meelij met hem! Toen hij wegging, liet Pa hem uit en zei dat Pa hem wel zou schrijven aangaande het onderhoud. A maakte ook nog zijn excuus over den brief, dien hij Pa had gezonden en waarin hij had gezegd, dat Pa mij zeker gepousseerd dien brief te schrijven. Ik kan mij wel begrijpen dat hij dit dacht, want bijzonder vriendelijk is Pa niet tegen hem geweest en stijf om hem nog altijd Mr. T. te noemen. 25 juli is Ma toen naar Mevr. T. geweest (Ma moest er toch heen om haar weer te verwelkomen na hare reis in Zwitserland; Ma trof Mevr. alleen en is toen over A en mij gaan spreken, zeggende dat zij het heel aardig zou vinden als alles tusschen ons weer goed ging en Mevr. was van dezelfde opinie zei ze mij zoo aardig vond. Ook zei Mevr. dat A de laatste keer zoo blij was geweest Ma eerst alleen aan te treffen. ←
Zaterdag 5 aug. 1905. → Vanmiddag maakten P. en ik eene visite bij de T. maar troffen Guli alleen aan; zij was heel aardig en wij dronken heel gezellig thee op haar kamer. Bij het weggaan knikte Mevr. die voor het raam zat ons heel vriendelijk toe. Ma hoorde vanavond van Pa, dat Pa A had moeten schrijven voor dat onderhoud: We hadden al niet begrepen waarom A. niet schreef maar nu begrepen wij het. Ik was eerst erg verontwaardigd op Pa dat hij er ons niets van gezegd had. Pa is er erg tegen, dus zal ik mij dit maar weer uit het hoofd zetten, wat mij nu nogal gemakkelijk valt, daar ik nog niet van hem houd. ←
Zondag 6 aug 1905. → Vanmiddag na de koffie, ging ik naar Pa toe op zijn kamer om nog eens over T. te spreken. Het eind was dat Pa hem een brief schreef, waarin stond dat het Pa wel speet hem te moeten schrijven dat hij maar van dit onderhoud moest bezien, want dat het toch niet tot het gewenschte resultaat zou leiden. Ik ben nu ook met het denkbeeld verzoend, want die tricotzaak vind ik toch ook een heel ding en daarbij lijkt hij me ook niet heel snugger tenminste naar zijn brieven te oordelen die in zoo’n rare stijl geschreven zijn. Arme jongen, ik heb erg meelij met hem en heb dan ook gevraagd aan Pa hem dit briefje zoo vriendelijk mogelijk te schrijven. Vanmiddag gingen Paula en ik visites maken bij Mevr. Bouman en Juffr. van Haaften. Juffr. v. H. inviteerde mij om mee naar Bentheim te gaan a.s. Zondag met een groot gezelschap, ontzettend leuk! Ze noemde ook A. op en ik kreeg al een schrik om ‘t hart, wie ik vroeg om er met Juffr. v. H. over te spreken want die weet er alles van; Ma beloofde het te doen en sprak erover maar de Juffr. zei dat ze niet kon nalaten hem te vragen en dat ik hem toch wel eens zou zien. ← (…)
Maandag 7 aug 1905. Paula en ik tennisten vanavond en speelden 6-4 voor P .6-1 voor mij → Arme A. heeft den brief, ook geen prettig begin van de week voor hem. ←
Woensdag 9 aug 1905. (…) Vanavond zaten Ma en ik heel gemoedelijk in de verandah kousen te mazen, toen Ma zich opeens herinnerde dat het wel kon zijn dat Mr. en Mevr. ’s Jacob hier kwamen theedrinken. Ma had ze door Pa laten vragen, maar er verder niets meer over gehoord. Toen Pa dus van zijne wandeling thuiskwam, zeide Pa dat ze kwamen, zoodat we alles in aller ijl in orde brachten en ons nog gauw even verkleedden, juist nog op tijd. Mevr.was wel aardig, hij een stijve klaas. Ze bleven maar tot kwart na 9.
Donderdag 10 aug 1905. Vandaag zag ik niets dan snijbonen, 2500 moesten er ingemaakt worden! (…)
Zondag 20 aug 1905. (…) Het regende telkens, maar toch gingen Pa en Mr. Dikkers naar Schuttorf wandelen, terwijl wij tennissen gingen kijken en daarna ook nog wat gingen wandelen, Paula met A. , Dick v .d. S .en Dick Dull en Lila en Hetty en ik samen in het bosch. → Om half [?] kwam er weer een trein uit Almelo; wij gingen met ons zevenen naar het station om te zien wie zouden komen, maar hoe groot was mijn schrik toen ik er alleen Arnold uit zag komen. Wij wandelden dus terug naar het Kurhaus, waar al spoedig het dansen begon. Al die tijd van te voren had A al telkens naar mij gekeken en vruchtelooze pogingen gedaan om naast mij te komen loopen. De eerste dans had ik maar bij de 2e dans vroeg hij mij dadelijk (hij zat ook naast mij aan het bowl tafeltje) nauwelijks was de dans begonnen of hij vroeg mij al, waarom hij dat briefje van Pa moest ontvangen, ik zei dat ik hem dat later wel zou uitleggen. Hij vroeg mij toen of hij in het teruggaan met mij mocht loopen naar het station, wat ik toestond. Na de 3e dans was het souper waarbij hij dadelijk naast mij ging zitten, Ma zat tegenover hem. Na het souper danste ik weer met hem, waarop iedereen naar buiten liep (het was heerlijk zacht weer met maneschijn). Natuurlijk begon hij er dadelijk over en vroeg weer naar dien brief. Ik zei dat ik er alles van afwist en dat Papa zoo tegen een jong eng. was, dat ik mij met Pa’s besluit maar heb vereenigd. Hij vond nat. niet dat wij te jong waren en zei dat hij toch zooveel van mij hield al op het eerste gezicht nu 2 jaar geleden. Ik zei weer dat ik hem heel erg graag mocht als vriend, maar niet genoeg voor hem voelde voor een eng. Hij zeide toen dat een eng. juist de goede manier was voor een kennismaking, maar ik zei dat ik dit al een heele stap vond. Ook vroeg hij of er misschien een ander tusschen ons was, wat ik ontkende. Hierop gingen wij naar binnen om weer te dansen, bijna elke dans met hem, toen weer naar buiten. Dadelijk begon hij weer opnieuw zijn zaak te bepleiten, zeggende dat wij niets verder kwamen op de manier, waarop wij tot nu toe hadden kennisgemaakt, wat ik nat. toe moest staan, dat het zooveel gezelliger zou zijn wanneer we telkens bij elkaar kwamen aanloopen. Hij was tot tranen toe bewogen en toen hij eindelijk sprak over een stil eng. en of hij er morgen avond met Pa over mocht komen spreken, was ik geheel onder zijn invloed en was zoo zwak ofschoon aarzelend “ja” te zeggen. Hij drukte mijn hand zoo hard als hij kon uit blijdschap, maar ik had o zoo’n spijt er al dadelijk van. Weer gingen wij daar de zaal terug. Paula en A. waren zoek. Ik zei ze te willen zoeken, maar ging gauw naar boven, naar de zekere om over ‘t gebeurde na te denken; ik had spijt als haren op mijn hoofd, besloot het hem te zeggen, ging weer naar beneden waar intusschen Paula en A. teruggekomen waren, gevonden door Arnold. Nog eenige dansen, toen naar huis. Pa zocht Pau en mij overal, maar ik zorgde wel met A. achter te blijven, want ik wilde hem spreken. Langs het beroemde verliefde laantje gingen wij dus naar het station en daar zei ik hem dat ik toch maar liever niet had, dat hij er met Pa over kwam spreken. Hij vroeg toen of hij mij naar den Haag mocht schrijven, wat ik toestond, ik gaf mijn adres op wat hij op zijn manchet krabbelde. Jan Peetf. Met ons vijven zaten wij in het teruggaan in een coupé voor 3 k. l. Arn. A. Dick Dull, P. en ik. A was op zijn manier verliefd van P. en wou naast haar zitten, maar Arn. bleef kalm zitten. Te Almelo aangekomen bracht Arn. ons naar huis. Ik zei haast niets van ‘t gebeurde aan Ma om haar niet zenuwachtig te maken, maar vertelde Pau van de correspondentie. ←
Maandag 21 aug. 1905. Ik had hoofdpijn vandaag en ging daarom vanmiddag maar tot vier uur naar bed. Vanmorgen pakten Mama en ik de koffer → en vertelde ik Ma van de Corr. maar niet dat ik eerst een eng. toestond. Ik heb nu erge spijt hem hoop te hebben gegeven. ← Ik kreeg vandaag een brief van Florence, → die erg schrijft over Henri Osten. ←(…)
Dinsdag 22 aug. 1905. Vanmorgen vroeg vertrok ik naar Den Haag en bracht mijne tijd in den trein door met het lezen in Quo Vadis. Om 1 uur ongeveer kwam ik te ‘s Hage aan en werd afgehaald door Mevr. Quarles, die mij dadelijk kende aan de gelijkenis met Ma, verder door Saar, Dolly en Gustaaf. Thuisgekomen maakte ik kennis met Mevr. D’Escury, Mr. Quarles, Miss Burns en Heleentje. Ik voelde mij dadelijk op mijn gemak en vond ze allen erg aardig en Mevr. erg vroolijk. Vanmiddag gingen Saar, Miss Burns en ik naar een orgelconcert in de kerk, ik kreeg er nogal slaap van. Thuisgekomen hadden we thee in de verandah en maakte ik kennis met freule Quarles, → een type, heel vroolijk, maar erg overdreven. ← Vanavond na het eten gingen Mr. Saar, Dolly en ik nog even winkels bekijken en toen wij weer thuiskwamen, waren Mevr en zoonlief v Heerdt er. Saar, zoonlief en ik gingen daarop een partijtje whisten, Saar en ik samen en hij alleen. Ik vond hem een vreeselijke zeurpot, zoo saai en vervelend en bedacht zich een half uur voor hij speelde → Ik had om 6 uur zoowat een brief van Arnold gekregen, maar was niet eerder in de gelegenheid hem te lezen, dan ‘s avonds bij het naar bed gaan, maar daar Saar en Dolly naast mij sliepen, moest ik eerst nog wachten tot het [?] uit was en de tusschen deur dicht. Toen stak ik een kaars aan en las den brief vol liefdesbetuigingen, die mij door de ziel sneden. Ik was van plan dadelijk terug te schrijven en begon nog aan een brief dienzelfden avond en besloot hem den volgenden dag direct te verzenden. ←
23 augustus: → Vanmorgen bij het ontbijt, was het eerste wat ik zag weer een brief van Arnold. Mevr. zei dat ik hem maar moest lezen, waarop ik met het gewoonste gezicht zijn brief moest lezen. In mijn haast om hem maar gauw te eindigen, las ik nog verkeerd. Hij schreef n.l. dat hij mij graag bloemen vanuit Amsterdam zou willen zenden en ik dacht dat hij ze wou zenden en zat bij mijzelf al foefjes te bedenken, van wie ik zou kunnen zeggen dat ze waren, maar toen ik een poosje later den brief nog eens kalm overlas zag ik wat er stond en voelde meer verlicht. Ik besloot echter dadelijk terug te schrijven en schreef het volgende: Beste Arnold, Gisterenavond en vanmorgen ontving ik brieven, die ik dadelijk beantwoorden wil; je brief heeft mij een slapelooze nacht bezorgd daar ik mij nu zoo verwijt dat ik ooit die correspondentie heb toegestaan, want zonder het te willen, schijn ik toch weer hoop gegeven te hebben. Toen ik dien avond uit A. terugkwam, was ik heel blij je gesproken te hebben en meende dat je nu wel begreep hoe mijne gevoelens ten opzichte van je waren; ik herhaal je nogmaals dat ik je erg graag mag als vriend, ik vind het altijd heel prettig met je te praten, maar heusch A. aan een eng. denk ik nog niet. Ik heb het je Zondag ook gezegd en blijf er bij dat ik vind dat een eng. al een heele stap is, die men niet zoo lichtvaardig aan mag gaan. Ik stel je liefde erg op prijs, maar ik kan toch mijne gevoelens niet veranderen en ik weet dat ik niet genoeg liefde voor je heb om tot een eng. te besluiten [?]. is maar een oogenblik zei ik, dat ik het goed vond je met P kwam spreken, maar A, je weet niet hoe ‘n spijt ik het volg. oogenbl. al had. Ik heb je gelukkig nog kunnen zeggen het niet te doen. Ik verwijt het mijzelf toch zoo dat ik je dit onderhoud, al was het maar een oogenbl. toestond, maar ik was toen even geheel door je geïnfluenceerd en toen ik er even daarna over nadacht, was ik woedend op mijzelf. Je vroeg mij wat ik er P. en M. over had verteld, nu van de corr. heb ik niets gezegd. Ik zei wel dat wij er samen over gesproken hadden en besloten hadden alles zoo te laten blijven zooals het was. Doe mij toch het pleizier en ga niet weer naar P en M en schrijf ook niet over het geval. Jijzelf vindt immers ook dat het voor P zoo moeilijk is te beslissen. P. en M. vinden dat ik het zelf moet weten en heusch A het spijt mij vreeselijk het je te moeten zeggen maar ik wou maar liever dat je na mij bezag, ik gevoel niet genoeg voor je en geloof ook niet dat dit later zal komen. Waarom kunnen wij geen goede vrienden blijven, zonder een eng.? Ik heb je nu toch zoo duidelijk alles uitgelegd, toe maak het mij nu niet meer zoo moeilijk! Ik vertrouw erop dat je dezen brief niemand laat lezen en schrijf dus niets over dit alles aan P. en M. Met mijne beste wenschen en mijn vriendschap, blijf ik steeds gaarne je je toegenegene vriendin, M. _ ‘t Was een pak van mijn hart toen deze brief in de bus was. ← (…)
Vrijdag 25 aug. 1905. (…) Wij gingen vanavond naar het Kurhaus, waar een heel mooi symphonie Concert werd gegeven. Ik ontdekte vlak bij ons Mevr. Cathrien en Julius ten Cate wie ik in de Pauze even aansprak. → Toen wij thuiskwamen, was er weer een brief van A. waarmee ik echter moest wachten om te lezen. Toen las ik hem bij een kaars het was een snoezigen brief, waarin hij schreef dat, nu ik het toch zoo graag wou, hij mij niet meer lastig zou vallen, maar dat hij zijne gevoelens natuurlijk niet veranderen kon en hem dit veel kostte. Arme ziel! Veel geruster kon ik nu echter slapen. ←
28 augustus: → Vanmorgen schreef ik nog eens voor een laatste keer aan A, want ik wou hem nog even voor zijn vriendelijk schrijven bedanken. Ik schreef het volgende: B. A. Op je laatsten brief wil je even antwoorden om je nog eens te zeggen, dat je brief mij heel veel plezier deed en ik het heel aardig van je vond en heel blij ben dat je mijn brief zoo goed hebt opgenomen! Het zal mij altijd een pleizier doen je te zien en met je te praten; van stijfheid is nat. heelemaal niet de [?]; Ik ben heel blij wij nu zulke goede vrienden blijven. (Verder schreef ik nog eenige banaliteiten inhoudende wat ik zooal in den Haag uitvoerde en eindigde:) Nu dag A, het ga je goed: Na hartelijke groeten, blijf ik je je toeg. vriendin, M._ En daarmee is het uit met mijn eerste tragische liefdesgeschiedenis. ← Hierna schreef ik een langen brief aan Florence, waarin ik haar → veel bam alles vertelde naar lang niet alles. ← (…)
1 september: (…) Royer met wie wij in den tuin een spiegelspel deden, ik → vond niet veel aan de jongelui, nog zulke jochies, echt voor Saar! ← (…)
Zondag 10 sept 1905. Mien en ik zouden vandaag naar de kerk gaan en dan naar Miss. Esser, maar daar ik mij niet goed voelde, bleef ik tot 1 uur in bed terwijl Mien even naar Miss E. ging om te zeggen dat ik niet komen kon. Toen ik opstond ben ik een beetje bij Mevr. in de salon gaan handwerken, terwijl Mr. Mien, Han en Emmy v. Doorninck gingen wandelen. Om half 5 kwam Meet en hadden wij eerst thee op Mien’s kamer, terwijl Mien Booy om half 7 kwam. Na ‘t eten zaten wij eerst nog wat in de salon en daarna speelde ik verscheidene mopjes op de piano uit mijn hoofd. → Toen de meisjes weg waren, was ik alleen met Mijnheer en had nogal een penible gesprek. ←
12 september: (…) Na ‘t eten musiceerden wij weer, o.a. phantaseerde Mr. P.V. op de piano. → (ik kon het niet mooi vinden!) ←
Dinsdag 13 sept 1905. (…) Hierop gingen wij weer huischwaarts en kwam Ludolf Wentholt, een jongen uit Groningen eten, ‘t was erg vroolijk en prettig aan tafel en na ‘t eten liepen wij de Kalverstraat nog wat op en neer voor dat Mevr. en de jongens mij weer wegbrachten naar de tram van kwart over 9. → Toen wij zoo in de Kalverstraat liepen, zag ik ook de prachtige winkel van Corona waarvan hij mij altijd bloemen stuurde; ik kreeg er een hartklopping van en nog een andere toen ik overal reclames zag van Jansen en T. ← (…)
Zaterdag 23 sept 1905. Vanmiddag tennisten we weer met Jan → Ma wou vandaag met alle geweld weten wat A mij geschreven had, maar ik heb de brieven niet laten lezen, daar ik geloof dat het vrij wat beter is ze vooreerst nog niet voor te lezen, want ik weet zeker dat Ma het zich zal aantrekken, dat ik eerst “ja” gezegd heb. Ma vond het niet aardig van mij, erg gesloten, maar ik zei, dat ik het voor haar eigen bestwil deed; Ma maakte er zich anders maar zenuwachtig over. ←
Woensdag 27 sept 1905. Om 11 uur vanochtend togen Papa, P. en ik op onze stalen rossen die beladen waren met boterhammen. Wij fietsten eerst naar Vasse en Mander en naar Uhlsen. Bij de duitsche douanen wilden ze perse weten wat er in de mandjes zat, al schreeuwde ik nog zoo van Brotchen, Apfel und Eier, ze werden opengemaakt en nat. niets anders in gevonden, zoodat de dikke Mof ons liet passeeren. Het was een prachtige schilderachtige weg naar Uhlsen, op een plaats leek het wel een beetje op een miniatuur Zwitserland met de al aardig hooge bergen, waar beneden aan een troep schapen graasden. Aan den kant van den weg aten wij onze proviand op en vervolgden onze weg door Uhlsen naar Neuhaus, een typisch duitsch plaatsje, het begon daar al een beetje te motregenen, wat eindigde in een flinke stortbui, waarin wij naar Lagen fietsten, een dorpje heel mooi gelegen. Wij bezochten er de ruïne, die behoort aan den Graaf van Heekeren. De ruïne was erg vervallen en prachtig met klimop begroeid, enkele boomen groeien zelfs door den steen heen. In een gietenden regen reden wij daarop naar Ootmarsum, waar de mist ons het uitzicht benam. Wij werden steeds natter en vuiler , ik had een linnen japon van P. aan met een roode das en blauwe [?]. En regende niets dan roode en blauwe druppeltjes, onze kleren kleefden aan ons vast, zoodat het trappen steeds zwaarder werd.
Papa was van onder tot boven bespat, mijn rok was roetzwart van onderen en P. zag er niet veel beter uit. Zoo trapten wij door naar Albergen en gingen toen door de heide naar het eind van de laan en zoo naar huis, maar hoe meer wij Almelo naderden, hoe droger het werd. De menschen die wij tegenkwamen dachten dat wij in’t water gezeten hadden, want hier had het niet geregend. Thuisgekomen moesten wij ons geheel verkleeden en aan Ma zeiden wij ook al dat wij kopje onder waren geweest.
Vrijdag 6 oct 1905. Wij hadden vandaag de eerste handwerkles van Juffr. Wilkes, die nogal saai was en waarbij we leerden stukjes in te zetten op de machine en met de hand. Toen zij wegging, liet Ma haar ons wapenscherm zien, waarop zij ons in een fou-rire bracht door de kalkoen “die kip of dat beest” te noemen.
15 october: (…) Mevr. v.d. Wilke dronk hier vanmiddag een kopje thee → en toen ik daar zoo zat, zag ik Mevr. T. voorbijgaan met A, die erg keek, maar zag mij niet. ←
Dinsdag 17 oct 1905. Paula en ik teaden vanmiddag bij Tine, die ons o. a. vertelde zij en haren man een Eng. meisje zochten, dat tegen overtochtskosten een maand bij hen zou willen logeeren. P en ik dachten nat. dadelijk aan Brinkie en waren er vol van. Mr. G.en Tine wilden graag dat wij het haar eens vroegen, waarop wij na tafel haar beiden direct een opgevouwen brief schreven, waarin wij haar het voorstel deden haar nat. goed pressende om toch te komen en dadelijk te antwoorden.
Woensdag 18 oct 1905. → Toen Ma, P. en ik vanmiddag wandelden, kwamen wij A bij de brug bij ‘t Eiland tegen. ‘t Was de eerste keer wij elkander zagen na mijn brief. ←
Zaterdag 21 oct 1905. (…) Den heelen ochtend ben ik bezig geweest met een blouse te fabriceeren uit een gordijn!! We kregen vanmiddag het antwoord van Brinkie, maar zooals wij al gevreesd hadden, kon zij het niet doen, daar zij al over een andere betrekk. aan ‘t correspondeeren was, ze vond het zelf ook zoo vreeselijk jammer. Wij gingen dadelijk naar Tine, troffen haar echter niet thuis en schreven nog samen een brief terug of ze die betrekk. dan niet na Paschen kon aannemen. (…)
Zondag 22 oct 1905 (…) → A is vandaag op de receptie van Ben en Lile; ik moest er den heelen dag aan denken. ←
Dinsdag 24 oct 1905. → P. en ik wandelden vanmiddag langs ‘t Kanaal en zagen A op de brug, die ons groette. M. en P. maakten vandaag eene visite bij de T. voor B’s eng. zij zagen A. ook. ←
Woensdag 25 oct 1905. Met Juffr v. Haaften, Mevr. Blecourt, Guli en Fine hielp ik vandaag mee met het verkopen voor Tesselschade in Hotel [?]terd. ‘t Was nogal leuk en er waren veel koopsters. → Mevr. T. kocht ook veel bij me en was snoezig lief tegen mij. ←
Zaterdag 27 oct 1905. Papa ging vandaag naar Deventer naar de begrafenis van Mr. Vos de Wael, die voor de 2e keer begraven werd, geheel op kath. wijze natuurlijk. Ma en ik wandelden vanmiddag met Juffr. Dikkers ‘t Sluiterveld om. Geertrui teade vanmiddag bij ons, ‘t is een kolos! → Toen P. Geertrui vanmorgen vroeg, zei Mevr. sprekende over Guli en Fine: M’s schoonzusters hè? P. ging er niet op in. ←
Maandag 29 oct 1905. → P. en ik gingen vanmiddag eene visite maken aan Gile Staring. P. dacht dat ze achter ons liepen, waarop wij hard doorstapten en eerst eene visite maakten bij Mevr. v. Meeuwen, die niet thuis was. Ik zeurde expres wat met mijn kaartje om A en Gile te laten passeeren. Daarop gingen wij naar hun en kwamen zij ons weer tegemoet. A stelde ons voor en toen gingen wij naar binnen, waar ‘t eerst wel wat penible was. A. zat naast mij en ‘t was de eerste keer dat ik hem weer sprak. Hierop kwam Mevr. binnen en daarop ook Guli; het gesprek vlottte toen beter en ik vond A. erg, erg aardig, ja het was voor het eerst dat hij zoo’n indruk op mij maakte. Mevr. G. en C. gingen bij Juffr. Dikkers theedrinken, zoodat wij zoo ver meegingen. A. gaf mij erg hartelijk en lang de hand! Ik vertelde alles aan Ma, die blij was ik het haar zei maar ook zei dat ze er zich niet weer in wou mengen. A is 3 weken lang thuis geweest, daar hij zich op de fabriek had overwerkt. Of om mij? ←
Woensdag 1 nov. 1905. → Ma en ik fietsen naar ‘t Eind van de laan en toekomst en hadden het, aldoor over A. ← (…) Vanmiddag was het diner bij Mevr. Janninkm ik had mijn wit voile japon aan met kanten stuk. (…) Het was bijzonder gezellig vooral Mr. G. was zeer spraakzaam. Het diner was ook heel mooi en begon met oesters en champy en eindigde met ijs → Papa was zeer gecharmeerd van Mevr. Sch. die er dan ook beelderig uitzag in een fraise kleurige japon. Ze praatte erg Duitsch-Hollandsch. ← (…)
Donderdag 2 Nov. 1905. Vanmiddag wandelden Papa, Pau en ik de Erve Pezie om. Fine, Guli en ci[?] Staring teaden bij ons in ons kamertje. ‘t Was heel gezellig! → De bloemenmand die ik van A had gekregen, had ik expres in ons kamertje weer gezet, denkende dat ze het hem dan wel zouden vertellen. Vragen of hij weer beter was, vond ik geen gelegenheid toe, wat achteraf maar beter geweest is dat ik gedaan heb [?] ←
Vrijdag 3 nov. 1905. → Ma en ik wandelen vanmiddag ‘t Sluisveld om, altijd weer sprekende over, aan wien ik nu steeds denk. ← Vandaag hoorden we definitief dat Brinkie niet kan komen, erg jammer.
Maandag 6 nov. 1905. Coba teade bij ons (de fransche krans begonnen) eerst lazen wij Sapho van Daudet, maar toen Ma dat hoorde, wilde zij het niet hebben, zoodat we toen maar aan een ander boek begonnen zijn: l’Evangeliste van Daudet. (…)
Dinsdag 7 nov 1905. Vanmorgen hadden wij de 1e les van Juffr. Verhaar uit Deventer. Vanmiddag was Mevr. Tilanus op thee. → die echter nergens over sprak, dus Ma ook niet. ← (…)
Vrijdag 10 nov 1905. Tine komt vanochtend met Wimpje lekkers halen, ik voelde me niet goed.
Zondag 12 nov. 1905. Met Papa maakte ik eene visite bij de Jannink die uit waren. → Ik zag vandaag A. met zijn vader voorbijkomen. ← (…)
















































































