5 september 1902 – 10 januari 1904

1903 begint bij 1 augustus

Zaterdag 1 augustus 1903 → Eindelijk is dan de langverwachte dag aangebroken vannacht kon ik haast niet slapen, zoo gelukkig voel ik mij. Om 2 uur kwam het telegram dat ze kwamen; Geholpen door Gredy versierde ik P’s kamer en daarna kleedde ik mij gauw aan. De anderen gingen naar de Rachij en inplaas van om 4 uur te vertrekken, ging ik al om kwart over drie weg; ik had nog maar een kwartiertje gestegen, toen ik opeens om de hoek pa’s lief gezicht ontdekte, niets veranderd; het was als in een droom. Pau kwam natuurlijk ook hard aanloopen, ook haar vond ik niets veranderd. O, hoe gelukkig voelde ik mij! Ik zal dezen dag nooit vergeten! We gingen daarop naar het hotel en toen naar Creux de Champ. Ik had eenige weken geleden al een voorgevoel gehad dat ik ze daar zou ontmoeten en deze keer ook dacht ik weer bij dat punt: nu zal ik ze zien een seconde voordat pa mij zag had hij zoo uit de grap aan pau gezegd : ’Dag zielepiet’, alsof hij mij zag en direct daarop zag hij mij. Vandaag was het weer de eerste mooie dag, na drie dagen van bijna aanhoudende regen. Papa en Pau zijn van Gsteig tot hier geloopen. We aten dien middag in het hotel des Diablerets het mooiste hotel; het diner was verrukkelijk ←

Zondag 2 aug. 1903. We vertrokken vanmorgen om zes uur uit het pension naar Taveyannaz, waar een populair feest was. We gingen over de Col de la Croix (prachtig uitzicht) en vandaar door een stijl neerdalend bosch, dat ontzettend moerassig was naar Taveyannaz. We hadden van alles meegenomen.

Het was erg aardig ; men zag verschillende costumes van het canton de Berne, canton de Valais et canton de Vaud, ook woonden we een zeer mooie culte bij in de open lucht. Robert nam daar een kiekje van ons.

Nadat er nog wat gezongen was, werd er gedanst, een boer kwam mij ook vragen, maar ik wou niet.

Om 2 uur gingen wij drieën weg, terwijl de anderen nog bleven. Na heel veel moeite vonden wij eindelijk de Col de la Croix weer en keerden toen naar huis om ons te verfrisschen, want we mochten weer in ‘t hotel dineeren, het was weer dol!

‘ s Avonds is Papa nog even bij M.lle Thomas geweest.

Maandag 3 aug 1903. Vanmorgen vroeg gingen wij met Pa naar de Falette, het uitzicht was prachtig!  Tot les chalets d’Isneau was de weg gemakkelijk, maar vandaar gingen we stijl naar boven, soms moesten we met handen en voeten klimmen Het woei erg, het uitzicht boven was prachtig, hoewel we ’t er nogal koud hadden. Een magnifique gezicht op het lac d’Arnen en het lac Retaud, zelfs konden we de bergen van de Thunersee zien.

Op de top aten we wat brood met chocola en toen ging het weer naar beneden over het lac Retaud dat heel aardig is en de route de Pillon weer naar huis. Het laatste uur regende het, maar niettegenstaande hadden we een heerlijk tochtje.

‘S Middags weer diner in ‘t hotel, dol!!

Dinsdag 4 aug. 1903. Vanmorgen hielp M.lle mij om het schilderstukje af te maken en om half 12 gingen we naar Pa en toen gezamenlijk naar de Cascade du Torrent, een heel mooie waterval.

Vis a vis lunchten we op een bank met brood, Deventer koek en chocolade.

Om 3 uur kwamen we terug en ging ik geholpen door M.lle Julia mijn koffer pakken.

Om 5 uur kwam Papa afscheid nemen van M.lle en kregen wij thee met geslagen room.

Daarna vertrokken we naar het hotel om te dineeren.

Papa had kennis gemaakt met een Mijnh., Mevr en een jong meisje uit Frankrijk en daarmee hadden we nu een heel gesprek.

Er zijn ook Holl. in’t hotel, een mijnh. met 3 dames; later heeft Pa gehoord dat het Mijnh. Vos van Steenwijk uit Arnhem is geweest, maar hij had het niet geweten.

Pau kreeg vandaag een brief van Ma. Vanavond kroop ik nog even bij P. in bed om te praten.

Woensdag 5 aug. 1903. Vandaag was ‘t afscheid ik werd door ‘t hele pension naar de post gebracht, die om 7.10 ging. M.lle en M.lle J .waren heel aardig en alle meisjes ook.

Pau hield zich kalm, ze was een beetje ziek en zou de tocht die de anderen maakten (la Pape) maar halverwege meedoen. We vertrokken in een open rijtuig die bij de post behoorde. De weg was prachtig, het uitzicht grootsch! Na ongeveer drie uur  kwamen wij te Aigle aan, waar Papa eerst declaraties voor mijn koffer af moest leggen.

Toen spoorden wij naar Lotsche Souste. In dezelfde coupé dan wij, waren ook 2 Russinnen de ene was heel intelligent en wist veel van de geschiedenis en de aardrijkskunde van Holland. Ze had een heel gesprek met Papa eerst in ’t fransch en daarna in ’t duitsch. Ze dacht dat pa mijn broer was omdat hij er zo jong uitzag; ik lachte me dood. M.lle Thomas had ook al gezegd: On pourrait  prendre Mons. votre Pere pour votre fiancé. In Lotsche Souste aangekomen, namen we gauw wat brood, kaas en bier en gingen toen weer in een open rijtuig met de post verder, steeds hooger  en hooger, gedurende de geheele weg , die toch 5 uur is, heeft het paard stapvoets geloopen; we waren gelukkig alleen, het was stikwarm en ik moest met alle kracht mijn oogen openhouden om niet in te dutten. Het uitzicht was prachtig, steeds zag men de Rhonevlakte met Lotsche Souste dieper onder zich leggen. Dicht bij Inden stapten we even uit de post.

We zagen toen een rijtuig aankomen, ik kijk eens wie daar inzit en het waren Mr. en Mevr Palthe uit Arnhem; we spraken ze natuurlijk dadelijk aan en spraken af in Loèche les Bains in ‘t zelfde hotel te gaan. Toen gingen we weer verder magnifique rit. Een diep dal met de rivier de Dala scheidde ons van de bergen aan de overkant. Daar lag Albinen, een heel mooi dorp.In Loèche les Bains aangekomen namen wij onzen intrek in Hotel Frères Brummen, waar later Mr.en Mevr. Palthe ook aankwamen; aan het diner zaten we met hen aan tafel. Papa en ik werden voorgesteld aan 2 Juffr. Campagne uit Hengelo en Juffr. Oyens  uit Hilversum, heele aardige meisjes. Na het diner gingen we naar het Kurhaus, waar niet erg mooie muziek was, we vonden daar een heele club Hollanders.

Er was ook bal na, maar heel weinig dansten, ik heb heel gezellig gepraat met die meisjes. Om half 10 gingen we met Mr. en Mevr. Palthe nog een klein eindje de laan op; de maan scheen helder en kaatste haar licht op de steile rotsen, die Loèche les Bains aan de eene kant beschutten, het zag er werkelijk sprookjesachtig uit. Mevr. Palthe en ik gingen toen weer terug naar het hotel, terwijl Papa en Mr .nog een glas bier gingen drinken.

Donderdag 6 aug. 1903. Vanmorgen om kwart over zes bezochten we nog even de baden, die alleraardigst waren, heeren en dames zaten in ‘t water en voor hen uit dreven plateaux met boeken, thee, een dejeuner enz. ‘T was een grappig gezicht. Een mijnh. gaf ons een beetje lauw water om te proeven, maar er zat geen smaak in. Ze moeten daar 5 uur in zoo’n bad blijven. Ook kwam er een juffr, die vanuit het bad een netje naar de hoogte stak om geld op te halen. Daarna gingen we de Gemmipas over, die prachtig is. We waren in 2 uur boven terwijl Baedeker er 2 en een half voor opgeeft. In het hotel Wildstrubel gebruikten we een flesch landwijn. Het gezicht vanaf de Gemmipas was prachtig: alle toppen kon men duidelijk onderscheiden Zoo zagen we b .v . De Mischabel, Monte Rose, de Weisshorn, Rothorn, Matterhorn, de Zinal, Dents Blanche. Achter ons lag de Laemmerngletscher. Daarna daalden we en passeerden we eerst aan onze linkerhand de Daubensee, die lag temidden van kale woeste rotsen. Toen die voorbij was, wandelden we door een eenzame woeste streek, niets dan kale rotsblokken en hooge rotsen en op’t eind hadden we links het gezicht op een gletscher. We zagen ook hoe de wolken zich vormden in het Kanderstegthal, het geleek op een grote kom met crème fouettée. Zoo liepen we langzamerhand in het Kanderstegthal, maar door de dichte wolken konden we ongelukkig genoeg bijna niets zien. We moesten 35 lange wendingen doen voor we beneden kwamen. Daarbij was het ontzettend steil, zoodat onze knieën knikten en doodmoe kwamen we eindelijk in het hotel Müller terecht, nadat we eerst bij een ander hotel waren geweest, dat echter vol was. Ons hotelletje was heel primitief, maar het eten ging nog wel, zoodat we blij waren, toen het diner eindelijk kwam. We waren in 3 uur naar beneden gekomen ook een half uur eerder dan de Baedeker aangeeft. Na het diner voelde ik mij al niets moe meer en besloten we naar het Oeschenermeer te loopen, maar in een bosch gekomen legden we ons op ‘t gras neer en sliepen heerlijk  gedurende een half uur. Toen we wakker werden, zag de lucht helemaal grijs en daar we toch geen uitzicht zouden hebben bij ‘t Oeschenermeer, gingen we maar weer naar ons hotel terug en ging Papa nog wat slapen. Ik ging juist naar beneden om een brief te schrijven, toen ik Mr. Palthe zag voorbijkomen. Ik riep hem aan en weldra zaten we samen heel gezellig op het terras een glaasje landwijn te drinken. Mr. en Mevr. waren 2 ½ uur later aangekomen en Mevr. met een vreselijken hoofdpijn. Na een uurtje kwam Papa er  ook nog even bij zitten. Na het souper haalde Papa een brief van Mama van de post en daarna liepen we naar het hotel Bar, waar Mr. en Mevr. Palthe logeerden. Mevr. was nog te bed en bij het weggaan bracht Mr. ons nog een eindje weg.

Vrijdag 7 aug. 1903. Vanochtend schreef ik nog een briefk. aan Mama en om 8 uur gingen we op weg. Alle wolken waren weggetrokken en we hadden een prachtig , uitzicht op de besneeuwde Gellihorn en Balmhorn achter ons en opzij de Doldenhorn en de Fisistock; het was een prachtig gezicht! We daalden toen af naar de Blaue See, waarvan de kleur onbeschrijfelijk mooi is. Het meertje is omgeven door groene dennebosschen en daarboven ziet men weer de Doldenhorn uitsteken, net een sprookje, zo mooi! We lieten ons in een bootje rondvaren, het leek alsof er hemelsblauwe steenen op de bodem lagen en de boomen die in het meer lagen leken veel grooter en maakten een aardig effect. Nadat we er nog een keer omheen gewandeld hadden, vervolgden we onze tocht en gingen door naar Frutigen, waar ik moe aankwam daar ik op ‘t laatst zoo’n pijn aan de voeten gekregen had.

Dicht bij ’t station reden Mr. en Mevr. Palthe ons nog voorbij, maar ze herkenden ons niet. Van Frutigen gingen we per trein naar Spiez en lunchten daar in Spiezerhof, een prachtig hotel, vlak aan de Thunersee. Voorts gingen we weer verder met den trein naar Interlaken, waar we overstapten in den trein naar Lauterbrunnen. Dit laatste dal vooral was heel mooi, steeds de ruischende witte en zwarte Lutschine naast ons. Bij Lauterbrunnen zag ik de Staubbachfall, die ik toen heel mooi vond. We namen de funiculaire en stegen 45 minuten lang, we zagen het dal heel duidelijk, maar van de sneeuwbergen zagen we niet veel vanwege de wolken. Te Murren namen we ons intrek in het Grand Hotel het Kurhaus, een allergezelligst groot hotel met 270 kamers. Er was daar Poste restante een brief van P en een gezell. en hart. br. van …

Zaterdag 8 augustus 1903. We wilden vanochtend naar de Almenhubel gaan maar in plaats daarvan klommen we hoger en gingen zonder dat we het wisten een eind de Schildhorn op; het uitzicht was daar eenig mooi! We hadden een heel Alpenpanorama voor ons; alle bekende sneeuwtoppen waaronder de Wetterhorn, Eiger, Mönch, Jungfrau, Breithorn en Gspaltenhorn. Door een verrekijker kon men de menschen op de Eigergletscher zien loopen en ook zagen we een trein staan op de Kleine Scheidegg. ‘s Middags schreef ik toen een brief aan Florence van 14 zijdjes en daarna gingen we even naar de muziek in het Kurhaus luisteren. Aan het diner zei een mijnh. tegenover ons aan een dame naast Papa: Je croix que ce tous deux fiancés, en daarbij doelde hij op ons. Gelukkig dat ik het niet gehoord heb anders was ik zeker uitgebarst van de lach. Na het diner ben ik toen expres langs dien mijnh. gelopen en heb geroepen: Papa, Papa, kom eens kijken! Hij heeft het best gehoord. ‘s Avonds was er bal in het Kurhaus en zijn we er naar gaan kijken, ‘t was erg leuk. Er werd zoveel toilet gemaakt. Zo was er een Engelsche die vol diamanten zat; als ze maar echt waren!

Zondag 9 augustus 1903. Vanmorgen vroeg vertrokken we uit Mürren en liepen we langs Gündwald naar de Obere Steinberg; eerst daalden wij en kwamen in het Sephinental, waar we de Sephinen Lutschinen waterval bewonderen; daarna moesten we 2½ uur steil klimmen om op de Obere Steinberg te komen, maar het uitzicht loonde de moeite eigenlijk niet, het was wel heel mooi, maar zowat hetzelfde als te Mürren, alleen een beetje dichterbij; we zagen daar de Schmadribachwaterval. Toen daalden we weer en kwamen in het Lauterbrunnenthal. Bij de Trümmelbach gebruiken wij nog een flesch bier en daarna gingen we naar de Trümmelbachwaterval, de mooiste die ik ooit gezien heb. Uit een groot gat spoot een dikke waterstraal met een donderend geweld tegen de andere rotswand aan, we hadden de regenmantels aan en de parapluie open kwamen er helemaal nat vandaan. Op 4 verschillende plaatsen kon men de Trümmelbach zien, maar de onderste val is verreweg de mooiste. We droogden daarna onze regenmantels door ze in de zon uit te spreiden en we dronken daar Trümmelbachwasserfallwasser!! Voorts gingen we door naar Lauterbrunnen na eerst de Staubbach gepasseerd te hebben, die mij erg tegenviel, maar de wind sloeg het water ook tegen een rotswand. We gingen daar in het hôtel Steinbock, waar ik ging slapen. Toen Papa uit zijn kamer ging stond hij opeens tegenover Mijnh. ter Kuile die een paar later met Mevr. ook in dat hôtel was aangeland, ‘t was wel toevallig. Ik kwam er een poosje later ook bij en toen hebben we het heel gezellig gehad.Aan tafel zaten we met ons vieren aan een tafeltje en na het diner gingen we naar een ander hôtel koffie en de heren bier drinken. In datzelfde hôtel hadden Papa en ik ook een glas bier gebruikt voordat we in Steinbock arriveerden. Om half 10 gingen we weer naar ons hôtel terug.

Maandag 10 augustus 1903. We zouden vanochtend naar de Kleine Scheidegg geloopen hebben, maar het regende zóó, dat we besloten maar niet te gaan. We dejeuneerden toen met Mr en Mevr ter Kuile

en vertrokken om 10u met den trein naar Interlaken, waar we de boot namen om over de Brienzersee naar de Giessbach te gaan. Door den regen zagen we ook al niet veel van den bergen. We liepen gauw naar het Giessbachhôtel dat prachtig is en gebruikten daar de lunch. Daarna gingen wij de Giessbach een eind op en klommen wij naar Reuft, waar we een mooi gezicht hadden op Brienz, maar van de bergen konden we niets zien. We gingen toen terug naar het station Giessbach en voeren over naar Brienz, waar we per trein naar Meiringen gingen. Aldaar namen we onze logies in het hôtel Bären, een heel mooi hôtel; bij aankomst ging ik maar wat slapen, terwijl Papa Meiringen nog even door ging. Na het diner keken we naar de Alpbach, die heel mooi met rood en groen bengaalsch vuur verlicht was; dit gebeurde ook met de Reichenbach, maar daar zagen we niet veel van.

Dinsdag 11 augustus 1903. Vanmorgen om 8 uur gingen we eerst met de funiculaire naar de Reichenbach, die prachtig is. Het zijn net groote vlokken die hij uitwerpt en een heele stof van regen komt er uit. Na nogal wat moeite vonden we eindelijk de goede weg en liepen toen door een prachtige natuur naar den waterval van de Rosenlaui.  Toen gingen we terug en gebruikten in een hôtelletje brood, boter, kaas en landwijn; er zat daar ook een leuke Holl. familie. Na de Reichenbachfall nog eens bezien te hebben gingen we terug naar Meiringen en liepen we naar de Aareschlucht, waar het lekker koel was. Het is een prachtige schlucht, waar de Aar woest doorstroomt; in het begin is hij heel nauw. Hij is wel een half kwartier uur lang. We gingen daarna in het hôtel zum Post een glas bier drinken, waarna ik een beetje ging slapen. ‘s Middags ontving ik een brief van Maarten Baer. Aan tafel zaten we naast drie Holl. heeren, waarmee we echter niet spraken. Na het diner gingen we nog even naar de verlichte Reichenbachfall zien. (sic)

Woensdag 12 augustus 1903. Vroeg verlieten we Meiringen en liepen te voet langs een prachtige weg naar de Handeggfall; gelukkig was het niet heel warm daar de lucht nogal gedekt was. We liepen zóó hard, dat we na 4 uur de Handeggfall al bereikten, we waren er even gauw als de rijtuigen. Bij de waterval dronken we nog gauw een fles landwijn. Hetgeen bij  de H.f. zoo’n aardig effect maakt zijn de twee kleuren van het water dat daar bijeenkomt.  De grootste val heeft een gele kleur door het gletscherwater, terwijl de andere door het bergwater helder wit is. We gingen daarna naar het Handegg Hôtel waar we geluncht hebben en toen liepen we door een grootsche woeste streek naar de Grimsel dat 3 uur verder ligt; het hôtel ligt vlakbij een klein meertje in een ontzettend woeste streek. Bij aankomst dronken we er heerlijke koffie (ik vier groote koppen) en daarna ging ik naar bed. Er was daar een Mijnh. uit Beieren die met Papa partij wou maken om de Rhônegletsjer over te gaan, maar gelukkig wou hij niet toen Papa zei dat we eerst om 7 uur zouden gaan. Het diner was er heel goed en daarna zijn Papa en ik nog langs het meertje gewandeld.

Donderdag 13 augustus 1903. Vanmorgen om half 8 vertrokken wij uit de Grimsel, vergezeld van een gids. We gingen maar langzaam vooruit daar we een oude gids van 74 jaar hadden, die elk oogenblik stilstond en dan weer een praatje verkocht. Zoo kwamen we eerst na 2½ uur steil klimmen op het Nägli’s Grätli. We hadden een prachtig gezicht op de Grimsel en het kleine meertjes.  Boven moesten we telkens over groote sneeuwvelden die ik erg griezelig begon te vinden toen ik onze gids tot de knieën in de sneeuw zag zinken. Boven aangekomen moest de “ouwe heer” naar lucht en naar wijn happen en zelfs offreerde hij ook eenige keeren van zijn snaps maar daarvan wilden we niets hebben. Die slok scheen hem geholpen te hebben want nu ging het beter vooruit. We hadden een prachtig gezicht op de Rhônegletscher die heelemaal blank was, prachtig mooi! We daalden toen af naar de morenen van zand en ijs en toen ging het de gletscher over. Telkens moesten we over spalten springen, die prachtig diep en blauw waren; in 3 kwartier waren we aan de overkant en klommen toen naar boven. We liepen toen langs de Furkastrasse naar het Hôtel Furka (2436 m) waar de gids ons verliet, terwijl wij verder doorgingen naar Hôtel Furkablick; daar lunchten we heel lekker en toen gingen we de Furkastrasse af over Realp naar Hospenthal, waar ik moe aankwam; we hadden ook 8¼ uur geloopen. In Hospenthal gingen we in het hôtel Meierhof, ‘t eerste hôtel aldaar. We zijn toen eerst nog een beetje op ons bed gaan liggen en na het diner heb ik een brief aan Pau afgemaakt, dien ik gisteren was begonnen

Vrijdag 14 aug. 1903. We wilden vanochtend over de St. Gothard naar Airolo gaan en dan per trein naar Göschenen gaan, van waar we wilden wandelen over Andermatt naar Hospenthal, maar toen we een uur op weg was voelde ik me zoo moe en zoo raar dat we teruggekeerd zijn naar het hôtel, waar ik maar dadelijk weer naar bed ben gegaan. Ik ben toen wel aan de lunch gekomen, maar daarna weer naar bed gegaan tot half 4. Voorts namen Papa en ik heel gezellig een kopje koffie en schreef ik ansichten aan Irma, M. Baer en Paula. Na het eten hebben we eerst gekeken naar het billartspel van een Mijnh. & juffr. en een kleine jongen.; de laatste wist er nog het meeste van.Toen ze weg waren hebben Papa en ik even billard gespeeld, Pa doet het uitstekend!

Zaterdag 15 aug. 1903. Het regende zoo dat we besloten maar niet per voet van hier naar Göschenen te gaan, we namen toen het rijtuig van het hôtel met 5 paarden bespannen. Het was een prachtige weg; we gingen over Andermatt, de Teufelsbrücke naar Göschenen; het gedeelte van de Teufelsbrücke was af en toe verbazend mooi, aldoor waren we tussen hooge rotsen, waardoor de Reuss met een ontzettend lawaai doorstroomt. Te Göschenen moesten we 3 uur op den trein wachten; we gingen ook nog even het dorp in, dat erg lelijk en vervallen is. Om 12 uur gebruikten wij in de Sala d’Aspetto een broodje met kaas, twee stukken koek en een glas bier, wat ons lekker smaakte. De trein was een half uur te laat. Het was zoo gezellig steeds treinen te zien aankomen en door de Gotthardtunnel weer zien verdwijnen. Van Göschenen gingen we dus over Altorf naar Flüelen waar we een uur weer op de boot moesten wachten. Van ons bootreisje zagen we niet veel, daar het zoo regende en mistig was. Om 1 uur kwamen we te Brunnen aan, waar we eerst gingen naar het Hôtel d’Aigle d’Or dat echter heelemaal vol was en daarna kreeg Papa met veel moeite 2 kamers heel in de hoogte in Hôtel Schweizerhof. Terwijl onze kamers in orde werden gemaakt bekeken wij nog even een paar straten van Brunnen en in een conditorei aten wij een groote portie vanilleijs en koekjes. ‘s Avonds las ik nog een paar verhalen uit een Duitsch boek, terwijl Papa beneden een sigaar rookte. We zijn echter al vroeg naar bed gegaan.

Zondag 16 aug. 1903. Vanochtend gingen wij door de Axenstrasse vanwaar wij het uitzicht hadden op de Bristenstock. Toen gingen we terug naar de Tellskapelle waar mooie schilderijen hingen. Het stroomde van de menschenmassa, met de boot keerden wij naar Brunnen terug. Na het diner gingen wij naar Axenstein een prachtig hotel bovenop een berg, het uitzicht was wonderschoon. We liepen toen weer naar Brunnen terug en gebruikten in een conditorei thee met taart. Na het souper wandelden we nog wat op de quai en namen in het hôtel een glaasje kirschwasser.

Maandag 17 aug. 1903. Vanmorgen gingen wij per boot over Treib (een Zwitsersch heinsje), Vitznau en langs de Obere en Untere Nase naar Lucerne, waar we met regen aankwamen. We gingen toen eerst naar het Gotthardhôtel dat echter vol was en vandaar naar Savoyhôtel of Waldstätterhof, waar ik alleen een kamer kon krijgen en Papa zijn intrek moest nemen in een particulier huis ernaast. Na het diner wandelden wij op de quai en bekeken wij de magnifique winkels, waarna wij ons begaven naar de leeuw van Lucerne, die onbeschrijfelijk mooi is. Vandaar bezochten wij de Gletschergarten, waar men kon zien hoe de gletschers gevormd werden, maar eigenlijk gezegd viel het mij erg tegen. Hierna bekeken wij weer de winkels en vooral de ansichten, waarbij ik mijn hart ophaalde, maar waarvan Papa haast ziek van werd, zoo ook van de leeuw van Lucerne, die men tot uit ten treure zag. ‘s Avonds gingen wij een concert in het Stadthof bijwonen. Hongaren speelden er viool, maar prachtig!!! De chef van de troep liet zijn viool zingen precies als een vogel en dit deed hij aldoor met een lachend gezicht. Ik gebruikte daar een heerlijke portie ijs.

Dinsdag 18 aug. 1903 en 19 aug. Vanmorgen ging ik er alleen op uit om voor een franc ansichten te koopen, ik ben wel een uur in 2 winkels geweest en kocht er een massa. Voor dien tijd zijn Papa en ik nog even over de markt geweest en naar de Leeuw van Lucerne. Bij het station kwamen wij weer bijeen en kochten daar een broodje en een glas bier. Hierna gingen wij naar Basel waarbij wij een heel gesprek hadden met een praatziek oude heer. Te Basel gingen wij in eene confiserie ijs eten en daarna ging ik even naar Hanny Linder, die echter niet thuis was, wat mij wel speet. Daarna wandelden Papa en ik nog een beetje door Basel en kwamen ook in de Langegasse terecht. Opeens zag ik op een bordje “Rob Stürzi” staan en voor het raam zaten mevr. en Bethli. B. riep ons dadelijk aan en wilde à tout prix, dat wij binnenkwamen, wat wij dan ook deden, en nauwelijks zaten wij of Mr. Stürzi kwam eraan een heel joviale man, allervriendelijkste menschen. We hebben een heele tijd samen zitten praaten en ten laatste brachten Mr en Bethli ons naar den trein. Om 9 uur vertrokken wij. Pa gaf den conducteur een fooitje waarop hij ons alleen zou laten en toen probeerden wij te slapen, maar dat was onmogelijk want de trein maakte zoo’n leven en ik was dan ook erg moe toen we om 5 uur te Keulen aankwamen. Hier moesten we twee uur wachten, we dejeuneerden er en hierna ging ik op mijn eentje de Dom eens bekijken, maar het duurde niet lang of er kwam zoo’n pastoor op me af, die me te kennen gaf dat het nu de tijd niet was om de Dom te bezichtigen, ik toen weer naar het station terug. Om 7 uur gingen wij uit Keulen en daar wij te Nijmegen een paar uur de tijd hadden gingen we even naar Tante Marie. Oom Nic. was uit. Hélènetje zag ik voor het eerst, een snoezig kindje. In Hengelo moesten we ook nog even wachten, daar zag ik de eerste Almelosche bekenden, nl. Mr. en Jan Hagedoorn. Om half 5 kwamen wij te almelo aan en begaven wij ons met vluggen tred naar huis, waar Ma ons in den gang tegemoet snelde. Het was een heerlijk weerzien en zoo’n prettig gevoel weer thuis te zijn. In de salon dronken we een heerlijk kopje thee en daarna hadden wij een lekker dinertje.

Donderdag 20 aug. 1903. Vanavond partij in de sociëteit ter eere van ‘t huwelijk van Mr. H. ten Cate met Fie Palthe. De kapper had mijn haar opgemaakt, maar afschuwelijk en ik heb het dan ook zelf weer overgedaan. Ik had mijn roze zijden blouse aan en een wit piqué rok, die we nog gauw even bij Rompelman kochten. Alle menschen spraken mij aan en ik werd voorgesteld aan Mr. v. Doorninck, Mr. Arn. Tilanus enz.  Met Arn. Tilanus heb ik een massa dansen gedaan, hij was heel aardig en praatte erg veel. Een paar keer tusschen de dansen in gingen wij samen in den tuin, die met lampions verlicht was. Ik vond het niet prettig om aldoor met hem te dansen en probeerde een pr maal te ontsnappen door bij de andere meisjes te gaan staan, maar dan kwam hij er weer aan en vroeg mij om een dans. Voordat we weggingen en dat was pas om 2 uur zongen wij allen het bruidspaar nog eens toe.

Zaterdag 10 oct. 1903. Papa en ik vertrokken vanmorgen om half 11 per trein naar Den Haag, nadat we eerst te Utrecht nog 1½ uur waren stil geweest. We gingen toen even de stad in onder stofregen en kochten daar voor Papa een bruine hoed en Papa kocht voor mij bij van Kempen een beelderige gouden ring met opaal en 12 kleine pareltjes er om heen. Ik zou hem nog altijd hebben voor mijne aanneming. Om half 5 kwamen wij in Den Haag en gingen toen met het busje naar het Sweelincksplein, waar Mevr., Mr. en Wine ons met een kopje thee en koekjes opwachtten. Daarna gingen we ons kleden voor de opera, ik deed mijn zijden roze blousje en witte piqué rok aan. Aan het diner kwam Aadje, die groen was ook. Het rijtuig kwam te laat en toen werd er gauw een ander besteld. We kwamen net binnen toen Faust wou gaan zingen. De opera (mijn eerste) duurde van 0 tot kwart over 12 en was prachtig! De decors waren ook zo mooi en het ballet in het paleis van Mephistofeles waarbij danseressen op de punten van hunnen voeten dansten. De mooiste scene vond ik die in de kerk. Toen het uit was gingen we ook weer met het rijtuig terug en kregen thuis nog wat thee en krentebroodjes. Mevr. en A. zijn niet meegeweest

Zondag 11 oct. 1903. Om half 12 bacht A. ons naar Tante Thee die alleen thuis was, zoodat wij heel gezellig praatten. Ik speelde ook nog wat piano voor Tante. Om half 1 kwam eerst Gerard en daarna Oom en Pim.Oom was heel spraakzaam en voor zijn doen nogal aardig. We dronken heerlijk koffie en Tante had voor een lekkere taart gezorgd. Na de koffie gingen Tante, Oom en Pim met mij naar Scheveningen. We liepen de Oud-Scheveningsche weg en Jenny Eckstein, die we onderweg waren tegengekomen, ging ook mee. In S. aangekomen gingen we naar Hôtel Rauch, waar we een advocaatje gebruikten en toen naar de stoomtram liepen.S. was erg verlaten en zag er ongezellig uit, alle winkels waren gesloten. Oom, Jenny en Pim brachten me toen even naar de Jan van Nassaustraat 123 en dus moest ik in de tram afscheid van Tante nemen. Toen ik bij Truus Quintus kwam, zat zij in haar kamertje dat snoezig blauw is. Een kwartiertje later kwamen Vinc en A ook thee drinken. We gingen met de tram weer naar huis terug want het regende erg. Papa had vandaag de juristenvergadering en aldaar met Oom Gerard in een hôtel.

Zondag 1.11.’03: Jet Sepp haalde ik om 12 uur van de trein. → Toen ik met haar naar huis wandelde kwam ik A. tegen mijn hart zwol. ‘s Middags was er match tusschen Almelo en Amsterdam. Laatste won met 4 – 0, maar wat kon mij de match schelen, ik had slechts oogen voor een. O, hoe popelde mijn hart van vreugde wanneer zijn oog het mijne ontmoette! Na 4 uur gingen we naar huis met Saar, Jet, Geertrui en Christien, die zich weer in wou dringen. Allergezelligste a in ons kamertje, verlicht door groote staande lamp van Ma. Heerlijk dinertje, toen annisette op Pa’s kamer, daarna thee beneden photo’s van Zwitserland laten zien en kleuren, met dubbeltje kwartje in de pox, wat ik wou. Om 1 uur gingen ze weg na eerst nog een briefkaart aan Pau te hebben geschreven. ‘t Was een heel gezellige dagje. 

Maandag:  Prachtig weer. Ma en ik op de fiets, eind van de laan en kanaal terug, nog even in ‘t mulle zand gezeten. ‘s Middags Ma voorgelezen uit: Jocelyn en theegedronken, ‘s avonds naar Kristien met S.Z.T.G. vreeselijk vervelend.

Dinsdag: Om twee uur reed A op de fiets voorbij. Wij zaten met ons drieën voor ‘t raam. Ma en Pa vonden het een knappe jongen. Ik kreeg een kleur en mijn hart klopte zoo, dat het vijf minuten erna nog bonsde. Toen zijn wij gaan wandelen en daarna deden Ma en ik boodschappen. We kregen vandaag weer een brief van Paula en schreven haar ‘s avonds terug, ik deed er ook nog een briefje voor M. Schnyder bij. ←

→ Woensdag: Vanmorgen hielp ik Ma een beetje met het dinertje voor morgen. Vanmiddag hebben we eerst heel leuk getennist, Christien was vreeselijk aanstellerig. Om vier uur drinken we bij Hetty thee en handwerkten we voor St. Nicolaas. Bij het weggaan zag ik A’s hoofd wel hangen, maar hemzelf zag ik niet, saaie boel! We zaten boven voor te eten daar er beneden al een beetje gedekt was. ←

→ Donderdag: Vanmorgen hielp ik een beetje met het diner en om drie uur ging ik tennissen met G. Chr. m. Van 4 tot 10 ging ik bij Th. op visite, A Palthe was er ook, hij was erg leuk; we dronken eerst thee en deden spelletjes. Toen gingen we eten, we waren maar met ons drieën, daar, Mr., Mevr en Mieke naar Amsterdam waren. We eten heel eenvoudig en deden daarna een wandeling toe door de stad en een boodschap bij Busber. om 8 uur kwam A weer terug, om een kopje thee te drinken, toen Moest hij naar Wijdenes, maar hij kwam dadelijk daarna weer terug om een spelletje kleuren met ons te doen om pepernoten, die hij ons gegeven had; hij mocht eigenlijk niet blijven, maar deed het toch nog een half uurtje; we hebben gestikt van ‘t lachen, om 10 uur bracht Th. me even naar huis, waar ik nog een groot stuk nougattaart kreeg. Het diner is heel goed van stapel geloopen en was prachtig. ←

→ Vrijdag: De heele morgen hielp ik Ma bordjes, kopjes, glazen en zilver afwasschen. Om drie uur gingen we wandelen waarna Ma en ik nog eenige boodschappen deden. Pa ontving vandaag vier telegrammen om bijzonder goed te zorgen voor de veiligheid van de Koningin en scherp toezicht te houden op de vreemdelingen. Vanavond kwam van Heloma een kopje thee drinken. ←

→ Zaterdag: Van twee tot drie had ik pianoles van Juffr. van Lennep, daarna ging ik tennissen, er waren in ‘t geheel negen. Om half vijf kwamen G. en S. bij me theedrinken en handwerken, heel gezellig. Van 7 tot 9 hadden S. en ik handwerken van Juffr. Weyns daarna heb ik beneden nog een beetje geborduurd. H M S is hier om kwart voor vier gepasseerd; Pa was aan den trein, maar heeft haar niet gezien. 

→ Zondag 8.11.’03. Ma leerde mij vanochtend een griesmeelpudding maken, daarna kwam Mies mij halen en tenniste ik heerlijk van half elf tot half een. Om twee uur haalde S. mij op voor de voetbalmatch van O. U. en Turbantia uit Enschede, laastsen won met 7-2, de match duurde van half drie tot half vijf en was op het veld bij de watertoren; er vielen twee invaliden voor Enschede, een kreeg een trap tegen zijn buik en bleef languit liggen tot hij water kreeg, ze speelden niet meer mee. A was er ook en was vreeselijk aardig. Voordat het spel begon, kreeg ik een apart knikje, ik geloof toch wel dat hij wat om me geeft; onder het spelen door, keek hij ook dikwijls naar me; in het teruggaan sprak hij nog even met me, hij had kramp in ‘t been en kon maar met een been fietsen; ik ben toch zoo blij dat ik hem weer eens gezien heb en hoop weer op den volgenden Zondag, maar ik geloof niet dat er dan een match is. We liepen met Henk, Stork en G. Blécourt heel gauw terug, in 20 minuten en dronken toen nog met Z. en T. bij S. thee. Om zes uur gingen S en T met mij naar huis, om te eten. Na ‘t eten hebben we gedanst en vensterbanken gedaan, heel, leuk! T ging om 9 ¼ weg om haar Ma en Pa van den trein te halen. S. bleef nog wat langer en toen heb ik nog even voor haar piano gespeeld. ←

→ Maandag: Vanmorgen hielp ik Ma met de wasch. ‘s Middags maakten Pa en ik een prachtige wandeling in het Nijereesche bosch, in het teruggaan regende het nogal. Om vijf uur heeft Ma mijn haar gewasschen en droogde ik het voor ‘t kacheltje. Ma was zoo moppig Dina vanavond te laten binnenkomen, zeggende dat Mr. Jannink er was, ik vloog met mijn loshangende haren gauw achter het gordijn, toen Ma met Pa’s hoed op binnenkwam en wij natuurlijk erg moesten lachen. Pa heeft vanavond heerlijk uit “Pickwick” voorgelezen, terwijl Ma en ik handwerkten, we hebben erg moeten lachen. Deze nacht aldoor van A gedroomd. ←

→ Dinsdag: Vanmorgen schreef ik een brief van 13 zijdjes aan Irmg. Om twee uur kwam P’s brief, waarop ik dadelijk antwoordde. Ik heb met S. Z. en H. bij G. theegedronken; toen Z. en ik samen weggingen, kwamen we A tegen hij zag ons eerst niet maar toen Z hard riep: Dag A, en ik daarop hetzelfde nog harder, keek hij om en zei: Dag M., Dag Z. Snoes! Vanavond ging ik naar S. om te vragen of ik morgen met hun mee mocht. Mijnh. had de plaatsen al besteld en toen heb ik er bij de Sociëteit nog een plaats bij besteld. Ik schreef nog even een briefje aan Maria Aber en daarna las Pa ons heerlijk van “Pickwick” voor. ←

→ Woensdag: Vanmiddag heb ik met S. M. en Henk getennisd. Juist toen we aan ‘t draaien waren, kwam H. eraan, en wilde dadelijk meespelen, maar dat wilden wij niet omdat we al gedraaid hadden, en toen werd ze boos, ging weg een zei nog aan S. dat ze niet kwam theedrinken. Zij had ongelijk. ← ‘s avonds ging ik met de fam. Croockewit en ter Kuile naar de comedie, waar door het-Ned tooneel “Her” gegeven werd. De zaal was stampvol, alle Almelosche families waren er. → Achter Ons zat de fam. Dikkers, maar A zat verderop in de pauze was hij in de koffiekamer en gluurde vandaar telkens naar mij. Toen ik met het weggaan hem voorbijkwam zei hij mij heel vriendelijk goedendag. In de gang liep hij een eind voor mij keek telkens om en ging dan op de teenen staan, zoodat hij boven alle menschen uitstak, engel, dot snoes! De hele nacht van hem gedroomd. Het stuk zelf vond ik erg overdreven, maar het werd prachtig gespeeld. ← Royaards en Mevr. Bouwmeester Menn speelden prachtig.

Donderdag: ← Van Lily Peter een brief gehad. Pa las voor uit Pickwick.

Vrijdag: ← Pa en Ma ‘s avonds naar fam. Blécourt, ik copieerde dagboek.

Zaterdag ← Na 3 uur getennist met Thalie, gewonnen met 5-1. Andere meisjes gingen voor de mop weg, toen ik kwam, bleef toen alleen met Hein, die H’s fiets verstopte. Toen kwam Thalie en speelde met mij. Anderen verstopten H’s fiets en vertelden mij de bergplaats. Ik zei het Th., die het H. weer vertelde; andere meisjes woedend op me → daar ik er om jokte, ook heel leelijk van mij. Bij ← Zus theegedronken. → Bij ‘t weggaan H. vergiffenis gevraagd, alles weer goed. ← Ansicht Irmgard Uit Montpellier.

Zondag: ← Vanmorgen even met Mies getennist maar het was te vuil, zodat ik de ballen weer naar Dr. Palthe bracht. → Hein ← kwam me achterop, waarmee ik liep tot Hofstraatje. Vanmiddag zouden we gaan naar de football match tussen O.N van Almelo en Hercules van Enschedé, maar toen ik met Saar bij Zus was begon het zóó te regenen dat we besloten maar niet te gaan. We bleven bij Zus ping-pongen met Nan van Heeckeren, die er ook kwam, en Hetty kwam later ook. Toen het met regenen ophield hebben wij Nan even naar Mevr. de Vlieger gebracht, waar ze eene visite moest maken en keerden daarna met haar terug. Saar, Hetty en Zus dronken bij me thee in ‘t zitkamertje allergezelligst met rood kacheltje en lamp op. IJverig gehandwerkt, Hetty, Zus en Thalie, de om 6 uur uit Haarlem kwam, hebben bij me gegeten, lekker dinertje met mokkataart à la crême au beurre na. Toen annisette (sic) gebruikt  in ‘t zitkamertje, weer gehandwerkt en van 8 – half 10 gekleurd met Wets in de pot, dat Hetty won. Ik heb ook nog piano gespeeld voor hen. (…) → Wat een pech vandaag met die regen waardoor ik hem niet zien kon, deze heele week van hem gedroomd. ←

Tussen 16 november en 24 december niet meer geschreven.

Donderdag 24 Dec. 1903: → Vanavond voel ik behoefte weer eens in mijn dagboek te schrijven en mijn gevoelens eens te uiten. Mijn liefde voor A is nog steeds hetzelfde, wanneer niet grooter. Gisterenavond toen ik met alle andere meisjes bij H op visite was, heb ik een hand van hem gehad, o, zalig oogenblik! Kon een handdruk maar wat langer zijn!! Wist ik maar dat hij half zoo veel van mij hield dan ik van hem, ik zou o zoo gelukkig zijn maar, ik geloof dat hij heelemaal niets, ja toch wel iets om mij geeft want anders zou hij niet altijd zoo naar mij kijken als hij mij altijd doet b.v. met comedie voorstellingen, zooals laatst met de “Verliefde luitenants.” In de de laatste tijd droom ik weer veel van hem. Had ik zijn portret maar dat H. laatst van hem in de sneeuw genomen heeft! S. en Z. zijn alleen in ‘t complot, maar kunnen niets doen. H. weet ‘t ook, wat ik nogal vervelend vind. Zou ik altijd zoo veel van hem blijven houden en hoe zal ‘t in Engeland gaan. Als ik naar voetbal ga kijken, is ‘t alleen om hem; ik krijg dan ook altijd een speciaal knikje, engel!!! In de stad wordt verteld dat ik met A. T. geëngageerd ben; als de menschen ooit onzin verteld hebben dan is dit het, nee niets van hem, mijn hart klopt alleen voor den eenen, dien ik lief heb. Men is dom genoeg het praatje van A.T. en mij te gelooven, mijn huis in Vriezenveen is al zelfs klaar, belachelijk, ik, zeventien jaar, nog een kind, geëngageerd met iemand van 22, dien ik nog maar 2x sprak! Kappers hebben ‘t praatje rondgestrooid, maar hij scheen mij toch wel aardig gevonden te hebben anders had hij niet ← 21 Aug → zoo dikwiijls met mij gedanst op de partij bij ten Cate en dan had hij ook niet aan Mevr. Croockewit gezegd, dat hij mij aardig vond, ik begrijp eigenlijk niet waarom! Tante Jet vandaag gekomen heeft een drukte van belang! Vanavond handwerkles gehad, de laatste. Th. C. en Annie kwamen ons voor morgen vragen._ Vanmorgen op de les geweest van Stibbe, die “Macbeth”  uitlegde, prachtig stuk. Vreeselijk leuk om weer eens op school te zijn! Gisteren en Maandag was ik ook op de Engelscheles, ‘t is een vriendelijkheid van Stibbe aan de ← 4de → en ← 5de → klas omdat er hier gauw een lezing van het nut over “Macbeth” komt. Daar wij geen lid van ‘t nut zijn, kunnen wij er niet heen. ← (…)

25 december: → Kerstmis. Vanmorgen gingen Tante, Ma en ik naar de Kerk waar Ds. van Douwen preekte. ik vond het heel mooi. Vanmiddag wandelden wij in de toekomst en dronken daarna thuis thee. Om half zes gingen wij naar de Palthe’s. Tante had de muts van Pau op, dat matrozenmutsje met een lintje op zij en zag er uit om op te schieten. Aan ‘t diner zat ik tusschen Jan en Mr. Bouman. Jan en ik hebben elkaar steeds geplaagd. Mieke zat ook aan tafel en zag er snoezig uit. Het diner was heel goed, we hadden een brandende plumpudding na. Na het eten hebben we een letter spelletje en arolsen gedaan en hierna gingen we naar den kerstboom kijken. Mevr. bespeelde het orgel. Bij de loterij kregen wij ieder wat, ik een zakje borstplaat. We kregen toen champagne en dansten hierna. Ik vand het dol weer eens te dansen en heb me uitstekend geamuseerd, om half elf vertrokken we. Ik was steeds met mijn gedachten bij Paula, die nu ook pleizier heeft, wat zal ze blij zijn met onze cadeaux! Zalig het vriest 7 graden!!! We hebben vreeselijk gelachen om Mr. B. en Jan, die samen balletdanseressen na deden, met hun lange beenen. Mr. B. danste de “cake walk”. ←

26 december: → De heele dag heerlijk schaatsengereden op Broek, het ijs kraakte nog vreeselijk, er waren een massa menschen, ik ben aldoor met de Palthe’s en S. geweest en reed ook een heele tijd met Dick en tusschen Wim v.d. B. en Dick. Om 4 uur thee gedronken bij Mieke, Jan kwam ook nog even. De Palthe’s zijn vanavond bij de Dikker op visite.‘k Benijd ze!! A. en Hein tegengekomen. 

27 december: → Ik zou met de Palthe’s naar de Haarle zijn gegaan, maar ze zijn niet gekomen. Ik heb den heelen morgen in de “Kompe um Bom” gelezen en vanmiddag hebben wij gewandeld, het was erg koud. Hierna boven theegedronken. Vanavond ben ik van half 8 tot 10 uur bij S. geweest, daar zij alleen thuis was. We hebben eerst theegedronken met koekjes, ik las voor uit de “Lieben Errinnerungen”, waarbij we erg moesten lachen. Daarop kregen wij nog punch en 3 appelbollen. S. speelde ook nog even piano. ←

28 december: →  Om 10 uur gingen S. en ik de Palthe’s halen voor ‘t ijs, want het heeft goed gevroren. De ijsbaan zelf was afgezet en toen hebben we gereden op een weiland erachter. Toen ik thuiskwam was er een brief van Pau, die erg gelukkig met haar cadeaux was. Tante gaf me een tientje. Om 2 uur nam ik afscheid van haar, want ze vertrok om 3 en ik ging rijden. Een opluchting dat ze weer weg is. Bij de P’s moesten we als naar gewoonte lang wachten. We hebben toen nog een uur op datzelfde weiland gereden waarbij we met sterken wind te kampen hadden. Daarna drinken Th. C. en S. bij mij thee in ‘t kamertje, dat er erg gezellig uitzag. Vanavond bij Zus op visite van half 8 tot 11 uur. Buiten ons kransje waren er nog Lila, Ina, Non Smits en Mies. Het was een gezellige avond, eerst kleurden wij en daarna stelden wij boeken voor b.v. Kampe um Rom, Tweelingen, Onder moeders vleugels, met een kwartje de wereld rond enz. Op het laatst heb ik ook nog 3 stukjes uit ‘t hoofd gespeeld. Wij hadden heerlijke mokkataartjes en warme wijn. ← 

29 december: → De heele middag zalig op de ijsbaan gereden, ik zeg zalig, maar er ontbrak toch iets aan. A. n.b. was er ook, reed prachtig met zijn lange beenen, keek wel dikwijls naar me, maar had den moed niet mij om een baantje te vragen, bespottelijk verlegen!! Ik reed ook eenige baantjes met Hein en Hendrik. ‘t Ijs in ‘t begin was heel mooi, later kwamen er allemaal barsten in. Ma en Pa zijn ook nog even komen kijken. Vanavond een brief van 9 zijdjes aan Pau geschreven. ←

30 december: Pa en ik wilden vandaag naar Vriezenveen, maar ‘t was nog niet vertrouwd op ‘t kanaal. Toen zijn we op de baan gegaan waar ik tot half 5 bleef. A. was er weer, reed weer niet met mij. Nu ben ik overtuigd, dat hij mij niet liefheeft, anders zou hij zijne verlegenheid wel overwonnen hebben. ‘k Reed met Hein, Hendrik en Dick_ Vanavond een brief aan Mlle. Cuenod geschreven. Van Mevr. Hoyer kreeg ik vandaag 2 strikjes voor boven in ‘t haar. ← 

31 december: → Vanmiddag ging ik naar Mevr. Hoyer en toen met S. naar ‘t ijs op Broek. Ik reed o.a. met Hein, Hendrik en Dick. Wij aten vroeg, waarna Ma en ik om 6 uur naar de kerk gingen, waar Ds. van Douwen heel mooi preekte. ‘s Avonds speelden we whist onder het nuttigen van een glaasje abrikozen op brandewijn en een appelflap. Om 11 uur soupeerden wij erg gezellig en om 12 gingen wij naar bed. ←

1904

1 januari: → Ik ontving ansichten van Dora en Lies en een brief van Florence, met haar portret, waarmee ik erg blij ben. Met Pa naar Vriezenveen, het ijs was heel mooi, maar het was er erg vol. Vanavond gingen we bij S. op visite, het was ontzettend saai, ze plaagden mij altijd met A. H. weet ook alles, erg vervelend. ←

3 januari: (…) → Met S. ging ik naar de ijsbaan. Ik had mijn groen blauw pakje aan, met bont en mijn bruin bonnetje op. Het was een wedstrijd in het schoonrijden. Al spoedig kwam Arnold Tilanus eraan, en vroeg of ik met hem wou rijden en toen heb ik bijna den heelen middag met hem gereden. Nadat ik een half uurtje met hem had gereden kwamen M. en P. eraan en moest ik M. mijn kaart geven, hij maakte hem los; eerst vond ik het vervelend met hem ijsrijden om de praatjes, maar later dacht ik: Ik zal er mij maar niet aan storen. Hij maakte eerst een praatje met M. en P. en reed toen weer verder met hem. Een poosje later ging ik weer even naar M. toe die met Mevr. Blécourt stond te praten. Hij ging toen wel weg maar zeggende: Ik mag u straks zeker nog wel eens komen halen, waarop ik “heel graag” antwoordde. Hierna reed ik nog even met Pol Palthe en toen wij juist wilden ophouden, kwam Nol er weer aan, en reed een heele tijd met mij. We kwamen ook over koppers aan ‘t spreken en toen zei ik: Ja, koppers vertellen ook dikwijls onzin en bedenken dingen, waar niets van aan is. Hij zei ook: Als u nu weer eens naar Vr. komt moet u maar even aan de Ebariek kloppen, dan ga ik dadelijk mee. En ook “Als mijn broer of ik later trouwen, gaan wij nooit op Vr. wonen. Hij maakte mij ook een complimentje over mijn rijden, het ging dan ook heerlijk! We vlogen bijna. Met Ben T. aan wien ik werd voorgesteld reed ik ook nog.  ←

4 januari: → S. kwam mij halen om Coba naar den trein te brengen, maar ik voelde mij zoo ellendig, dat ik maar niet ben gegaan. Van half 12 tot 4 uur heb ik toen in bed gelegen en daarna beneden een kopje thee gedronken. Ik schreef een langen brief aan Florence. ←

5 januari: (…) → Wij dronken een kopje thee en na het eten ben ik mij gaan kleeden voor het H.B. bal. Ik deed mijn wit. katoenen blouse met crême kant en wit piqué rok aan. Om 8 uur gingen Ma en ik er heen. Het was een gezellige avond; er werden comedie stukjes vertoond, en tusschen in gedanst. A.D. was er ook wel maar danste niet mee, hij wordt menschenschuw en neemt zeer in mijn achting af, daarentegen vind ik Lu’s oudste broer hoe langer hoe aardiger. A.D. stond steeds alleen en mijnh. keek hem aldoor boos aan, omdat hij niet danste, flauwe knul!!! Wij zaten aan een tafeltje met de ten K. Blécourts en mevr. en S. Croockewit. De stukjes van de meisjes waren verreweg de aardigsten: Het laatste was: Het tesamen van de wed. Poot. zus, Geertrui en Ina dansten daarna verkleed als boerinnen, Hetty als marktjuffer, alleraardigste pakjes. Th. stelde voor: De lenigste juffr. van Europa “iedereen” moest erg lachen. Dick was impresaris, een Duitschefr. Om twaalf uur was het pas gedaan, ik heb heerlijk gewalst. ←

8 januari: → Toen ik vanochtend wakker werd, had het den heelen nacht geregend; het ijsfeest dat vanavond gegeven zou worden gaat nu niet door, verbazend jammer! J. Palthe had al gevraagd of ik dan met hem rijden wilde; hij had het Zondag al willen doen, maar zei dat er toen geen aankomen was geweest bij mij. G.v.d.s eveneens. (…) ←

9 januari: → Vandaag werd ‘t grootste gedeelte van mijn koffer gepakt. Ik heb bij H. theegedronken met S. en Z. ‘k werd erg geplaagd met zachte en harde T. In ‘t teruggaan regende het erg, we kwamen toen zachte T. tegen, die ons echter niet herkende. Vanmorgen heb ik een heele tijd gehuild, omdat ik zoo gauw al wegging. Ma had den heelen dag hoofdpijn, maar was ‘s avonds gelukkig weer beter. ←

10 januari: → Vanmorgen weer een beetje gepakt. Om 2 uur gingen Pa en ik naar Mr. Hoyer, die zijn voet verstuikt heeft; het was vandaag erger en nu zou het wel kunnen wezen, dat we morgen niet zouden kunnen gaan. Toen we thuiskwamen was Nadrol Natluis er en Mr. van Kruyne ik heb toen nog even met hen gesproken. Om 4 uur kwamen alle meisjes hier theedrinken met taartjes, ze plaagden mij. ←