19 april 1910 – 19 oktober 1911

1910

19 april ‘10 tot 19 Oct. ‘11: een overgetelijke heerlijke engagementstijd! 

1 januari: → Bij den aanvang van ieder jaar, denkt een ieder: Wat zal het ons brengen! Zouden er gewichtige dingen voor ons zijn weggelegd of zal dit komende jaar weer op de laatste vooraf geganen lijken? Zeker zou ik dan niet te klagen hebben en toch… toch zou het mij niet heelemaal voldoen, ik zou graag wat meer willen, een doel zou ik willen hebben, want hoe in. gelukkig mijn ouderlijk huis ook is, toch is het ideaal van bijna ieder meisje en van mij ook een eigen home te scheppen. Ik vind dat ik er nu langzamerhand oud genoeg voor word. Ik houd anders nog wel van uitgaan en vooral het nieuwe trekt mij aan, ofschoon ik hier niet veel goeds hoor van de Utr. jongelui. In mijn hart ben ik eigenlijk overtuigd dat ik niet of heel laat trouw en P. ook want er zijn zoovele aardige meisjes op de wereld en met veel fortuin, en wij stellen hooge eischen. Enfin, aan de toekomst is toch niets te veranderen.

4 januari: → We zijn erg onder den indruk, van wat wij hoorden over Saar en Timmy, hoe vreeslijk voor de heele fam. en voor S. zelf wat een schande! Hoe is het mogelijk dat ze zoo lichtzinnig heeft kunnen zijn, juist van haar en hem, die wij altijd voor zoo door en door degelijk hadden gehouden, hadden wij het nooit gedacht. Arme Saar ik heb innig meelij met haar. Mevr. Berkh. schreef er Ma eerst over, maar toen wisten wij het nog niet zeker tot wij het van Tante J. vernamen, die er wist bij te vertellen dat het reeds zeven maand ver was, wat nat. niet waar is. Wel herinnerden wij ons dat Tante T. toen zij voor afscheid bij mevr. A. een dinertje had ons vertelde dat S. zoo’n dikkertje werd; haar ouders wisten er toen nog niets van. ←

11 januari: Bijz. aardig vond ik de heeren Wicker en Brandt, ook neef Alfred → nat. weer de getrouwden! Wij hadden beiden onze witte jap. aan, P. laag en hadden nogal succes.

15 januari: Bij mevr. Thijssen maakten wij eene visite, die ons voor vanav. mee inviteerde. We hadden daarom een heele scène thuis, daar P. niet mee wilde en hoofdpijn wilde voorwenden, → daar zij niet met die burgerlijke mensen uit wou, meer dan belachelijk en Pa haar daarin nat. stijfde. ← Tenslotte ging ze toch mee en hadden een alleraardigste avond. 

19 januari: We gingen met ons vieren naar Tivoli, waar we een heel mooi progr. hoorden met Hekking als solist → Theo presenteerde Louis B. Wat zou ik dat een paar jaar geleden heerlijk gevonden hebben en nu liet het mij geheel koud. ←

29 januari: Tante Marie stierf vanmid. in den ouderdom van 86 jaren. Mama en ik gingen er van half 5 heen en troffen er een heele familie reünie, maar Tante W. niet, die was gaan rusten. We moesten nu helaas bedanken voor ‘t diner bij de v. Kretschmars daar Tante juist woensd. begraven wordt. → Nu net dat Feith en Sprenger komen, wat een pech, maar we hadden toch maar een van beide kunnen hebben. ← 

2 februari: Een van ons was heden bij de van Kretschmars gevraagd, maar we moesten nu bedanken. → Wat een pech, daar juist Henri en Sprenger ook kwamen. Van Tante M. kregen wij niets, daar alles naar de jongere broer gaat, ook al pech, daar we toch op iets gerekend hadden! ← 

6 februari: Beneden gekomen, werd ik verrast door prettige cadeaus. Van M. en P. een geitenwol voor vóór de divan, een groote Bos Atlas (groote wensch van mij)

7 februari: → In bed diepz. gesprekken met P. over ‘t huwelijk, waaruit blijkt dat wij dezelfde smaken hebben. Verliefd zijn we in ‘t geheel niet, maar wie we zouden kunnen trouwen zijn Kees, Cort, Herman, Strick en Henri F. Een akelig verschijnsel dat wij hierover zoo eensgezind zijn! ← 

10 februari: Mevrouw Collot d’Escury uit Zeeland kwam plotseling vanmorgen aan gezet; ze was zeer spraakzaam, zoodat ik niet kon begrijpen dat zij de moeder van de dochter was. → Ze was verontwaardigd over Saar en zei dat ze haar nooit vertrouwd had; ook vertelde ze dat haar moeder vier maal met haar naar den homeopaat was geweest en toen hij den laatsten keer zei dat zij het zelf wel zou weten, zei Saar van neen en toen de dokter de waarheid vertelde, vroeg Mevr. verontwaardigd wat of hij wel van haar dochter dacht, viel zij door de mand. ← 

12 februari: Tante Jacque dronk in onze kamer thee. →  Ze had het met Ma o.a. over Sprenger, die met nieuwjaar aan Theo gezegd had, dat het zijn grootste geluk zou zijn P. tot zijne vrouw te maken! Ma had het met mij over P’s gevoelens tegenover hem, maar ik wou niet laten weten dat P. door mij van zijn liefde bewist. Ik vond het echter ook de beste tactiek P. niet te vertellen, wat S. tegen T. gezegd had, dan is zij niet meer zoo vrij tegen hem en ik wil eens zien hoe die bal rolt. ←

13 februari: → Ik wandelde met P. en we kwamen over S. te praten. Ze zei wel dat zij hem heel aardig vond, maar toch niet om mee te trouwen, tenminste voor zoover ze hem tot nu toe kende. ←

20 februari: Paula en ik gingen te Hilv. koffiedrinken en werden door Theo van het stat. gehaald. Een meisje Versteegh en Sprenger waren ook gevraagd voor de koffie. → We waren er van overtuigd dat Sprenger zou komen en P. was doodsbang zij een kleur zou krijgen, wat echter niet gebeurde. Na de koffie gingen wij wandelen en probeerden S. en F. steeds, dat S. en P. samen kwamen te loopen: Daar ik wist dat ze het niet wenschte bleef ik er eerst bij, maar later liepen zij toch een poos samen. Ze hadden het steeds over het uitgaan; P. vond hem nogal vervelend, daar hij over niets ander wist te praten. Hij probeerde later bij de thee wel steeds in haar buurt te blijven, maar P. moest er niets meer van hebben, en toen ik haar thuisgekomen zei wat S. met nieuwjaar aan Theo had gezegd, was zij blij dat ik daar niet eerder met haar over had gesproken. ‘t Zal wel niets tusschen hen worden. ←

27 februari: → K. had F. gevraagd of zij het gezellig zou vinden, als hij ‘s av. kwam theedrinken! ← 

28 februari: → F. en ik wandelden samen het vierkant om, zij vroeg mij hoe ik R. vond en ik kon haar nat. zeggen dat ik hem heel graag mocht, toen nog niets verder denkende. We hadden het ook over trouwen en ze zei dat zij niet graag ongetrouwd zou blijven. ← 

Toen wij naar bed gingen, zei ik tegen F.: K. is vast verliefd op je, waarop zij vroeg of ik later nog even bij haar wilde komen, wat ik deed en toen vertelde ze mij dat ze doodelijk was van K. vanaf het eerste oogenblik dat ze hem gezien had, nu 3 weken geleden op een hockey match te Zw. Als hij mij morgen vraagt, zeg ik ja, zei ze nog. Ook spraken we over de voorspelling van Mevr. Bax! Eerst zou ze verliefd worden op een officier (Jan van Reede), maar ze moest oppassen voor een donker meisje (Lily de Bruijn) daarna zou er iemand komen, wiens ouders gescheiden waren of een van beiden gestorven, het was geen off. en zij zou heel geluk. met hem zijn. We praatten er nat. nog lang over, ook over het feit dat zij een nichtje van mij werd, waar we erg om moesten lachen. F. zei nog dat als hij werkelijk van haar hield hij den 13den op haar concert haar een bouquet zou geven. We praatten nog heel lang na. ←

1 maart: →  Ik bracht F. naar den trein van 9.37. In den tram spraken wij aldaar over hem en zei ik nog: misschien is hij wel aan het station, maar we dachten het eig. niet, daar hij dan op zijn kantoor moest wezen. Opeens zei F. daar staat hij! en werkelijk wachtte hij in de vestibule, zeggende dat hij voor de S.s. zijne eerste onderneming naar Meppel moest gaan volbrengen! ‘t Was verdacht. F. ‘s collectieve kaartje 3e klasse was ongeldig, zoodat K. 2 kaartjes 1e klas nam, nog verdachter! Toen F. en ik even alleen waren zei ik: nu gaat hij zeker den conducteur zeggen niemand binnen te laten en F. zei: stel je voor hij mij vroeg. Ik vond ‘t een pr, gelegenheid. Toen de trein zich in beweging zette, konden ze zeggen: Enfin seuls! Wat ik kon merken daar F. die anders mij blijft toe wuiven tot zij niet meer ziet, nu niet eens meer haar hoofd omdraaide en bij het verlaten van het station dacht ik: dit is verloren. Gedurende hunne heele reis dacht ik aan hen, overtuigd dat hij haar zou vragen en ik bleek niet verkeerd te hebben gedacht! ←

2 maart:  Met de post van 4 uur kreeg ik een brief van F. en vermoedende wat het zou bevatten, ging ik hem gauw boven lezen en werden mijne vermoedens bevestigd. Hij vroeg haar na Amersfoort en zij waren het dadelijk eens. Ze zijn zeer gelukkig maar moeten nog tot Zat. geduld hebben, wanneer er iets meer definitiefs kan worden vastgesteld, zoodat ik er nog niets van mag zeggen. Zij vond nat. ook het financieele een groot bezwaar. Ik vind het een erg aardig span en schrijf haar direct terug, hoe blij ik voor haar was. Den heelen avond en ‘s nachts waren zij in mijne gedachte en ik kon dan ook niet nalaten het ‘s av. aan P. onder de grootste geheimhouding te vertellen. Zij keek er ook erg van op, wat is alles ook gauw gegaan! ←

3 maart: Bij tante zat ook Willy v. L. → die ons uitliet in den gang en dadelijk over F. begon. Zij vond het een heel aardig paar, maar vond den financiën ook wel een groot bezwaar. Ze zei dat hij Dinsdag heel aardig bij de fam. v. R. ontvangen was en dat zij er al lang van wist. Ik zag er nu ook geen bezwaar in, het groote nieuws aan M. en P. te vertellen, die nat. ook heel verwonderd waren. ← 

4 maart: toen het begon te regenen bracht ik Tante onder mijn parapluie even naar het station. → Ze begon dadelijk over Alfred. Hij had Tante gezegd dat ze nog eens zoo’n koffiepartij mocht geven, als de laatste keer want dat hem dat zoo goed was bevallen. Dat P. dus minder toeschietelijk was geweest, had hij dus niets van gemerkt. P, die ik er later over sprak, zei op ‘t oogenblik nog niets voor hem te voelen en meende ook intellectueel hooger te staan. Ik zie niets van dat eng. komen. ←

13 maart: → Wanneer zou ik eens zoo’n geluk. dag beleven? Ik heb zoo’n voorgevoel van nooit of heel laat; in elk geval niet voor mijn 28 jaar. Ik zou het vreeslijk vinden niet te trouwen! ←

14 maart: Om 9.08 vertrok ik alweer uit Zwolle met Karel Fr. en v. Lynden, die tot Amersf. met ons mee ging en vandaar naar Haarlem. Den jubilaris begroette ik dus pas met de koffie.

18 maart: → P. wou eerst niet naast S. zitten, zoodat ik maar naast hem ging zitten. Hij maakt haar niet in ‘t oog loopend het hof, maar van tijd tot tijd zweefden zijn blikken naar haar waar zij echter geen acht op gaf. ← 

27 maart: 1e Paaschdag. → Toen deze dag begon, had ik niet kunnen denken dat het zoo’n gewichtige voor mij zou zijn!! Om 12.25 was er bijeenkomst op het perron van ‘t Buurtstation n.l. Willy, LEly, Fl., Kees, Lus, Karel, Jettie, Louis, v. Lynden, Everts en mr. François. In de Bilt stapten wij uit en begonnen wij onze wand. Al dadelijk was v.L. naast mij, wat ik ook heel gezellig vond. Eerst volgden wij de straatweg naar Soestdijk, stapten toen links in om ons een eind verder bij het vijvertje neer te zetten. Hij vroeg mij toen na een poosje om wat verder daar te wandelen, wat ik deed. (Waarschijnl. heeft hij toen al mij willen vragen, maar geen gele stukjes gevonden.) Toen de anderen ook bij ‘t vijvertje gekomen waren, vroeg Jetty mij even alleen te spreken en zei mij dat ze dacht dat v. L. een oogje op mij had. Ik zei, wel nee kind, hoe kom je erbij, wij moesten toch wel samen wandelen, even goed als P. en Louis en zij en Everts. Ik dacht zelfs niet aan de mogelijkheid. Toen de Bilt gekomen, voegden wij ons weer bij de anderen en sprak ik met Fl. erover; ook in den trein, waar we moeilijk plaatsen konden krijgen, vanwege de volte besprak ik alles eens met F. terwijl P. met Kees zat. Te Utr. aangek. liep ik even alleen met P. wie ik het gauw vertelde en die het heel inter. vond. Ze had het al zoo’n beetje gedacht, daar Jetty er haar over gevraagd had en in de coupé toen ze en mij zoo had zien fluisteren. Ik was erg moe toen we bij de v. L. thuis waren en nadat wij een kopje thee gedronken hadden, gingen we wat rusten, Jetty en P. in een bed en F. en ik. F. zei mij toen dat hij daadelijk van mij was en dat zij dat gemerkt had (wat hij mij zelf ook verteld had) toen we in Amersfoort afscheid van elkaar hadden genomen en ik hem toen hij met den anderen trein vertrok, had toegezwaaid. Dat vooral had hem zoo’n hoop gegeven! Ook kende zij de fam. heel goed vanuit Breda en zei ze dat zij zoo aardig onder elk. waren. Maar F. vind nat. evenals ik hoofdvereischt dat wij ontz. veel van elk. moeten houden voor wij ons engageeren. Ik vroeg haar of zij ook niet het beste vond, dat ik er niet met M. en P. over spreek, voordat hij zijne visite gemaakt had, daar mij dit voor beide partijen prettiger leek. Kees had gezegd, dat hij een heel goed hoofd heeft, degelijk was, maar ze geloofde dat hij niet veel fortuin had en in zijne studies ook werd bijgestaan door een oom uit Zeeland. Heerlijk vind ik dat hij muzikaal is, van reizen houdt (waarvan echter helaas wel niet veel zal komen als hij ongefortuneerd is) en erg van natuurschoon geniet. Dit kon ik op de wand. ook merken, ‘t was dan ook een uitgezochte dag, die heerlijk bosschen en de vroolijke zon, die reeds zoo’n warmte verspreidde. Aan tafel zat ik nat. naast hem en waren wij geluk. beiden heel gewoon tegen elk. zoodat niemand iets kon merken; echter wisten zij het allen behalve Everts en Jetty, die het vermoedde. Aan ‘t eten kon ik haast niets naar binnen krijgen, alles stond mij tegen. Na ‘t eten gingen we boven koffie drinken en toen beneden zitten luisteren naar het musiceeren van Jetty, met F. en later Fl. die heel mooi speelde. Hij zat naast mij. Karel en hij brachten ons per tram weg. Bij de Maliebaan stapten wij uit, ging P. met K. loopen en ik met hem. Ik drukte hem toen nog eens goed op zijn hart dat als hij morgen eens vis. kwam maken ik nog niets aan mijn ouders zou gezegd hebben en ook zei ik dat hij goed moest begrijpen ik hem nog geen hoop had gegeven. Maar er als hij weg was over zou spreken en ‘t hen dan doen weten wat het resultaat was. Ook vroeg hij of wij niet zouden correspondeeren, maar ik zei hem niet te gelooven dat dat de ware manier van kennismaking was; als men elkaar goed kent, vind ik dat iets anders. Fl. vertelde mij ook nog dat na Amersf. bijna dagelijks met Kees over mij had geschreven. Ook met Willy klonk hij speciaal om haar voor hare gastvrijheid te bedanken. “Ik heb genoten vandaag” zei hij. Wat is het toch gek zooals het soms in iemands leven gaat; dat iemand werkelijk zoo als een coup de foudre van mij kan zijn gecharmeerd, had ik nooit durven denken. Gelukkig zag ik er vand. nogal goed uit met mijn blauwe pak, nieuwe bruijne hoed en kanten blouse. F. zei, dat ik er gisteren ook lief had uitgezien met mijn crême zijden dinerjapon. Inwendig zeer opgewonden, liet ik er echter niets van blijken en ging maar gauw met P. naar bed, waar wij nog heel lang napraatten. Ze vond hem wel een type voor mij. Ik was urenlang wakker vannacht en bracht een zeer onrustige nacht door, steeds aan hem denkende, zooals hij zeker ook aan mij! Wat zou er van komen, kan ik maar even een blik in de toekomst werpen!! ← 

26 maart: Met Caroline reden wij naar de v. Lelyveld’s die ter eere van F. en K. een diner gaven. → Ik vond het heel gezellig met v. L. die vertelde dat zijne moeder met Mama op school was geweest. Thuis had ik al tegen P. gezegd: ik hoop dat ik naast v. L. kom te zitten. Weinig had ik kunnen vermoeden dat hij alleen voor mij was overgekomen. We kwamen eerst om half 12  thuis. ←

28 maart: 2e Paaschdag. → Van slapen was vannacht bijna niet gekomen, zoodat ik vanochtend zeer zenuwachtig was. Niemand merkte echter iets aan mij en toen hij om half 3 binnenkwam, kwam mijne kalmte terug. Van tevoren had ik gezegd dat alles er op zijn netst uitzag. Ma deed dat geluk. hare groene japon aan, waarmee ze er zoo schattig uitziet en Papa, die nog even iets zei van niet te willen binnenkomen zat er netjes aangedaan in zijn gekleede jas bij. v. L. zag er “tire” uit met verlakte schoenen, bjpvr kousen (volgens mama) en een keurig licht vest. Hij praatte heel geanimeerd en ik bewonderde zijn kalmte. Hij bleef p.m. twintig min. en toen hij vertrok, was voor mij het gewichtige ogenblik gekomen. Ik begon te vragen hoe P. en M. hem vonden, waarop M. zei: Een heele aardig en leuk iemand en P: Een geschikte persoon. Toen zonder verder dralen: Hij heeft mij gevraagd; Beiden paf! Ik legde hen toen uit waarom ik het niet eerder gezegd had, wat zij beiden heel verstandig vonden. Ik kon wel dadelijk al merken dat het nogal in goede aarde viel, al begon Papa gauw daarop al over de financiën, die hij dacht dat niet zoo heel schitterend waren. Papa ging toen met P. uit en ik met Ma en praatten wij nat. over hem. Ma zei dat hij zoo’n bijzonder prettigen indruk op hen had gemaakt. Ik vroeg of ze dacht dat het wel meer voor kwam, dat de liefde eerst zoo geheel van een kant komt, want dat ik hem heel aardig vind, maar toch niet verliefd ben. M. zei dat toen Papa haar vroeg, zij ja had gezegd, maar even goed “neen” had kunnen zeggen, zoo weinig was zij zeker van hare gevoelens en in haar engagementstijd is toen de groote geede ontstaan! Alles wat ik tot nu toe van hem weet, is goed en Pa vindt het ook prettig dat hij van goede fam. is, vlug afgestudeerd en doctor in de staatswetenschappen zal worden! Met Mama besprak ik ook hoe ik verder kennis met zou kunnen maken en vond M. dat Mevr. v. L mij daar dan maar te logeeren moest vragen als dochter van hare vroegere kostschool vriendin; in elk geval wilden M. en P. niet beginnen avances te maken.

29 maart: We hadden het den heelen dag druk met voor het diner te zorgen; tot overmaat van ramp verschenen de kippen niet, waar Tante Jacque toen nog op uit trok en na lang wachten eind. met één kip thuiskwam, waarvan ze echter goedig nog een mooie schotel maakte. Ook had de handige M. het slimme idee de kachel om te gooien, die een deel van het tapijt verbrandde. Toch kwam het diner nog goed op zijne pooten terecht en was de stemming heel vroolijk, die ongelukken waren te wijten aan de 13 aan tafel! Wij zaten als volgt: 

Ik amuseerde mij heel goed met Theo, die in een bar gekke stemming was en mij steeds de oppositie geest noemde. Ik had echt het idee: Ik mag wel wat brutaal zijn, want ik ben toch zoo half geëngageerd. Ma kreeg vandaag een brief van Mevr.v. L., een bijz. aardige brief; zij vindt het het beste (wat wij ook hadden gedacht) wanneer ik half April bij hen kom logeeren “als dochter van de vroegere kostschool vriendin.” Toen alle gasten verdwenen waren, schreef Ma nog even een brief terug om te zeggen dat ons die wijze van kennismaking ook de beste leek en ik dus graag zal komen. Als ik er in ‘s hemelsnaam maar goed aan doe; ik verlang er naar erheen te gaan ook al om uit deze vreeslijke onzekerheid te zijn. Geluk. gaat Ma met mij mee! ← 

31 maart: → F. vertelde mij dat Kees twee brieven gehad had van Willem, waarin hij schreef dat hij zich zoo verheugde op mijn komst en het heerlijk zou vinden eens vrijuit met mij te praten. W. had in dien brief ook laten blijken dat hij dacht dat ik meer voor hem voelde dan ik hem gezegd had, maar toch niet “ja” had willen zeggen omdat ik er eerst met M. en P. over wou spreken. Als hij maar niet te veel hoopt. Ik weet niet wat ik denken of hopen mag, het is zoo moeilijk! ← 

1 april: → Deze maand zal wel een van de belangrijkste van mijn leven worden. God helpe mij, den rechten weg te wijzen! Mijn innigste hoop is heel veel van hem te gaan houden en hem heel gelukkig te maken. ← 

Aan het station, waar F. en ik nog een tijd moesten wachten, praatte zij nog heel vertrouwelijk met mij en zei ze o.a. dat zij gedurende bijna een jaar er niets van had gemerkt dat haar man haar het hof maakte. Ik ben dus de eenige niet, die niets merkt! Ik liet nat. niets over hem los. Mama beantwoordde vanav. den brief van Mevr. v. L., een brief van 11 zijdjes; ik laat een deel volgen: l.H. Ge zult kunnen begr. hoe geluk. ons uw hart. schrijven maakt dat wij gisterenav. ontv.; had mijn zoon gehandeld naar de inspraak van zijn hart, dan had hij bij dezen br. dolgaarne een waar die aan uwe dochter, bijgevoegd, doch dat vonden mijn man en ik beter van niet, daar er nu, noch later eenige pressie op haar mag en zal worden uitgeoefend en zij geheel vrij moet blijven in het nemen van haar besluit na nadere kennismaking. Wij danken u en den Heer (voor het vertrouwen dat Gij ons stelt door ons uwe dochter als logee te willen bestaan en wij geven u de verzekering dat wij uw vertrouwen niet zullen beschamen. Dan schrijft Mevr. over de houding tegenover de buitenwereld, inviteert Mam ten eten (wat ik heerlijk vind) en spreekt over haar huisgezin. Verder nog: W. laat uw dochter zeer hart. gr.; hij is toch zoo geluk. dat zij komt en mag en wil. Dat zij door ons als het eventueel zoover mocht komen met liefde in onzen kring zal worden opgenomen, beloof ik u, maar zij mag nooit het gevoel hebben van niet terug te kunnen nu zij in deze logeerpartij bewilligt. ← 

12 april: begon ik mij niet lekker te voelen en bleef tot en met vrijd. met koorts te bed nadat Mama dond. geschreven had, dat ik pas Maandag zou komen. → Daarop kwam zoo’n allerliefste brief van W. aan Mama om naar mijn gezondheid te informeeren, dat ik bij het lezen ervan voelde hoe bleek ik werd en ik mij aan de tafel moest vasthouden om niet te vallen. Nu opeens werd het mij duidelijk hoeveel hij van mij hield en om hem niet te doen gelooven dat ik niet komen wilde besloot ik Zat. morgen een telegram te zenden om te zeggen dat wij kwamen. Mevr. had n.l. geschreven dat wij dienzelfden dag wel konden telegrafeeren. Nadat het telegram weg was, voelde ik mij weer ellendig, maar ik wou nu doorzetten. Hoe meer wij H. naderden hoe zenuwachtiger ik werd, maar door de medicatie had ik tenminste wat kleur gekregen. Op het perron was de eerste dien wij zagen W., weldra gevolgd door zijn vader die ons zeer vriend. ontving. Met een rijtuig reden wij naar de Zijlweg, waar de heele fam. ons dadelijk zeer hart. tegemoet kwam. _Ik schrijf hier even over wat mijne indrukken waren, dien ik dien avond lopend op papier zette_ Zat. 16 Apr. Nadat ik vannacht slechts 2 uur tamelijk goed geslapen had, was ik vanocht. toch op tijd op en besloten wij naar H. te telegrafeeren dat wij ‘s mid. zouden komen. Ik begreep dat als wij eerst Maandag gingen, ik dan nog 2 slapelooze nachten moest doorbrengen en ofschoon ik zoo wit was als een laken en mijn tong erg beslagen, hakten wij de knoop dus maar door. Mama was meer dan engelachtig lief, draafde van beneden naar boven om voor mijn koffer te zorgen, terwijl ik om half 11 nog even op Papa’s kamer een dutjje deed. Van eten was weer even als de vorige dagen geen sprake en gebruikte ik dus alleen maar wat vloeibaar voedsel. Eindelijk om kwart voor 2 vertrokken wij, door Papa weggebracht, die mij nog eens op het hart drukte dat ik W. toch vooral niet aannemen moest, als ik niet heel veel van hem hield, wat nat. ook niet in mijne bedoeling ligt. Ik vond het een verukkelijk idee dat mijn lieve Moeder meeging. Wij zagen er netjes uit. Ma in ‘t bruin kamgaren ook met lila winterhoed; ik met mijn nieuwe blauwe pak uit A’dam en bruine zomerhoed. Tot A’dam probeerde ik wat te slapen, maar daarna begon ik zenuwachtig te worden; ‘t begon ook zoo te naderen! Te H. zagen wij eerst W, wien ik nat. dadelijk zei mij bij mijn naam te noemen; spoedig daarop zagen wij zijn vader die een zeer prettigen indruk maakte. Met een rijtuig reden wij naar de Zijlweg waar Mevr. ons  voor het raam reeds toewuifde en wij verder met Anton en We. kennis maakten; de ontvangst kon niet hartelijker geweest zijn! We werden in de huiskamer met thee ontvangen, waarna ik een uurtje ging rustten en voor het eten weer verscheen; ‘t was mij nog altijd niet mogelijk iets naar binnen te krijgen. Mama die om 9 uur naar de van Reeken’s vertrok, werd daar mij, W. en We weggebracht; zij was ook evenals ik verrukt over de familie en vond W. ook zoo aardig. Voor het eten had ik ook nog even het heele huis gezien, dat er gezellig is ingericht. De zolderverdieping wordt gebruikt voor ateliers; zoo h heeft W. er een hokje waar hij in timmert en waar een pr. rafel stond, daar hem geheel in elk. gezet en besneden, verbazend handig. Ook photografeerde hij pr., waarvan hij mij e lantaarnplaatjes eens vertoonen wil. Voor het naar bed gaan, las Mr. v. L. nog uit den Bijbel, waar de meiden ook bij waren. ← 

17 april: → We gingen allen beh. Anton naar de Janskerk, waar ds. van Paschen preekte; op mij maakte het geen indruk de anderen vonden zijn preek wel mooi. Direct na de koffie, bracht W. mij per fiets naar Mevr. v. R., waar ik Mama een heele tijd alleen sprak en ik haar zei dat ik voelde van W. te houden en hem dus vast zou aannemen als hij mij weer vroeg. M. is ook zoo met hem ingenomen. Thuisgekomen gingen W. B, We en ik per fiets naar Kruidberg van de Cremers, waar W. een kaart had voor op het buiten te wandelen, wat wij deden, het is beelderig. Over Santpoort en Bloemendaal  fietsten wij terug. Ik was wel moe, maar een kopje thee kwikte weer op. Na het eten vertoonde W. zijne lantaarnplaatjes, die hij allen zelf fabriceerde, beelderig van Zwitserl., België en Duitschl. en ook heel aardigen naar photo’s en kiekjes van zijne fam. Ik bewonderde hem toch zoo! Daarop deden wij een spelletje brolsen, heel gezellig en toen Whistten Mevr., We, W. en ik waarbij hij mijn partner was en wij wonnen. ‘t Was een heel genoeglijke dag en ik voel mij hier dan ook heel thuis in deze lieve familie. ←

18 april: → De gewichtigste dag van mijn leven! En daar had ik den heelen nacht al een voorgevoel van gehad, tenminste ik heb uren wakker gelegen, mij steeds luchtkasteelen tooverende, waarvan hij steeds het middelpunt uitmaakte. Ik was dan ook zoo moe na het ontbijt (dat reeds om 8 uur is) dat ik nog wat op de divan ging rustten en daar vond W. mij bij zijn binnenkomen en was engelachtig tegen mij. Wat later bracht hij mij naar Mevr. v. R., waar ik een tijdlang met Ma in den tuin wandelde. Bij ‘t weggaan kwam Mevr., die door Ma op de hoogte was gehouden mij even goedendag zeggen en vroeg zij of zij mij mocht feliciteeren, waarop ik “ja” zei, de eerste dus die mij geluk wenschte! Hierop ging ik naar de Bloemen tentoonstelling, waar hij mij spoedig achterop kwam, gevolgd door zijne fam. De tentoonstelling was meer dan schitterend, maar ik kon er niet zoo van genieten, daar ik mij ellendig voelde; hij was vreeslijk zorgzaam en lief voor mij en uit het hoofd…. komende, ging hij een tijdlang met mij alleen op een bank zitten, waar we ons koesterden in de zon en mevr. de la Bassecour Caan en hare dochter ons zagen zitten; later spraken zij met mr. en mevr. v. L. Na de koffie ging ik wat rusten, waarna wij uitgingen en ik het vaste voorgevoel had (wat ik vannacht ook reeds had gehad) dat wij het eens zouden worden, en het bedroog mij niet! Wij fietsten met We lang mooie bollenvelden naar Kraantjelek, waar wij onze fietsen deponeerden en in de duinen gingen wandelen. Na een povee gingen wij zitten om viooltjes te plukken en ging We heel wijselijk een eind verder. Toen, zonder van plan te zijn mij weer te vragen, maakte hij toch eene zinspeling erop en toen ik antwoordde: “Ja maar nu hoef ik er niet lang over na te denken” keek hij mij een tijdlang de oogen en toen verrukt. “O, wat maak je mij gelukkig lieveling!” waarop wij de eerste kus wisselden, gevolgd door vele anderen. Welke heerlijke onvergetelijke oogenblikken waren dat! En toch kon ik mij dien dag nog niet mijn heel geluk doordringen, het was ook zoo plotseling en daarbij kwam dat ik mij niet goed voelde, ofschoon dien middag beter dan de vorige dagen, een rustiger gevoel had er voor plaats gemaakt. O, ik hoop zo dat ik hem heel gelukkig zal maken! Na nog een poosje in het gras te hebben gezeten, maakten wij spoedig We. deelgenoot van ons geluk. Zij was heel verbaasd en was allerhartelijkst. Zij gaf ons eerste bouquet: Narcissen. Nadat wij bij Kraantjelek een glas bier hadden gedronken, fietsten wij huiswaartsch en kwamen op de Zijlweg Mr. v. L. en B. tegen aan wie wij het groote nieuws vertelden en bij onze thuiskomst vonden wij in de salon toevallig Mama ook en even later kwamen Mr. van L. en B. binnen. We werden van alle kanten omhelsd en gefeliciteerd. De ontvangst in mijne nieuwe familie kon niet hartelijker geweest zijn en ik was er dan ook zoo dankbaar voor! Nadat Mama vertrokken was en de fam. ook uit het salon was, hadden wij een heerlijk oogenblik, hij was zoo lief tegen mij! Voor het eten bracht hij mij beelderige witte rozen waarvan ik er dadelijk een paar aan deed op mijne beige japon. Na het eten brachten wij een lange tijd door en het koepeltje, waar onze eerste vertrouwelijke mededeelingen begonnen los te komen. Binnengekomen werden wij dadelijk aan ‘t schrijven gezet en pende ik het groote nieuws aan Paula, die bij de fam. Quintus in Gron. logeert. Ook schreef ik dadelijk aan Flor. Mr. v. L. zond een telegram aan Papa om hem morgen ten eten te vragen en eronder: W. en wachten uwe toestemming, waarop spoedig Papa’s telegram volgde dat hij zou komen. ← 

19 april t/m 3 mei: → Wat een heerlijk wakker worden vanoch. met het bewustzijn liefgehad te worden en lief te hebben! W. was er reeds voor het ontbijt en wachtte mij in de gang op om mij een zoen te geven. Na het ontbijt gingen wij samen naar boven om wat aan het tafeltje te verven, toen mr. v. L. spoedig boven kwam, zeggende dat Mama aan de telefoon was en wilde dat ik bij haar kwam. Dus togen W. en ik daarheen, waar wij door mevr. Guda en Amie van de Wal, die erg logeerde, werden gefeliciteerd. Mama constateerde dat ik geelzucht had, ik voelde mij ook heel onprettig. W. was intuschen weer vertrokken en ging ik met Mama naar Mevr. Hoseroode wagenweg, zij was aan het verhuizen; zij keek erg op van mijn engagement en verheugde zich zeer in mijn geluk. Ik bleef er een heele tijd zitten ook nadat M. was weggegaan en Mevr. liet al den apotheker nog iets voor mij halen. Ik keerde dan ook pas met de koffie terug en nadat ik nog wat gerust had, gingen W. We. en ik naar W’s kamer, waar ik een heerlijk gemakkelijke stoel kreeg en W. engelachtig lief voor mij was. De kamer zag er wel gezellig uit en W. liet mij allerhande kieken en foto’s zien. Om 4 uur kwam A. ook en schonk ik thee. Wat zou ik van dit alles meer genoten hebben, als ik mij maar niet zoo ziek had gevoeld! Daar de plassende regen zegen gingen wij naar huis, waar intusschen M. en P. waren gearriveerd. We hadden voor het eten nog een heerlijke tête à tête in We zitkamer en gingen toen samen naar Mr’s kamer, waar de heele fam. zat. Voor dien tijd had ik met Mama gepakt, daar mijne ouders besloten hadden mij vanav. mee naar huis te nemen. Ik vond het nat. wel naar, maar voelde dat het beter was dat ik vertrok, daar hij zoo toch niets aan mij had. Bij het dessert schonk mr. v. L. een glas champagne en hield een bijz. aardige toespraak. Ik werd daarna zoo naar dat ik de kamer moest verlaten en juist bijtijds…

We hielp mij zoo flink en legde mij toen op de divan. Papa heeft ook nog een woordje gesproken, dat ik niet meer gehoord heb en Mama vertelde mij dat W. probeerde nog iets te ze zeggen, maar toen zoo aangedaan werd, dat hij niets uit kon brengen en vreeslijk snikte, lieve goede jongen, hij vond het zoo naar dat ik weg moest en snikte naderhand in het salon waar wij samen waren ook zoo. En ik stond daar zoo machteloos tegenover en vond mijzelf zoo … koud. Ook voelde ik op dat oogenblik dat zijne liefde voor mij dieper zat dan ik voor hem voelde, ik kon het bij mij zelf nog niet goed realiseeren, het zou eerst later tot mij doordringen! Door W. werden wij met een rijtuig naar het station gebracht, waar even later A. kwam om M’s koffer te brengen, dat M. vergeten had. Aan het perron gaven wij elk. geen zoen, daar andere menschen ons zouden kunnen zien, maar een stevigen handdruk. In den trein spraken wij nat. den heelen tijd over W. waar M. en P. ook zoo mee zijn ingenomen en over de andere familieleden zijn wij ook in eene verrukking!

Over de 14 dagen die toen volgden, wil ik slechts kort schrijven daar ik … dagboek in dien tijd niet heb bijgehouden. Ik lag 14 dagen met geelzucht in bed, wat heel vervelend was daar ik mij verder heel goed voelde, alleen zag ik nat. erg geel, wat heel langzaam wegtrok. Dr. Schmidt was anders zo verbaasd dat ik geen hoofdpijn en maagpijn had en mij niet dood en of voelde, ook had ik geen koorts. Alleen ontbrak mij alle eetlust en kreeg ik de eerste week niets anders dan karnemelk en Maria koekjes. De eerste 4 dagen lag ik in onze slaapkamer, daarna verhuisde ik naar papa’s kamer, wat veel gezelliger was en waar de heele fam. steeds bij mij zat. Mevr. v. L. was zoo bijz. vriendelijk mij zond. den 24sten op te komen zoeken. Zij zat den heelen mid. bij mij en was ontz. aardig voor mij. Ik genoot erg van haar bezoek. Ook bracht zij mij vele portretten van W. mee waarvan ik verscheidene in een groote lijst zette, die ik steeds op een tafeltje naast mijn bed had met zijne roode rozen, waarvan hij mij zoo goed voorzag. Vooral mocht ik graag kijken naar het kiekje, waar hij in dien grooten stoel zit en had dan een vreeslijke verlangen op zijn knie te zitten en mijne armen om zijne hals te slaan, ik gaf dat portret dan ook elken avond een kus! Heerlijk, ja zalig waren ook zijne lange brieven, soms zoo een per dag: daaruit leerde ik hem ook weer zoo veel beter kennen en voelde hoe ik elken dag nader tot hem kwam, mijne liefde steeds grooter werd, een zalig gevoel en iederen avond dankte ik god die mijn zoo’n groot geluk geschonken heeft, ik begrijp niet waaraan ik zooveel goedheid verdiend heb! Ook van zijn ouders, Tantes, Oom en verdere familieleden krijg ik allerliefste brieven, die ik wel den tijd had te beantwoorden. Ik schreef dan ook ongeveer den heelen dag, waarvan nat. het meest aan mijn schat. Mama had het ook vreeslijk druk met de correspondentie, want wij communiceerden mijn engagement overal per briefkaart. Ik kreeg ook reeds van verschillende menschen bloemen (mevr. Ledeboer, Oom Aad, de Hoyers, zijne tantes, Geertrui Enz.) wat ik wel jammer vond voor onze receptie, maar wat toch heel vroolijk in de kamer stond. Van Mr. v. L. krijg ik tijden mijn ziekte een pr. canboek kussen gestuurd voor ons huishouden! Eindelijk 30 Apr. mocht ik hem schrijven om Dinsdag te komen; we hadden juist van mevr. v. L. een brief gekregen, zeggende dat W. het niet meer kan uithouden en of hij in elk geval Dinsd. met mr. en mevr. mee mocht komen, al was het dan ook bij mijn bed en nu kon ik hem de goede tijding schrijven dat ik dien dag op mocht, een verrukten brief volgde als antwoord en maar al te langzaam naderde 3 Mei. Eindelijk was het dan zoo ver en mocht ik dien dag om 10 uur opstaan. Mama en Papa haalden den Mevr. en W. af, maar W. en P. vloog vooruit om gauw bij mij te zijn, het was een heerlijk weerzien, ik voelde mij zóó gelukkig spoedig daarop kwam mevr. ook en zaten wij gezellig in de salon. Ik werd toen vreeslijk bedorven en kreeg van W. mijn pr. brillanten ring, waar hij mij zoo ontz. veel pleizier mee deed. M. en gaf mij uit naam van Tante Jeanne de ouderwetsche bracelet van den Ronine, een prachts tule en toen om een uur of 4 mr. v. L. verscheen, kreeg ik van mijn lieve schoonouders nog een pr. schakelarmband. Het was werkelijk te bar. Ook P. bedierf ons vr. door ons een beelderig gedreven zilv. lepeldoosje te geven. Wat was het een heerl. dag en hoe genoot ik er van mijn schat bij mij te hebben! Na het eten vertrokken mr. en mevr. weer, maar mijn W. bleef bij mij. Hij logeerde in het vegetarisch hôtel. ←

4 mei: → Na de koffie zaten wij een hele tijd in onze zitkamer, die W. ook erg gezellig vindt en bekeken wij briefk. van Tirol en Lwits. En bestudeerden Baed. en …….. W maakte kennis met Tante Floor, die ‘s mid. kwam en ‘s av. kregen wij eene vis. van B’ Macare. en Oom Henk. ←

6 mei: Na het eten praatten →  wij weer heel genoeglijk op onze zitkamer en had ik een heerlijk plaatsje bij hem op schoot in P’s grootte stoel. Ik zong vanav. verscheidene liedjes voor hem, ik was geluk. nogal bij stem en hij zei mijn stem heel aardig te vinden; waar ik erg blij om ben, vooral Gries’s: “Ich liebe dich” viel erg in den smaak en mijn stem trilde wel een beetje van aandoening toen ik dat voor hem zong, daar het zoo de vertolking is van mijn innigste gevoelens. Daarna Whistten we nog wat. ←

7 mei: →  Ik stond reeds om half 10 op om wat langer van W. te kunnen profiteeren. We zaten gezellig in Papa’s kamer en na de koffie nam ik weer mijn geliefkoosd plekje op W’s schoot in. → Gerard Sanders kwam ons onverwacht een bezoek brengen, hij was dien dat uit Manchester gekomen. Om half 4 →  na een langdurig afscheid, brachten Ma en Papa W. weg. Gelukkig is het niet voor lang. In deze dagen heb ik hem steeds liever gekregen en ik voel mij zoo innig gelukkig, zoo’n beste man te krijgen. ← Mr. Macaré bracht mij vanmid een bezoek. 

13 mei: Om 10.33 haalde ik W. van den trein, → waar ik hem met een zoen begroette; ← het was heerlijk weer en profiteerden wij ervan eene wand. in het Park te maken. ‘s Mid. maakten wij samen visites bij de oud-Tantes, Willy, Coblijns, Truke en Calands waarvan niemand thuis. Om 4 uur ongeveer kwam Mr. v. L. even een uurtje praten, door W. en mij van het station gehaald. W. gaf mij een beelderige werkzak en zijn maskerade bef, aan Mama ook een werkzak en aan P. een speldenkussentje. → Na het eten zaten wij eerst een heele tijd in onze zitk. in de stoel, waarna wij bij Tante Floor en Oom Henk een kopje thee gingen halen. 

14 mei: Na mijn pianoles ging ik naar Papa’s kamer → en zaten wij gezellig samen op de canapee, ik ringen aan een gordijn naaiende, terwijl W. zijn kunst vertoonde en het knoopen aannaaien, dat hij werkelijk heel handig deed.Juff. ←

Om 2 uur gingen W. en ik per trein naar de Bilt → om weer dezelfde wand. te doen van 24 Mrt, maar hoe veranderd waren nu de omstandigheden! Eerst gingen wij naar het meertje, waar W. mij bijna op den bewusten dag gevraagd had; wij brachten heerlijke oogenblikken door op het bergje, waar W. mij kiekte en ook daarna bij het meertje. Wat een herinneringen haalden wij op. W. vertelde mij op welke plaatsen hij het benauwd had gehad, waar hij nu telkens een kus voor kreeg. Arme jongen, ‘t was geen heel pleizier wand. voor hem geweest, maar hoe veel prettiger was het nu voor ons beiden. Ook de plaats, waar W. een spijker uit mijn schoen had gedrukt werd door ons gememoreerd en niet het minst de plek waar W. de stoute schoenen had aangetrokken. Hij kiekte mij daar en ik hem. We zaten er een heele tijd en hadden zaalige oogenblikken, o, wat houd ik toch ontz. veel van W, elken dag meer en hij heeft mij ook zoo vreeslijk lief!! ←

15 mei: Om 2 uur gingen W. en ik samen wandelen in het Spanderswoud, → waar het overal even vol was, maar ten laatste ontdekten wij een stil plekje en gingen daar op een boomstam zitten. W. was vreeslijk verliefd en hield niet op mij te kussen, dat zijn de heerlijkste oogenblikken die ik ken en als hij mij dan aankijkt met zijne mooie, trouwe oogen, dan ben ik in de 7de hemel en krijg ik zoo’n zalig gevoel. Wat zal dat later een genot zijn, altijd samen en omringd door zijne groote liefde, die, daar ben ik zeker van, niet zal verzwakken. Voor zoo veel geluk ben ik bijna angstig; ik ben soms bang, dat er iets tusschen moet komen, want ik verdien zooveel niet!_ ←

16 mei: Eerst liepen wij naar Soestdijk, waar wij moeite deden in het Kon. Park te komen, waren echter geen kaarten meer over. → W. en ik hadden toen genoeg van met de anderen te loopen en eclipseerden in de bosschen, denkende daar een rustig plaatsje te zullen vinden, maar het was zoo’n volte, dat het ons eerst na veel moeite slaagde onder een boom bij den spoortlijn.Na er een heerlijkte tijd te hebben doorgebracht, → wandelden wij naar het Hôtel Trier om er kwast en gebak te gebruiken. 

Even voor wij vertrokken spraken wij nog even met mr. en mevr. Tilanus, Guli, Fine en Slingenberg. →  Ik dankte den hemel dat ik niet in die fam. gekomen ben! Ze waren anders heel vriendelijk, maar konden P. en mij niet uit elkaar, misschien comedie. ←

20 mei: Na de koffie fietsten wij over de Bilt, Bosch en Duin, Huis ter Heide en over de Amersf. weg weer terug. → Wij zaten een heele tijde in het bosch en kreeg ik niet genoeg van zijn vurige kussen. 

21 mei: → Onze receptie! Ik had mij dien heel prettig voorgesteld, maar de werkelijkheid overtrof mijn e stoutste verwachtingen; ‘t was een onvergetelijken dag, een van de heerlijksten uit mijn leven! Den heelen morgen stroomde het al bloemstukken en bouqetten, waarvan verscheidenen met vaas. Er waren prachtigen bij, vooral vele lelies en rozen. De mooisten waren zeker wel: een van zijne ouders: een bed van donkerlila violen met aan een kant witte rozen, van zijnen broers en zusters een mand met lelietjes van dalen, waar bovenaan pr. orchideeën, van mijn Ooms en Tante C. een pr. bloemstuk. Het was een heerlijk werk ze met W. uit te pakken en daarna te arrangeren. Ook schreef ik ‘s ochtends een massa bedankbriefjes. W. nam een kiek van de bloemen en voordat de receptie begon, nam P. ons tweemaal te midden van de bloemen. Op een tafeltje, hadden wij onze cadeaux uitgestald 

22 mei: Na het eten schreven wij weer briefjes en toen de anderen met Tante Jet naar de komeet van Halley waren, → hadden wij weer een heerlijk vrijerijtje op de divan.

23 mei: Om 5 uur vertrokken W. en ik naar Haarlem. →  We zaten in een doorloopende wagen, maar W. verstoutte zich toch een paar maal om mij een zoen te geven. ‘t Is toch zoo’n kussebroer en ik vind het ook heerlijk en krijg er nooit genoeg van. Het was nu een andere komst dan de vorige maar ik vond het zoo gek hier weer terug te komen! De ontvangst was weer erg hart., heerlijk om hier te logeeren! ← Na het eten zaten wij een heele tijd in de koepel en zochten en vonden toen de komeet van Halley als een vaag vlekje, niets aan te zien, →  maar daar was het ons ook niet om te doen!! ← 

24 mei: W. kwam laat thuis eten en na ‘t eten zaten wij een tijdlang op A’s kamer, maakten een visite bij mr. en mevr. v. Lynden van de Walenweg en → zaten thuis nog wat gezellig op de canapé. ←^

25 mei: W. kwam pas om half 8 thuis en at in de huiskamer, waar ik hem over.. en plaagde. Daarna zaten wij een poos in A’s kamer →  en zei hij weer zooveel van mij te houden ik zelf ben ook doodelijk van hem. We deden nog een whistje, keken nog eens naar de komeet, die heel flauw te zien was en zaten nog een poosje gezellig op de canapé. →  Daarna ging W. heel huiselijk het bad voor mij klaarmaken en na het bad schreef ik nog een brief naar huis.

26 mei: Om 10 uur kwam de Erewacht binnen en kwam W. dadelijk naast mij zitten. →  Hij deed een dans met mij, maar was gauw zoo duizelig dat hij moest gaan zitten. Hij zei mij dat ik een beetje op moest passen voor de heeren met de oranje roos in ‘t knoopsgat die bijna allen te veel op hadden; ik dacht toen niet dat hij daar zelf ook bij behoorde, maar later zei hij mij dat hij zich niet lekker voelde en niet had moeten komen dansen en toen begreep ik het. Eigenlijk viel het mij eerst tegen, ik had het niet van hem gedacht, maar bij nader inzien vond ik het toch wel begrijpelijk, den heelen dag een vermoeiend en warme rit te paard, gevolgd door een zwaar heerendiner en dan nog dansen! Ik had medelijden met hem, daar hij er zelf ook zoo het land over had en raadde hem maar aan zoo gauw mogelijk weg te gaan, wat hij om 11 uur ook deed. Ik bleef verder toch dansen o.a. met ←  v. Heemstra, Crommelin, Wittewaell, Bervoets en Govert Berkhout. → Ook maakte ik kennis met ← Robert v. L. en v.d. Brandeler → Een paar maal werd mij gevraagd, waar W. was, en vond ik het wel wat vervelend te moeten zeggen, dat hij naar huis was gegaan. ← Toen we om 12 uur vertrokken, sprak Mispelblom Beyer mij nog even aan. 

 27 mei: → W. maakte mij zeer zijne excuses over zijn gedrag van gisteren, vroeg of ik nog evenveel van hem kon houden. Nat. kan ik dat, ‘t was geen doodzonde en ik vond het niet zoo erg. ← 

Na de koffie zaten W. en ik heel genoeglijk op de verandah en → geneerden ons niet voor de buren, die ons begluurden. Tegen een nieuwsgierige dame zei W.: Kijk toch voor je!

28 mei: Aan het ontbijt werd door mevr. de Jonge uit den Bijbel voorgelezen in het bijzijn van de dienstboden. W. en ik gingen na het ontbijt er dadelijk op uit en wandelden door de Scheveningse boschjes naar Scheveningen, waar we ongestoord een uurtje lagen te genieten op een duin van ons samenzijn. We keerden per tram terug en daar W. nog even naar zijne kamer moest, bleef ik in de salon op hem wachtte;ik viel in slaap en → werd met één van zijn heerlijke zoenen weer daaruit gewekt! ←

30 mei: Wij vertrokken vanocht. per rijtuig uit de naar het station. Het speet mij wel dat de logeerpartij bij het lieve oudje, waar ik nu al veel van houd, weer voorbij was; wij hadden het er zoo heerlijk gehad. Aan den anderen kant was ik zeer verlangend met de verdere familie kennis te maken. Te Rott. gekomen vonden wij Mevr. Ortt aan den trein met wie wij tramden naar het Zeemanshuis, waar zij wonen. Men heeft van daaruit een pr. gez. op de haven, dat ik dan ook zeer bewonderde. Achtereenvolgens maakte ik met de verschillende leden der familie kennis, ze waren allen zeer hartelijk. Wij dronken er koffie, hoorden daarna nog een paar stukjes muziek uit de gramophone en werden door Mevr. en Leontine weggebracht. Aan het station vonden wij weldra Mijnh. v. L. die ons opwachtte; ook Kees vonden wij toevallig, hij ging met denzelfden trein voor zijn pleizier op en neer naar Vlissingen en voegde zich bij ons in de coupé. Ik kreeg weldra zoo’n slaap, dat ik in W’s armen in slaap viel. Te Middelburg was Oom Lynden aan het station; een allervriendelijkste man, een bijz. prettig gezicht. In de Landauer reden wij naar buiten. W. zat zeer tot zijn ergernis op de bok, dus kreeg ik de explicaties van wat ik zooal zag van de overige fam. Na 20 min. arriveerden wij aan het buiten, dat een grootsche indruk maakt. Ook het huis is beelderig gelegen. Mevr. stond op de stoep om ons te ontv. en was ook heel vriendelijk. Ik kreeg een groote logeerkamer. Het heele huis is vreeselijk gezellig ingericht met veel antiek. We hadden een uitst. diner en na afloop liet W. mij wat van het buiten zien, dat ik heel groot vond; ik had gedacht dat het veel kleiner zou zijn. Het is beelderig onderhouden, we zagen het dan ook wel op zijn mooist met al die bloeiende heesters. Ik was er verrukt van. We vonden een heerlijk plekje in de glazen koepel, vanwaar men een uitgestrekt uitz. heeft op groote weilanden met koeien, waarachter de duinen en de ondergaande zon wat een pr. effect veroorzaakte. Maar binnen in de koepel was → alles nog heerlijker en zat ik een heele tijd bij W. op schoot, zalige oogenblikken! ← We kwamen juist op tijd terug om de pracht. buigingen van den koetsier en baas te kunnen bewonderen. Om 10 uur precies verhief de heele familie zich als met een tooverslag van hunne zetels en gingen wij naar boven: Mevr. W. en ik echter speelden nog een heele tijd gezellig whist met den blinde.

31 mei: Klokke kwart over 8 werd er ontbeten, nadat Oom L. uit den Bijbel had gelezen. Daarop maakten wij met Mevr. eene visite in de keuken en bij den boer en boerin, Maatje en Hendrik, aardige menschen. Toen kwam de panier voor en toerden W. en ik met ons tweetjes heel genoeglijk naar Koudekerke, waar we een inslag deden van de beroemde babbelaars, daarop nog een eind naar B.kerke reden. ‘t Was heerlijk zo saampjes →  en als de weg veilig was profiteerden wij er van elkaar een zoen te geven! ← 

Na ‘t eten gingen wij weer naar de glazen koepel →  en toen wij het hadden over het heerlijk gevoel dat een zoen geeft, lichtte hij op! 

1 juni: Voor het déjeuner, dat hier altijd warm is biljarten W. en ik →  en op een oogenblik dat W. mij een zoen gaf, werden wij door den knecht overvallen; we konden ons niet houden! ← (…) Het was inmiddels heerlijk weer geworden en dus besloten W. en ik eene wandeling naar Koudekerke te maken en zoo naar de duinen, vanwaar we een prachtig uitz. hadden op geheel Walcheren en de Schelde. Ik ging daar heerlijk liggen en was weldra ingedommeld, → waaruit W. mij wekte met een zoen en een bouquetje viooltjes die hij ondertusschen voor mij geplukt had, de schat. ← 

8 juni: We dronken thuis thee, → waarna W. en ik nog even gezellig zaten op Mijnh.’s kamer, ik op zijn schoot. In den tuin, werd na het eten weer theegedronken en in de koepel met Mevr. en We. een kaartje gelegd. → Ook het schuurtje werd niet vergeten!! ← 

9 juni: Tegen de koffie wandelden wij langzaam naar de Keukenhof →  en dachten een mooi oogenblik gekozen te hebben voor een zoen, maar juist op het critieke oogenblik weerklonk eene stem van een juf. in ‘t blauw, die vroeg of wij permissie hadden daar te wandelen. Mijnh. v. L. plaagde ons nat. flink.  ← 

→ Na ‘t eten zat ik bij W. op schoot op Mijnh.’s kamer, toen wij door Mijnh. werden gesnapt, die er echter niets van zei. Ik vond het nogal vervelend.

1 augustus: Langs het kanaal en het Abeelsche weggetje, → waar wij een paar keer de kunst vertoonden elkaar van op de fiets een zoen te geven, ← keerden wij weer naar ter Hooge terug.

4 augustus: Na de koffie gingen W. en ik even naar de boerin Maatje, waarna wij in het N.Park samen op een bankje zaten te lezen. →  Ik kreeg zoo’n slaap, dat ik even in W’s armen een dutje deed.

6 augustus: Na de koffie las ik een →  brief dien P. mij geschreven had en waarin stond dat Sprenger haar ten huwelijk gevraagd had “Hij meende dat zij zijne liefde wel beantwoordde”. P. heeft hem juist steeds laten merken dat ze niets van hem hebben moest, want door Tte. Jacque had zij gehoord dat hij van haar hield, maar wij hadden dat nooit willen gelooven, daar hij nooit iets liet merken. Ik was er dan ook zeer verwonderd over en liet W. den brief ook lezen. Ik wou dat zij ook zoo gelukkig kon zijn als ik ! ← 

14 augustus: ‘s Mid. fietsten wij naar Domburg, waar W. een bad nam. → Ik had er ook dollen lust in, maar men vond het niet comme il faut, zonder chaperon! Dus wachtte ik in een bad t. pel tot hij weer kwam. ← 

22 augustus: → ‘t Zijn weken geweest om nooit te vergeten, want niet alleen de omgeving: mooi, oud kasteel met vijvers, park, heerlijke bloemen en schaduwrijke boomen, werkte er tot mee me er ten volle van te genieten, ook de lieve gastheer en gastvrouw, het echt zomersche weer en vooral het voorrecht om deze heerlijke dagen met degene die me het liefst heeft op aarde te mogen doorleven voortdurend genot. Vooral de avonden als wij samen op een bankje naar de ondergaande zon keken en de prachtige kleureffecten bewonderden. En zoodra deze was ondergegaan, kwam het electr. zoeklicht van de vuurtoren elke kwart minuut tevoorschijn. Als het dan nog donkerder werd, gingen wij in de koepel zitten, ik meestal op zijne knieën en vertelden wij elkaar hoeveel wij van elkaar hielden en hoe elken dag onze liefde voor elkaar grooter werd. Dat zijn wel eenige van de zaligste oogenblikken, die een mensch kan doorleven! 

25 augustus: helaas was het afgeloopen met ons derde lange samenzijn. 

28 september: →  (Ik was vandaag buitengewoon verliefd op mijn schat!) ←

4 october: Helaas moest ik vandaag mijn koffer pakken. De laatste 2 uren ruimde ik met W. een beetje zijn atelier op waarna wij nog een poos in Mr’s kamer zaten → (W was er onder den indruk van mijn vertrek, ik vond het ook erg raar; we hadden juist zoo’n heerl. tijd samen gehad. Ik was weer dol verliefd op mijn schat en vond het vreeslijk om weg te moeten gaan. ←

18 october: Vandaag zijn we een ½ jaar geëngageerd!

 26 december: Na het ontbijt, waarbij W. mij hielp met afdragen, gingen wij gezellig ons kamertje beneden zitten vrijen en mocht hij in mijn dagboek lezen, wat hij erg aardig vond. 

1911 

6 juli: Willem’s 2e deel! Met papa v.L. was afgespr. hem na ‘t eten te komen verrassen en dus reisde ik om 9.26 van hier en arriveerde 10.36 te Leiden. Daar ik bang was dat W. die reeds vanaf 10.19 te L. was, mij in de wachtkamer zo zien, had ik in den trein een gesprek aangeknoopt met een meisje dat ook naar L. ging en haar gevraagd of zij voor mij in de wachtkamers wou kijken naar een Mijnh. met een voerjas aan over zijn rok en hooge of ronde hoed op. Weldra kwam zij mij berichten dat er niemand zat, maar zij ried mij aan in de dameswachtkamer te blijven. Toen om 11 uur het terrein veilig was (W’s ex. begon om kwart na 11) waagde ik mij naar buiten en ging L. bezichtigen vanuit de paardentram. Even voorbij de stud. soos stapte ik uit om denzelfden weg weer terug te loopen, daar ik Papa v. L. ging afhalen. Samen wandelden wij langzaam naar de academie, mijn hart klopte wel wat toen ik dichtbij het gebouw was waar ons lot beslist zou worden, maar ik was deze keer niet zoo zenuwachtig als 26 juni toen het telegram maar wel zou komen. ‘t Was heerlijk koel in de academie; een amanuensis kwam een praatje maken en vertelde dat het een uur (en niet 3 kw.) zou duren. Eind. om 12 ¼ ging het belletje en wist ik dat het afgeloopen was en de proffesoren over zouden beraadslagen. Daarna weer een belletje, waarna de amanuensis ons riep om boven te komen. Weldra hoorden wij vlugge stappen en zagen het verheugde gezicht van mijn Willempie, die ik dad. om den hals viel. Dat was een vreugde! Weg met alle boeken en die testen! Gemakk. was het niet geweest, wel ‘t volkens. maar de economie, waarvoor hij al bang was geweest, was op ‘t laatst niet zoo heel goed gegaan, zoodat hij beweerde dat hij vreesde te zakken (nat. ongegrond). We gingen gauw telegrafeeren en konden net den boemel halen, die om half 2 te H. kwam. Aan ‘t hek stond de heele fam. ons op te wachten en iedereen was even blij. W. en ik niet het minst! We gingen gauw dejeuneeren, waarna W. zich op zijn kamer ging verkleeden. Papa telephoneerde vanaf de binken toe om naar den afloop te informeeren. Papa C en Paula waren ‘s ochtends reeds naar Zandvoort gegaan. Om +- 4 uur kwam Mama C, die we ‘t blijde nieuws gauw vertelden, daar ‘t telegr. nog niet was aangekomen, toen zij om kwart voor 2 wegging. (…) ‘t Was een echt gelukkige dag!

8 juli: Zooals afgesproken zou ik W. en zijne moeder om 10 uur in Bussum opwachtten, we gingen toen dad. een kopje koffie drinken in het tegenover liggende hôtel en bleven er verder den heelen morgen daar ik mij niets goed voelde. W. ging op ‘t laatst bruispoeder voor mij halen, wat wel eenige verlichting gaf. Tegen ‘t déjeuner stapten wij op om dat in een restaurant te gebruiken. Het lukte mij echter niet om iets naar binnen te krijgen en dus nam ik weer wat bruispoeder en dommelde een beetje in. Toen W. na Anton van ‘t stat. gehaald te hebben, om half 2 met eens victoria voorkwam, was ik geheel beter en kon toen flink genieten. (…)

Terwijl Tte eenige orders ging geven, schonk ik thee en voor ‘t eten deden W. A. en ik nog even een wandelingetje in het boschje achter ‘t huis. Ik had weer last van hooikoorts. Het diner was puik in orde en allergezelligst. Jammer dat W. en ik na het eten maar een oogenblikje hadden om nog even naar dat boschje te gaan. Om 9 uur moesten wij weg door Tte J. naar het stat. gebr. en gingen we ieder onzen weg.

9 juli: Een van de weinige zondagen zonder mijn schat, echt ongezellig!

10 juli: Om 6 uur gingen wij bij Tte Floor eten; we werden in den tuin gelaten en groot was mijne vreugde toen ik beh. Oom en Theo ook mijn lieveling ontdekte, dien ik dadelijk om den hals vloog en waardoor ik de eerste oogenblikken vergat Oom en Theo goedendag te zeggen. Ttte had goed succes van hare verrassing want ik was verrukt.

13 juli: Mama’s v.L. verjaardag dien ik voor het eerst meevierde! 

18 juli: W. en ik maakten een aardige wand. eerst naar de naald, vanwaar men vandaag echter geen uitzicht had, toen langs de mooie paadjes naar het kerkhof. Daar in de buurt was eene landerij en over zand en hardsteen klimmend ontdekten wij een ideaal plekje, waar geen mensch langs zou komen. We bleven dan ook een geruimen tijd zitten en genoten. Alleen waren wij erg stoffig toen we er vandaan kwamen.

19 juli: Daarop zochten wij ons plekje bij het Crabbegat, maar vlakbij was een schilder bezig, zoodat wij daar niet gingen zitten. Wij vonden een veel beter plekje nog even verder in een dicht begroeid dennenbosch, waar het buitengewoon heerlijk was en waar ik haast niet van kon scheiden. Wij zaten er te lezen en….verveelden ons niet!

22 juli: Direct na het eten gingen wij met bommel met de grote brik naar Vlissingen om op de Zeevaartschool de epidiascoop (op en door zicht) te bezichtigen, die oom cadeau had gedaan. De Heer Smit en de directeur ontvingen ons in de Bestuurskamer, waar aan “H.M. de Koningin” een groot bouquet vuurrode geraniums werd overhandigd met eenige welwillende woorden. Ik wist niet wat mij overkwam. Wij volgden de heeren naar een lokaal, dat geheel donker was gemaakt en waar, nadat wij het toestel dat op een piano leek bekeken hadden, de proeven begonnen! ‘t Was een projectielantaarn, waarvoor geen lantaarn plaatjes noodig waren. Men schoof een boek of plaatje of iets anders onder het toestel en dadelijk werd het zeer vergroot op het doek weergegeven. Het dient om de jongens op die manier het een en ander te laten zien, waardoor het anders door de heele klas zou moeten circuleeren. Ook kunnen de jongens op die manier samen een boek lezen, waarvan de aanschaf in vele exemplaren anders te kostbaar zou zijn. 

29 juli: ‘t Was een erg warm ritje in de tram, die met een slakkengang vooruit kwam. W. nam dadelijk een zeebad terwijl ik in een badstoel op hem wachtte. In het badhôtel dejeuneerden wij daarop samen aan hetzelfde tafeltjes waaraan Mama en Papa gezeten hebben. Na het dej. zate wij eerst op het strand in een badstoel te lezen en toen W.naar het strandhôtel ging om te trachten den Heer v. Diggelen, weth. uit Zwolle, te spreken te krijgen, ging ik een bad nemen in het damesbad, maar toen ik er in ging, zag ik W. daar zitten en gaf ik hem even een groetje. ‘t Was een zeer kalme zee, waardoor het zwemmen nogal goed ging. Ik bleef er zoowat 20 min. in en genoot.

2 augustus: Vanocht. las W. in de Ort. dat de betrekking van Hoofdcommissaris a/d gem. Seer. te Utr. open is en besloot hij te gaan solliciteeren. Het salaris is  f. 1800 – f. 2500. Wij vinden er veel voor en tegen om in Utr. te wonen, maar in ieder geval probeert hij het en als Zwolle niet lukt, lukt Utr. misschien. Wat zou Mama het heerlijk vinden. Er zullen echter wel een massa sollicitanten zijn, zoodat W. zeker maar een kansje heeft, daar hij ook nooit in de praktijk was. Toen we samen op ‘t balcon stonden zei Tte Jacque ons dat zij on als huwelijkscadeau geld: f. 400 wou geven. Een prachtig cadeau, waar wij erg blij mee zijn. Dadelijk dacht ik aan de vurig begeerde piano, die wij er met wat geld erbij voor zouden kunnen koopen en Tte. J. vond het ook een goed plan. 

4 augustus: ‘s Mid. zocht W. den Burg. op het stadhuis op om over die betrekking te spreken. De Burg. zei wel dat wanneer ze iem. konden krijgen, die al in de practijk was geweest, deze voor zou gaan, maar overigens wenschte hij hem veel succes. Wij hopen  nu nog meer dat W. Zwolle zal krijgen. 

8 aug: Willem las mij na de koffie voor uit “Heilig Huwelijk”. (…) Eerst om 10 uur keerden wij huiswaarts en vonden daar Papa, die voor een zaak naar Rockanje geweest was met een rijtuig. Weinig vermoedden wij dat W’s benoeming vandaag in de Zwolsche Crt. stond! 

9 aug: (..) We dronken heel gezellig in onze zitkamer thee en begaven ons tegen zessen naar Flor. en Kees om voor het eerst bij hen te gaan eten; wij vonden het een heel grappig idee. Flor. had voor een keurig dinertje gezorgd en haar tafel zag er met al dat nieuwe goed bijzonder gezellig uit. Tuschen het eerste en 2e gerecht hielden wij pauze en gingen allen den tuin in, terwijl de heeren een sigaretje rookten, ‘t was ook zóó warm. Na het eten zaten wij heerlijk op het balcon, waar wij een kopje koffie kregen en daarna zaten wij bij een lamp in den tuin thee te drinken. Eerst om half 11 gingen wij huiswaarts. Aan ‘t dessert klonken wij met elkaar en sprak ik de wensch uit dat zij spoedig eens een middagmaal in ons huis (in Zwolle?) zouden komen terughalen; toen was W. juist vandaag benoemd!!

11 aug: Een zeer gewichtige dag! Papa, die het eerst beneden was, vond er een document van de Zw. secretaris en een brief van eene verhuizer, waaruit hij dus opmaakte dat W. benoemd was en dus dadelijk naar boven holde om het hem te zeggen. Dat was eene vreugde, ik gunde mij haast den tijd niet om mij aan te kleeden en naar beneden te hollen om W. en mijzelf hartelijk te feliciteeren. Hoera nu gaan wij huwelijksplannen maken. Wij waren in eene opwinding en konden aan niets ander denken en over niets anders spreken. W. vloog dadelijk na het ontbijt naar het Telegraafkantoor om het heuchelijke nieuws aan zijne ouders op ter Hooge te zenden en ik ging onderwijl de goede tijding doen aan Florence zeggen, die zich erg voor ons verheugde. (…)

‘s Mid. gingen W. en ik dadelijk aan den gang om een keuken inventaris op te schrijven en wat er verder zooal noodig is; ook een verlanglijst maakten wij. Tegen het thee uurtje kwamen Tte. We. en Caroline, de laatse nam onze verlanglijst al mede, een goed begin! Dat er velen zoo gauw volgen! Ook Theo kwam na de koffie even feliciteeren. Om 6 uur kwamen Florence en Kees hier eten, Mama had voor een lekker diner gezorgd o.a. kreeft met sla en citroenvla. ‘t Was zeer genoegelijk en de pousse-café werd buiten in den tuin gebruikt waar we verder den heelen avond bleven theedrinken. Een glaasje rijnwijn op het laatst viel er ook goed in en het was dan ook 11 uur voor zij vertrokken. Een van de gelukkigste dagen van weer van ons leven!

12 augustus: Ik sliep onrustig daar ik vannacht ieder oogenblik wakker werd en dan weer aan ons geluk moest denken. Aan de koffie brachten wij ter sprake wanneer wij zouden trouwen en werd overeengekomen dat als de ouders v. L. er niets tegen hadden ons huwelijk einde Oct. zou plaats hebben, hoe heerlijk gauw al, W. en ik zijn zoo ontz. gelukkig daarover en kunnen nu met recht allerlei plannen gaan maken. We lieten er dan ook geen gras over groeien en gingen na de koffie eerst met ons drieën op de fiets boodsch. doen, waarna Mama en ik naar Juffr. Plasberg gingen… om over mijn bruidsjapon te spreken! De juffr. ried ons zeer aan Ivoire Liberty satijn te nemen en in Sept. zou zij er aan beginnen, dat is al een voorname stap. In onze zitkamer dronken wij thee en kwamen de Houwinks ons feliciteeren; door hunne kinderen werden zij gehaald. Na 8 uur gingen wij naar Oom Henk om eronder den boom thee te drinken; ook werden wij op bowl gefoven. Behalve Theo was Caroline er nog. Theo vertelde den heelen tijd van zijne Tiroolsche reis en liet ons massa’s ansichten zien. We brachten allen Caroline thuis om 11 uur.

14 aug: ‘s Ocht. allerlei lijsten met W. zitten opmaken met dingen, die wij noodig hadden. 

15 aug: Aan ‘t ontbijt vonden wij ons eerste huwelijks cadeau: een zwaar zilv. ijslepel van de Macaré’s. (…) gingen wij even naar de Javastr. 6 om te kijken naar eene chaise longue en werktafeltje (meuble boule) die vroeger aan Tte. Jeanne gehoord hadden en die wij misschien van Tte Jacque krijgen. Dad. na de lunch begonnen wij om naar Pander te gaan, waar de ameublementen ons zeer tegenvielen en de prijs ook. Een bureau ministre viel meer in onzen smaak. Na aldaar een uur vertoefd te hebben, gingen wij naar Warnars, waar wij meer succes hadden. Deze had heel mooie Queen Anne modellen voor stoelen, maar was met tafel en buffetten schreeuwend duur, zoo ook met gordijnen. Wij kochten er een gecapitonneerde Chesterfield canapé, die we waarschl. met vieil of velours laten overtrekken. We spraken af dat hij dinsd. a.s. met allerlei zou komen. Daarop tramden wij naar de Macaré’s, waar wij Mijnh. Mevr. en Bep thuis vonden; de thee had veel succes, wij dronken ieder wel 3 kopjes en rustten er heerlijk uit. Mama, die hoofdp. gekregen had, tramde toen naar het Bezuiden Hout en W. en ik liepen naar Dronst, waar wij nogal dure bureax ministre zagen en een aardig eetkameram., maar de combinatie met de Nijkerkschekast en bijpassend dressoir lokt ons meer aan. Tegen half 7 gingen wij naar de Quarlessen. Mama was weer veel beter! (…) om kwart voor 10 vertrokken wij. Na Gouda zaten we met ons 3en alleen zoodat wij nog eens rustig over de plannen konden spreken en besloten Vrijdag naar huizen te gaan zien, daar wij ons ook voor Ded. tapijten zoo moeten haasten.

16 aug: Aan ‘t ontbijt hoorden wij dat Papa ons voor installatiegeld f. 1000 wou geven; we zijn erg blij. Vanochtend zaten wij op onze zitk. nog van alles te bespreken en om 11.17 vertrok W. naar onze toek. woonplaats. Hij vond het wel heerl. maar toch ook wat griezelig. Ik deed in ‘t teruggaan nog eenige boodsch. en na de koffie schreef ik een paar brieven aan Oom L. en W’s ouders. Daarop togen M. en ik naar een verk. waar niets dan oude rommel was. Ook kocht ik een kookboek! In mijn eentje ging ik bij Tuyt naar prijzen van slaapk. am. informeeren, niet onaardig. Flor. kwam een cadeau van hare ouders brengen een beelderig zilv. suikerstrooier en ‘s av. kwam er weer een cadeau: een antiek presenteerblad van Mevr. Striek. Oom Gerard was ‘s av. ook even hier. 

17 aug: Ik ontving vandaag 2 brieven en een briefk. v. W. vol informatie over huizen in Zwolle. Er schijnt niet veel bijzonders open te zijn en toch verlang ik er erg naar om morgen naar huizen te gaan kijken. 

18 aug: Mama en ik hadden een heel goede, niet al te warme reis naar Zwolle, waar wij om 11 uur aankwamen. Ik bekeek de stad en nat. dubbel goed en vond het entree heel mooi. Daar wij geen tijd genoeg hadden om veel boodsch. te doen, slenterden wij wat door de Diezerstr. na eerst in ‘t Heerenlogement kamers besteld te hebben om 12 uur ging ik W. halen, die even op zich liet wachten daar Mr. v. Diggelen bij hem was. Met hem ging ik naar ‘t hôtel, waar wij eerst een tijdlang voor op een bank zaten en W. vertelde een brief van Oom gekregen te hebben, waarin stond dat wij f. 1000 mochten besteden voor onze eetkamer, een enorme som! We kunnen het ons aanschaffen zooals wij graag willen. We dejeuneerden en om 2 uur begaven wij ons naar de Vries, den makelaar, die eerst met ons ging naar een huis in de van Nagellstraat, waar het hart ons toekneep, zoo in-vies en somber zag het eruit; daar wij voor geen geld wonen. Daarop naar een bewoond huis op ‘t Gr. Weerenland, de stand was wel aardig, alleen jammer het juist aan de tegenovergestelden kant was waar onze kennissen zouden wonen, maar het huis beviel ons weer niet, ‘t was ontzet. uitgewoond en ook nogal klein o.a. een heel kleine open veranda en in de meidenkamer op zolder zou ik geen meid durven laten slapen, zoo ontz. klein. Ook zei de Vries dat het ‘s winters gebeurde dat de straat onder water stond al kwam het dan niet in huis. De volg. huizen in Emma- en Wilhelminastr. waren beneden huizen; de suite was in beiden heel aardig in de We. str. zelfs prachtig, maar verder was er op iedere verdieping één kamer, zoodat het een toren gelijk was. Ook waren er geen kamers genoeg voor ons in. We waren ten einde raad en daar de Vries zei dat hij de sleutel niet had van het huis in de Pr. Hendrikstr. en de bewoners uit waren, lieten wij hem gaan en gingen dat huis met ons drieën eens in oogenschouw nemen. ‘t Zag er lang niet onaardig uit en toen wij ontdekten dat het huis er naast ongeveer gelijk was, trokken wij de stoute schoenen aan en vroegen aan Mevr. Muller of wij haar huis ook even zouden mogen zien. Deze vond dit uitst. en met het dienstmeisje bekeken wij het heele huis, dat ons erg aanstond al vonden wij het wat klein. Na al de huizen die we gezien hadden was dit heusch eene verademing en wij waren dan ook erg verrukt en zagen er ons in gedachte al naast wonen. Toen wij nog even met Mevr. Mulder spraken, hadden Mama en zij het over Friesland en Sneek en opeens ontdekte Mama, dat zij Berber ten Cate moest zijn en dadelijk daarop herinnerde zij zich Mama ook heel goed en sprak heel familiaar over Abram. C. ‘t Was werkelijk allergrappigst. Mama had al dadelijk gedacht dat zij Mevr. kende, maar was bang geweest een verkeerden aanslag te doen. Er werden toen nat. nog eenige herinneringen opgehaald en bij ‘t afsch. nemen noemden ze elk. weer bij den naam. In een veel prettiger stemming keerden wij terug, Mama naar het hôtel, terwijl W. en ik naar den eig. Hammer op ‘t Gr. Weezenland gingen. Deze was echter niet thuis, maar wij beloofden over 3 kwart. weer terug te komen. Dus gingen wij weer naar het hôtel terug, teaden met Mama bij Dalenoord en gingen vervolgens weer naar vriend Hammer. Deze leek nogal geschikt, wilde ons ‘t huis wel op ambt. cond. verhuren, wilde nieuw verven en behangen en zou voor Vrijd. a.v. belet voor ons vragen. Om De huurprijs was slechts f. 425. Om 6 uur aten wij aan een apart tafeltje en kregen een erg lang menu. Dadelijk na ‘t eten gingen wij naar Bomhof, den meubelmaker, en eindigden met een eikenh. slaapk.am. te bestellen voor een kleine f. 300. Verder spraken wij over een logeerk. am. en over bureaux ministre, ‘t was een heel geschikte man. W. en ik gingen toen naar de fam. Royer in de Koestraat, waar wij thee dronken. Ze waren alleraardigst en ontz. behulpzaam. Mevr. wilde graag moeite voor mij doen voor een meid, vreselijk vriendelijk en ze vroegen ons ook Vrijd. te dejeuneeren. Wij maakten er kennis met Ds. Visser en zijne vrouw, die echter om 9 uur reeds vertrokken. Wij bleven nog een half uur en vonden Mama op den bank voor het hôtel, waar wij tot half 11 bij Haar bleven zitten praten.

20 aug: W. en ik hadden eene gr. correspondentie vanocht. en gingen alleen om half 12 even nr. Fl. en Kees, waar Jettie gelogeerd was. Van hen hoorden wij dat het huis van Mijnh. Cramer te Zwolle misschien open zou komen daar de oude Mevr. eergist. gestorven was. W. besloot morgen te gaan schrijven.

23 aug: W. ging om half 11 naar den Ambt. v/d. Burg. Stand om te informeeren of wij Dond. den 10den konden trouwen en er bleek geluk. geen enkel bezwaar voor. Toen hij thuiskwam vond hij mij bezig een rok te strijken en niet lang daarna kon men W. met een bout in zijne handen zien tot groot vermaak van Mama en mij. Ook kwam er vandaag antw. van den Heer Cramer w.i. stond dat wij het huis konden komen zien, want dat hij juist dien dag de huur had opgezegd voor Febr, maar er misschien ook wel met 1 Nov. uit zou willen als hij de huur kon overdoen. Wij gaan het huis nu in ieder geval vrijd. zien. (..) Na het eten zaten W. en ik op de divan → (Ik lag weer heerlijk bij hem op schoot)

25 aug: Wij hadden een vermoeiende dag voor ons! Om half 10 reeds vertrokken W. en ik naar Zw. → en hadden het er geluk den heelen tijd alleen te zijn, zoodat de tijd ons dan ook omvloog. W. was weer heerlijk aanhalig en kon niet uitscheiden met mij overal te zoenen vooral de mooie handjes “moesten het ontgelden! Het heerlijkste vond hij als ik hem op zijne oogen likte, dan genoot hij, en ik niet minder. Een paar gelukkiger menschen op de wereld kan ik mij niet voorstellen. (…) Toen naar het huis van de fam.Cramer. Welk eene verademing! De meid leidde ons door het heele huis en hier namen wij ook de maten op, maar hoe heerlijk ruim was alles: een pr. suite met ruime verandah, pr. tuin met gr. fietshok en boven ook ontz. veel ruimte. W. en ik waren in ééns in verrukking en wilden er dadelijk wel intrekken. Daarop gingen wij naar de fam. Royer, waar ik dadelijk werd ingewijd in de geschiedenissen van de verschillende meiden, waarvan er al verscheidene waren afgevallen. Mevr. had er echter nog 2 besteld. We dejeuneerden heel gezellig met Mijnh. Royer en Bald en om 1 uur kwam nr. 1. Ik vond het wel een beetje eng en was, geloof ik, ook niet zoo heel handig in ‘t ondervragen. Dit meisje stond mij echter niet zoo erg aan, zoodat ik alle hoop gebouwd had op Rika Borger, van wie Mevr. mij al veel goeds verteld had en toen ze dan ook eind. kwam, viel ze mij niet tegen en had ik op ‘t laatste dan ook veel lust ze te huren. Ik vroeg W. om even binnen te komen om ‘t geld voor de godspenning te geven, zoodat W. ze ook even zag en ook een goeden indruk van haar kreeg. Dat was dus een heele rust.  

26 aug: Met Mama maakte ik vanocht. zoetzuur in van meloenen, waarvan ik ook een potje krijg. 

28 aug: Daarop togen wij naar Voet om trouwringen uit te zoeken, maar voor mij was er geen die klein genoeg bleek, zoodat er een voor mij gemaakt wordt. Heerlijk dat wij ze zoo gauw al zullen mogen dragen!

29 aug: Na de koffie gingen W. en ik nr. Duinvlied, waar wij heerlijke vrij plekjes opzichten. → W. was erg hartstochtelijk en aanhalig en ik genoot. ← 

2 sept: Van W. kreeg ik het verrukkelijke nieuws dat wij met 1 Nov. het heerlijke, nieuwe huis van den Heer Cramer kunnen huren, we zijn er verbazend blij mee! Ik had mij al niet anders voorgesteld of we zouden in een pension moeten beginnen en daar zag ik wel wat tegenop maar nu opeens waren al die bezwaren uit den weg geruimd. Wij zijn toch maar boffers! Ook kreeg ik van W. een telegram dat hij niet om 9 uur, maar reeds om kwart voor 5 zou arriveeren. Ik haalde hem van den trein (…) Na het eten wandelden wij met Papa en voor de thee zaten wij nog even een poosje in onze kamer om eenige heerlijke oogenblikken te doorleven.

3 sept: Den heelen ochtend besteden W. en ik aan het in elkaar zetten van onze huwelijksreis, een allergenoeglijkst werk. ‘t Resultaat was, dat wij eerst naar Morg hopen te te gaan dan langs alle Hal meren en over Riva, Borgen en München naar ons huis. O wat stellen wij er ons veel van voor! (…) Helaas moest mijn lieve schat om kwart over 9 alweer weg en namen wij voor het eerst weer voor eene heele lange week afscheid. Als ons huwelijk niet zoo nabij was, zouden wij het nog veel erger gevonden hebben, maar deze heerlijke gedachte, maakt het afscheid veel lichter.

10 sept: Den heelen morgen waren W. en ik bezig met berekeningen te maken voor de inrichting van ons huis; ook maakten wij verdere plannen voor de huwelijksreis.

13 sept: De brief aan W. meldde niets bijzonders over Carel; hij weet blijkbaar dus nog niet wat hem boven zijn hoofd hangt en daar ik morgen toch naar Zw. ga, heb ik hem er ook nog maar niets van geschreven. Ik was gist. wel erg in de put, toen voor het eten de brief uit Haarlem kwam aan Mama om te vragen of het huwelijk nog niet uitgesteld kon worden tot C. eind Oct. terugkwam → en na tafel, toen ik met Mama alleen was, heb ik er erg om gehuild, het idee dat ons huwelijk waarnaar ik zoo ontzettend verlang weer uitgesteld moet worden, maakt mij wanhoopend, maar M. wees mij er op dat altijd alles bij mij zonneschijn is geweest en dat ik niet zoo gauw ongelukkig moest zijn, als mij iets tegenloopt en vooral niet zoo egoist en ik voelde dat zij gelijk had en beloofde er met W. over te spreken om het dan maar uit te stellen. M. weet echter niet hoeveel mij dit kost. M. schreef dadelijk naar Haarlem dat ik er Dond. met W. over zou spreken. Wat zal mijn schat er wel van zeggen? Het zal hem zeker ook wel wat kosten, maar hij zal het toch voor C. wel graag willen uitstellen. Wist ik maar of hij al onderweg was!

5 oct: Een gewichtige dag voor ons, die dag van het aantekenen! W., die den vorigen av. gekomen was, ging ‘s ocht. heel prozaïsch allerlei boodsch. met mij doen; deze hielden ons nogal lang op, zoodat wij ten slotte gauw eene tram pakten om thuis te komen en vlug koffie te drinken. De ambt. v/d. Burg. Stan had gezegd dat als wij ‘t eerst kwamen, wij ‘t eerst geholpen zouden zijn dus begaven wij ons om 1 uur met Papa, die dien kant een eind mee ging met rassche schreden naar het stadhuis, toen Papa opeens ontdekte dat we geen van allen aan onze geboorte-akten gedacht hadden. Dat was wat moois, Papa holde voor ons vooruit naar huis om ze te halen en kwam er juist op tijd op de fiets weer aan, toen wij aan ‘t begin van de Weistr. waren. Nu ging het met dubbel vlugge schreden vooruit, telkens met kleine holletjes en we hadden dan ook de voldoening om klokslag half 2 op ‘t stadh. te zijn. Gelukkig waren wij toch de eersten en werden dad. geholpen. Dit ging zeer eenvoudig. Eenige vragen werden ons gesteld, daarop moesten wij onze handteekening zetten… en wij waren Bruid en Bruidegom! Thuisgekomen werden wij door Papa opengedaan die ons hart. gelukwenschte. De trap was beelderig versierd met groen en chrysanten en de tonen van Lotengriu’s Brautlied klonken ons al in de ooren, door Mama gespeeld. Ook in de kamer zag het er feestelijk uit, enkele vazen met mooie bloemen en ook reeds eenige felicitaties en een receptie boek van Tte. Floor. Toen ‘t Brautlied uit was, werden wij ook door Mama gefeliciteerd en begonnen wij ons al Bruid en Bruidegom te voelen. Om 2u. 40 vertrokken wij met den trein, waar Tte. Jet en Oom G. reeds in zaten. Ook Oom Henk ging tot Maartensd. met ons mee. We hadden een vreeslijke boemel en moesten in H.sum en A’dam overstappen, maar ten slotte arriveerden wij toch te Haarlem. W. ging met de heeren den eenen kan, wij dames den anderen kant met den paardentram naar Mevr. Hoyer. Paula logeerde er reeds sinds gist. en kwam dad. met Mevr. H. tevoorschijn om mij te feliciteeren. Op de kamer waar Mama en ik logeerden, stond een vaas met prachtige witte dahlias en witte rozen verb. aardig van Mevr. Wij verkleedden ons gauw, ik deed mijn wit colienne japon laag aan met een tak gemaakte oranjebloesem op ‘t corsage. Om 6 uur arriveerden wij per rijtuig op Zijlweg 103, daar zag alles er ook even feestelijk uit met planten en bloemen. Alle gasten waren er reeds ongeveer en ik werd van alle kanten gefeliciteerd en gezoend. Op een tafeltje stonden de cadeaux die wij daar hadden gekregen met een prachtige zilv. broodmand, die Papa en Mama v. L. aan ons afstonden, een verrukkelijk cadeau. Het is een familiestuk en dus des te aardiger om te krijgen. De kleine lieve Philippe kwam in zijn wit matrozenpakje aan Tte. Marietje, toen ze binnenkwam een bouquet witte soort …rozen geven, hij zag er zoo schattig uit. Na een 10 min. in het salon geweest te zijn, gingen wij, het bruidspaar voorop, naar de huiskamer, waar een beelderig met roze rozen versierde tafel stond en op onze plaats een paar bouquetjes. Wij zaten als volgt. ‘t Was verbazend gezellig aan tafel en het bruidspaar genoot. Ook werden wij heel aardig toegesproken door de beide vaders, Edouard, Oom de Jonge en Theo C.,terwijl Paula een alleraardigste speech op rijm had, door haarzelf gemaakt. Iedereen was even verwonderd dat zij het woord vroeg, mij niet het allerminst en het vers had reuzen succes. Verb. grappig was het, iedereen moest er zóó om lachen. Ook Betsy had een heel aardig fransch vers, ook al door haarzelf gemaakt. Aan ‘t eind v/h diner sprak W. nog even en bedankte heel aardig. De koffie werd daarop in het salon gebruikt, waarna de heeren gingen rooken en W. en ik even de gelegenh. waarnamen om samen op We’s kamer te gaan zitten, die wij afsloten. Wij genoten van eenige → heerlijke vertrouwelijke oogenblikken op de canape. W. was in een erg verliefde bui en kuste mij steeds in mijn hals, wat ik graag toeliet. Helaas werden wij spoedig wreed verstoord door de komst van Papa v. L., die W. naar de heeren zond en mij bij de dames bracht. Met B. ← ging ik even naar de slapende kinderen kijken, die er allerliefst uitzagen. Al gauw kwamen de heeren terug en gingen wij allen naar de huiskamer, waar allerlei stoelen stonden en We. en Anton een allerleukst ding voordroegen door Mama v. L. gemaakt. Zij stelden beiden de bakers van W. en mij voor en vertelden elkaar uit onze jeugd waarbij telkens een prent werd vertoond met allergrappigste tekeningen door Anton gemaakt, ‘t had enorm veel succes. Om half 11 gingen de gasten voor Utrecht weg, dus Tte. Jet, Oom G., Theo, Papa en mijn bruidegom. Even namen wij nog een innig afscheid in het salon en weg gingen ze. Spoedig daarop bracht het rijtuig ons ook weer bij de fam. Hoyer, waar wij op Mijnheers kamer nog even zaten na te praten. 

6 oct: Dat was een heerlijk wakker worden met het idee dat ik nu de bruid was. Mijn Willem had vannacht te Utrecht geslapen om vanochtend weer te Zw. te arriveeren. Voor het ontbijt telephoneerde ik even met de v. Styrum’s om ze voor het mooie kleedje te bedanken dat ze zelf voor me gewerkt hadden. Ook sprak ik We. even door de telephoon. Al spoedig na het ontbijt vertrokken wij met de electr. tram naar het station en nadat wij een coupé hadden uitgezocht, kwam de heele fam. v. L. met de Prisse’s, Philippe en Léontine ons aan den trein verrassen, erg hartelijk. We begonnen in A’dam met naar een hoed uit te kijken en slaagden weldra met een aardige zwarte reishoed voor mij te koopen met hanenveeren. We deden daarop nog meer boodsch. en lunchten heel goed bij Ledeboer. Den mid. werd eerst weer met boodsch. doen besteed en daarop telephoneerden wij aan Mevr. v. Baumh. of zij ons kon ontvangen, wat zij best vond. In de tram spraken wij even met den heer d’Escury uit Zandvoort en Wee Frijlinck. Mevr. v. B. ontving ons heel vriend. met een kopje thee, Ed. kwam ook binnen en om 5 uur bracht Mevr. ons naar het station. Onderweg kwamen wij Mien Pr. V. nog tegen. Te Utr. aangekomen, gingen wij dad. naar Tte. Caroline, die jarig was en waar wij verscheidene familieleden aantroffen. Thuisgekomen waren er verscheidene pakjes, vreselijk gezellig om ze open te maken. En van Flor. en Kees waren er witte dahlias, rozen van Juffr. de Joncheere en een rozenbosch met rozen van Mevr. d’Anluis. Den heelen av. was ik dan ook bezig met het schrijven van bedankjes brieven.

9 oct: Vanmorgen kwamen de vruchtenmesjes v/d vrienden, de kaartenbak van Anne v. H. en de mooie kom v. Mevr. D. Muhler. Ik was den heelen ochtend bezig met het pakken van mijn kist met linnengoed en ‘s mid. deed ik versch. boodsch. met Mama, waarop ik alweer mijn bruidegom ging halen. Helaas trof ik dezen niet in de beste condities aan, hij had keelpijn en de hik, wat hem nog niet gebeurd was sinds zijn engagement. Hij voelde er zich pijnlijk van. Toch gingen wij dadelijk naar Harde om een eetservies te kiezen, waarbij wij zeer goed slaagden. Na thuis even een kopje thee gedronken te hebben in onze zitkamer, gingen wij ons verkleeden, waarbij ik mijn crême zijden japon met goud opgemaakt, laag aandeed. Ik → had nogal mijn “….” en mijn schat zag er ook allerliefst uit. ← Om 7 uur was het diner bij Carel en Thesie, waarbij de plaatsing als volgt was. Jammer genoeg kon Kees niet komen wegens zware verkoudheid en de stemming was zeer opgewekt, zoals trouwens was t voorzien. Aan ‘t begin heette Carel ons welkom en aan het dessert dronk hij ook even op ons, waarna W. bedankte. De koffie werd in het salon gebruikt en toen de heeren gingen rooken, werden wij alleen gelaten in Thesie’s kamer, waar wij een buitengew. prettig uurtje samen doorbrachten. → ‘t Was een voortzetting van het vertrouwelijk uurtje dat wij donderdag waren begonnen, maar waar wij in gestoord waren. Mijn schat was zoo verbazend lief tegen mij en ik voelde mij bijna boven op den hoogste top van het geluk, waar wij ons den 19den geheel bovenop zullen voelen. Tot half 11 zaten wij daar samen, toen kwamen de heeren beneden en bleven nog tot kwart over 11 praten. Thuis vonden wij weer 2 pakjes: zilv. vaasjes van de R. Brouwer’s en een sierlepel van den Quintussen uit ‘s Hage. Cor Merkus schilderde een magnifique kussen voor ons. Boven → namen wij nog even een teeder afscheid en weer was een gelukkige dag voorbij! ← 

8 oct: Ik was een half uur eerder op om mijn dagboek te beschrijven. Na ‘t ontbijt toonde ik W. de versch. cadeaux, die er bijgekomen waren, waarna wij, → na een vrijerijtje op den divan, ← Hendschel gingen bestudeeren, waar wij den heelen ochtend mee bezig waren, maar ten slotte toch een heel reisprogramma hadden opgemaakt met de uren van vertrek en aankomt. Direct na de koffie begonnen wij de al  onze bedankjes brieven te schrijven, velen in getal, daarop gingen wij even uit en thuisgekomen → genoten wij weer samen op den divan! Wij spraken heel vertrouwelijk met elkaar over onze toekomst plannen, in ‘t bijzonder den huwelijksdag. Mijn lieveling verlangt er zoo ontz. naar, nog meer dan ik, ik ben er zoo gelukkig om, want al had ik het wel gedacht, is het toch zoo heerl. om het te hooren. O, wat zullen we gelukkig zijn, het is haast niet in te denken hoe en wat ben ik hem dankbaar dat hij nooit aan vroegere verleidingen bezweken is en rein gebleven is. ‘t Schijnt wel dat het iets bijzonders is voor een man als hij dat kan zeggen en ik geloof wel dat ik kan zeggen dat hij daarvoor beloond zal worden! Wat heb ik mijn Willem toch lief, hij is alles voor mij en ik voel mij vandaag al meer dan ooit zijn vrouwtje en ook hij begint zich al een met mij te voelen. Welk een gevoel moet ons wel bezielen op dien huwelijksdag; O, wat verlang ik er naar! W. zegt dat hij het haast niet meer kan uithouden en het geluk straalt hem dan ook uit de oogen, nog 11 dagen en dan… Het zal zalig zijn daarvan zijn wij beiden overtuigd! Ook ‘s avonds na het eten lag ik weer in zijne armen op den divan en spraken wij weer over ons geluk. Nog even dronk hij binnen een kopje thee en om kwart na negen moest mijn lieve schat weer weg helaas. ← Wij ontvingen vand. een telegr. uit Haarlem, dat niet heel duidelijk was, maar waaruit wij toch meenden op te maken dat Carel morgen reeds arriveert; van een vreugde voor familie. Jammer dat W. en ik eerst woensdag zullen kunnen gaan, maar aan den anderen kant is het voor ons wel prettig daar het onze lange scheiding tot Vrijd. breekt.

11 oct: In A’dam hadden wij eenigen tijd om in de wacht te zitten,maar van een leege coupé was geen sprake, → behalve ‘t eind Bussum – H’sum, toen wij genoten van even heerlijk alleen te zijn. ← 

12 oct: Vanocht. paste ik mijn bruidsjapon met den sluier af, hij is beelderig geworden. Na de koffie schreef ik een klein briefje aan W. en ging toen naar bed, daar ik nogal erge keelpijn had. Ik bleef er tot het eten in en toen ik na het eten 10 briefjes geschreven had, kroop ik gauw weer onder de wol. 

13 oct: Daar ik nog een beetje keelpijn had, ging ik W. niet afhalen en nadat hij even thuis was geweest, ging hij nog even een boodsch. doen. Om 7 uur gingen wij met ons zessen (We. was om 3 uur gekomen) naar Tte. We., die ter onzer eere een diner bij zich aan huis had. Eerst zou het bij Ruurds zijn, maar daar iedereen het aardiger vond bij Tte. aan huis en Tte. zelf ook, werd het daar gegeven. Bij aankomst gaf Tte. mij een beelderig bouquet rozen; ook de kamer waar wij ontvangen werden was met planten en bloemen versierd. Aan tafel zaten wij als volgt. De tafel was heel mooi versierd, het menu zeer goed en de stemming heel opgewekt. Paula hield weer de aardige toespraak op rijm die ze op ‘t aanteekening diner had gehouden en had weer veel succes. 

14 oct: ‘t Was een erg drukte vanmorgen met het uitpakken van al die manden en het in vazen zetten van al die bouquetten, die kwamen. Gisteren hadden wij de cadeaux reeds gerangschikt, maar daar wij de tafel te klein vonden, werd er nog een plank tusschen geschoven en voldeed alles veel beter. ‘t Was een mooi gezicht die zilvertafel en er was heel wat te bewonderen. Slingers groen en rozen versierden de tafel. Na het dejeuner (in onze zitkamer), verkleedden wij ons al spoedig in ons trouw costuum, W. was erg verrukt van mijn japon en ik van zijn mooie pandjesjas! De eerste visite was van Rob v. Lynden, die in een zeer bemodderd motorpakje binnenkwam; spoedig daarop volgden de 3 kinderen Bowier met een mooi bouquet. Erg aardig van Oom om hen te sturen. En vandag kwart voor 3 hield de stroom menschen niet op, ‘t was een allergezelligste receptie, erg vol, 134 menschen en iedereen bleef nogal lang. In ‘t geheel kregen wij 26 bloemstukken, waaronder prachtigen. Vooral veel chrysanten, dahlia’s en rozen. Om 5 uur gingen de laatste bezoekers, de Schimmelpennincken, weg en dadelijk daarop gingen wij naar boven om ons te verkleeden, terwijl de heeren, die zich niet hoefden te verkleeden, hielpen om ‘t zilver op te bergen zoodat alle cadeaux al van de tafel waren toen wij beneden kwamen. Om 6 uur gingen wij naar Ruurds, waar Tante Jet en Oom Gerard ook bij de fam. v. Lynden (Burgemeester) gevraagd. Toen alle gasten in de ontvangkamer waren, mocht het Bruidspaar binnen komen en werden wij door een welkomstlied, gezongen door alle gasten, ontvangen. Aan tafel zaten wij zoo: Er waren heel grappige menu’s door P. bedacht en bij het dessert werd een heel aardig a,b,c. door de goede gasten opgezegd. ‘t Was nat. weer erg gezellig aan tafel en er werden evenals gisteren weer heel aardige speeches uitgesproken, waarop W. heel aardig antwoordde. Na ‘t eten gingen de heeren rooken en voegde ik mij spoedig bij hen om ook een sigaretje mee te rooken, waarna wij allen naar beneden gingen. Anton en Paula hielden een grappige Engelsche samenspraak en Carel amuseerde ons met zijne zeemansliedjes. Na afloop van de partij gingen Papa, Oom W., Carel en de 2 neven C. nog 1 ½ u. naar Nic. 

15 oct: → Den heelen dag maakte W. mij ontz. het hof! Ik genoot!

16 oct: Ik had vandaag nog voor allerlei te zorgen. ‘s Mid. gingen we Oom Merkus even feliciteeren en ‘s av. deed ik met Papa nog enkele boodschappen.

17 oct: Bij ‘t ontbijt was er een brief van W. dat hij verlof had gekregen en heden mid. reeds om kwart na 3 kwam. Dat was een vreugde! Ik haalde hem af → met heerl. gevoel dat wij nu nooit meer gescheiden zouden zijn! ← thuisgek. vonden wij hier het cadeau van den Heer en Mevr. v. L. uit Lisse, een zalige leeren fauteuil, enorm cadeau, waar wij er mee zijn ingenomen. Daarop deden wij eenige boodsch. en dronken thee in de salon. ‘s Av. weer erg gezellig in onze zitkamer gezeten.

18 oct: De laatste dag van mijn jongemeisjes leven, ik kan het mij niet begrijpen. Vanocht. deden wij weer eenige boodschappen en vanmid. zaten wij eerst een tijdlanf in onze → te genieten! ‘t Is maar goed dat wij morgen trouwen! Om 4 uur haalden wij We. van ‘t station en vonden thuis gekomen Tte. We. in het salon. Wij zaten voor de thee maar heel even in onze zitkamer, daar wij voor de laatste avond niet ongezellig wilden zijn.

19 oct: De gewichtigste datum uit mijn leven en waarschijnlijk wel de gelukkigste dag.–> Hoe hebben mijn lieve W. en ik verlangd naar dezen dag waarop wij voorgoed vereenigd zullen worden nooit meer gescheiden. En nu eindelijk is die dag daar en wij kunnen het ons zelf nauwelijks voorstellen dat het zoo is, het is haast te heerlijk om te gelooven. Maar bij al mijn geluk voel ik toch ook wel wat het zegt nu voorgoed het ouderlijk huis te verlaten, waar ik niets heb gekend dan voorspoed en P. en M. altijd alles deden om het zoo heerlijk en prettig mogelijk te maken, die volkomen onbezorgde tijd is nu achter den rug, maar welk een verrukkelijke herinneringen zal ik daaraan mijn heele leven behouden. Ik kan er niet dankbaar genoeg voor zijn. Dat het mijn ouder en P. veel kostte dat ik wegging, was wel aan hen te merken, vooral Papa kon zich dikwijls niet goed houden. Juist van hem, die anders nooit zoo zijn gevoel lucht geeft, had ik het niet gedacht; het deed mij zoo’n goed. Mama kon zich beter goed houden, maar ik wist wat er bij haar omging, die goede, lieve Moes en P. hield zich natuurlijk goed, dat had ik ook niet anders verwacht. ← Aan ‘t ontbijt was alles nog zoo gewoon, onbegrijpelijk dat het het laatste maal was voor ons huwelijks dejeuner. We. kiekte ons vijven in den tuin, waarna W. nog een paar kieken nam van ons kamertje, waarin we zóóveel heerlijke uurtjes hadden doorgebracht. Daar wij den photograaf vroeg besteld hadden, kleedden W. en ik ons spoedig na het ontbijt, ik in mijne mooie liberty-satijnen bruidsjapon versierd met beelderig kant en oranjebloesem. De sluier had ik van Betsy ter leen en had Juffr. Plasberg van te voren al zoo in orde gemaakt dat ik haar heel gemakkelijk op kon zetten. Voor het eerst droeg ik vandaag mijn diamanten broche. → Toen ik klaar was, kwam W. bij mij e zaten wijpoosje samen op de canape, W. zijn bruidje bewonderend, ik mijne knappen bruidegom in zijn  nieuwen pandjesjas … … das en zijn in gelukkige lief gezocht. ←  Het duurde niet lang of de photograaf kwam, die ons met de bruidsmeisjes zou kieken. Daar de bouquetten echter ontz. lang op zich lieten wachten ondanks een paar maal telephoneeren, moesten wij een dosis geduld hebben, maar eindelijk kwamen ze dan toch. Mijn bouquet was van beelderige witte rozen en oranjebloesem (de echte kon W. niet krijgen) die van de bruidsmeisjes roze rozen, daar die kleur van hunnen japonnen wit en roze was, waar zij zwarte hoeden met witte veren bij hadden. Het photographeeren was betrekkelijk gauw afgeloopen en toen wij net beneden waren, kwam de fam. uit Haarlem er aan om kwart voor 11. Daarop volgden Oom Nic. met Tte. Marie, Oom en Tte. de Jonge uit den Haag Oom en Tte. Sandeers, Tte. Jet, Oom Gerard, Oom Lynden en Ds. Loeff. Oom L. was alleen uit den Haag gekomen, ‘t was heerlijk dat hij er ook bij was. Een poosje zat hij nog even naast mij op de canapé in het salon. Ik was zoo kalm dat ik met het grootste pleizier mee at van de sandwiches en bouillon die gepresenteerd werden voor de rijtuigen kwam. Om 12 uur kwamen deze voor en stapten W. en ik in ons coupétje, geholpen door de bruidsmeisjes. Eenigen nieuwsgierigen stonden bij het hekje en toen wij later aan ‘t eind van de straat stilhielden om op de andere rijtuigen te wachten, werd er flink naar binnen gegluurd, maar ook een heerlijk zonnetje gluurde naar binnen naar twee gelukkige menschen! De stoet bestond uit 6 rijtuigen en om kwart na 12 hielden wij stil voor het stadhuis. De plechtigheid daar die weinig van een plechtigheid had, was spoedig afgeloopen. Wij moesten onze namen 2x zetten, zoo ook de ouders en de getuigen, nog een paar woorden van den ambtenaar en ik was “Mevrouw”. wij hadden nogal wat belangstelling toen wij weer in het rijtuig stapten om naar de Jacobikerk te rijden en daar aangekomen, begaven wij ons aanstonds naar de Consisteriekamer, waar Tte. Floor, Oom Henk, Tte. Wilhelmine, Tte. Adèle en Oom en Tante Merkus ons opwachtten en geluk wenschten. Na eenigen tijd vormde de stoet zich, die door Anton hun plaats werd gewezen en toen allen zaten, kwamen wij met de bruidsmeisjes langzaam binnen onder de tonen van het Brautlied. Ik had gedacht dat ik erg geëmotioneerd zou zijn, maar ik was zoo kalm als iets en voor wij gingen zitten nam ik de kring eens goed op. Ds. Loeff, die ons trouwde, gaf ons dezen tekst “Geloof in den Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden, gij en uw huis” Hand.16.31. Hij sprak ons allerliefst toe , heel eenvoudig, maar echt uit het hart. Tenslotte kregen wij den Bijbel. → Het indrukwekkendste oogenblik vond ik wel toen wij samen moesten kussen en elkaar den rechter hand geven, die heerlijk groote hand van mijn W. waarin ik de mijne zoo vol vertrouwen in kon leggen. ← Onder de tonen van de Hoekreiksmarsch gingen wij weer naar de Consistoriekamer, onderwijl knikjes en groetjes krijgend van verscheidene kennissen, die ons dadelijk daarop kwamen feliciteeren. Wat heb ik toen een zoenen gegeven! → En mijn eigen mannetje kon ik toen nog niet eens een geven. ← Iedereen was even hartelijk voor ons, ‘t was heerlijk! Bij twee uur brachten de rijtuigen ons bij Ruurds op de Oude Gracht, waar het dejeuner zou plaats hebben. Onderweg had W. mij den trouwring aan den vinger geschoven en ik hem om ze nooit weer uit te doen! → Wat hebben wij de dagen tevoren , toen die ringen al in huis waren, er naar verlangd ze te moeten dragen en nu mocht het dan werkelijk. ← Wij mochten niet dadelijk binnenkomen en werden dus samen in een kamer boven gelaten. → Nu dat was ons niet onwelkom, heerlijk om eens even alleen te zijn en lekker onzen eersten kus als getrouwde menschen te mogen geven en elkaar nu echt “man en vrouw” te mogen noemen. ← Toen een knecht ons kwam roepen, werden wij in de zaal gelaten, waar alle gasten ons een lied toe zongen, door Mama v. L. geaccompagneerd, erg aardig. Daarop begaven wij ons naar de eetzaal, die er heel feestelijk uitzag met witte bloemen op tafel. Wij zaten als volgt. Wij hadden een prachtig menu en W. en ik lieten het ons tot onze verwondering goed smaken en aten van alles mee. Papa, die tegeover mij zat, knikte mij telkens eens toe en dikwijls zag ik dat hij tranen in de oogen had. Carel maakte zich verdienstelijk door van tijd tot tijd telegrammen voor te lezen, waarvan wij er 50 kregen! ‘t Was pas op ‘t eind van het diner dat er gesproken werd. Eerst door W’s vader, toe door Papa, vervolgens Oom Lynden, Oom Martinus, Oom Nic. en door mijn mannetje. ‘t Was alles even hartelijk, maar ik kan het niet meer herhalen. Om half 5 stonden wij op om ons te gaan verkleeden, ik werd geholpen door de bruidsmeisjes en W. kleedde zich op de slaapk. v/d. heer en Mevr. Ruurds. Mijn mooie trouwjapon ging uit om plaats te maken voor een neteld. witte blouse en mijn nieuwe blauwe pak, dat eigenlijk veel te mooi was voor op reis. Ik had een heel leuke zwarte hoed, aan een kant opgeslagen met een hanenveer erop, → hij stond mij heel goed. ← Wij hadden nog tijd om rustig afscheid te gaan nemen van alle familieleden, die juist opstonden om in een andere kamer de koffie te gaan gebruiken. → Toen kreeg ik het toch ook te kwaad en kon ik niet verhinderen dat de tranen ij in de oogen sprongen. Papa was nog het ergst onder den indruk en drukte zich zoo tegen mij aan alsof hij mij vast wilde houden. ← Dijna en Coba die in de serre gegeten hadden, feliciteerden ons ook even en een oogenblik dacht ik dat ze mij voor den gek hielden, toen ze mij “Mevr.” noemden. ‘t Was zoo vreemd. Van Mijnh. Ruurds kregen wij nog een zakje bonbons mee voor de reis. Eindelijk om 5.10 kwam ons rijtuig voor, werden onze 2 handkoffers er opgeladen en wij vertrokken door alle familieleden hartelijk gegroet en toegewuifd door de openstaande ramen. Daar gingen wij nu, mijn man en ik de wijde wereld in, welk een geluk was er in onze harten! Op het perron gekomen zochten wij gauw onzen trein op en een fooi aan den conducteur maakte dat wij alleen gelaten werden. Terwijl wij nog aan ‘t station stonden, zagen wij opeens Theo en Hein Strick, die ons even kwamen goedendag zeggen. Theo gaf ons nog een trommeltje koekjes. Eindelijk gaf de chef ‘t sein en weg gingen wij! → Ofschoon wij een coupé hadden met een couloir er naast, stoorden wij er ons weinig aan, sloten de gordijntjes en menig zoentje werd gegeven. Ook te Bruhen kregen wij een coupé alleen, wat wij tot Keulen zoo hielden. Hoe meer wij deze stad naderden, hoe zenuwachtiger ik werd, maar W. nam mij op zijn schoot en zoende mij en zei mij steeds weer hoeveel hij van mij hield. En ik genoot van zijne heerlijke woorden en liefkozingen en voelde mij onuitsprekelijk gelukkig. W. veroorloofd zich nogal wat vrijheden! Maar wij waren immers getrouwd en alles mocht nu. Te Keiberg gingen wij eerst naar het Domhotel, waarheen W. getelegrafpheerd had, maar ze hadden daar zóó’n vreeslijke kamer voor ons gehouden, zoodat ik W. zei dat ik liever naar een ander hotel wilde gaan. ‘t Was een vervelende aftocht maar achteraf waren wij zoo blij. W. nam zijne koffertjes zelf op en wij staken het Domplein over naar de Ewige Lanof. Daar kregen wij een allerliefste kamer en….verder onthouden wij het wel…… ←